W.B. van Liefland: architect van Scheveningen en de Schilderswijk

Weer is een publicatie verschenen over een vooraanstaande Haagse architect. Na recent uitgegeven boeken gewijd aan de architecten Herman Wesstra jr. en Adam Schadee is nu een publicatie verschenen over het leven en werk van architect W.B. van Liefland (1857-1919). Auteur Peter van Dam geeft het fraai uitgegeven boek als subtitel mee: eigenzinnig Haags architect en stedenbouwkundige.

Academie van Beeldende Kunsten aan de Prinsessegracht. Opname uit 1926.

Wilhelmus Bernardus van Liefland werd op 11 oktober 1857 in Leiden geboren als zoon van een loodgieter, die later een betrekking zal aanvaarden als bouwkundig opzichter bij Gemeentewerken in Rotterdam. Nadat zijn moeder op jonge leeftijd is overleden, hertrouwde zijn vader en verhuisde het samengestelde gezin naar Den Haag, naar de Lange Poten 39. Als zestienjarige meldde Van Liefland zich aan als leerling bij de Academie van Beeldende Kunsten – toen nog niet Koninklijk – aan de Prinsessegracht. Aan de Academie heeft het vak bouwkunde een praktijkgerichte, ambachtelijke insteek. Zo werkte Van Liefland overdag als timmerman. Enkele leerlingen ontwikkelden zich later tot architect. Van Liefland was een van hen.

Parkstraatkerk
Nadat hij verschillende aanmoedigingsprijzen had gewonnen, werd Van Liefland op twintigjarige leeftijd door de bekende architect Pierre Cuypers gevraagd om assistent-opzichter te worden bij de bouw van de R.K. kerk van de H. Jacobus de Meerdere aan de Parkstraat. Voor deze neogotische kerk – ook wel Parkstraatkerk genoemd – ontwierp Van Liefland o.a. de koortribune en de eikenhouten sacristiekasten. Twee jaar later vestigde hij zich al als zelfstandig architect. Zijn eerste woonadres wordt Stationsweg 89. Later zal hij nog komen te wonen aan de Z.O. Buitensingel, Bezuidenhout (tegenwoordig Bezuidenhoutseweg), Zwarteweg, Plein, Fluwelen Burgwal, wederom Bezuidenhout en ten slotte Lange Poten 15. Van Liefland bleef ongetrouwd en woonde bijna gedurende zijn gehele leven samen met zijn stiefmoeder, die in 1914 overlijdt. De lange reeks van adressen is misschien wel illustratief voor de vele bouwplannen die Van Liefland tijdens zijn loopbaan heeft ontworpen. Want zijn productie was enorm. Auteur Van Dam komt tot een opsomming van maar liefst 192 verschillende projecten. Vele daarvan zijn nooit in uitvoering genomen, andere zijn aan de sloophamer ten prooi gevallen, maar weer andere hebben de tand des tijds glorieus doorstaan en vormen nog steeds een architectonisch sieraad voor de stad.

Villa ‘Margaretha’, Van Stolkweg 24. Opname ca. 1933.

Van Liefland mag dan als architect bijna vergeten zijn, dat neemt niet weg dat hij een onmiskenbaar stempel heeft gedrukt op de Haagse stadsontwikkeling. Hij was dan ook niet alleen architect, maar ook stedenbouwkundige en – zeker niet onbelangrijk in dit verband – politicus. Binnen het hem vertrouwde katholieke milieu bouwde hij een uitgebreid en invloedrijk netwerk op van opdrachtgevers en aannemers, dat hem zeker geen windeieren heeft gelegd. Zo kreeg hij als beginnend architect in 1880 van het parochiebestuur de opdracht herstelwerkzaamheden aan te brengen aan de scheidingsmuur van de begraafplaats St. Petrus Banden aan de Kerkhoflaan. Nog geen jaar later bouwde hij op dezelfde begraafplaats acht grafkelders rond de kapel en later ook de bekende arcade, nu een rijksmonument. Eveneens in 1880 ontwierp hij aan de Denneweg 134-134a een nog steeds bestaande winkel met bovenhuis. Aan de Van Stolkweg 24 bouwde hij in 1881 een grote villa in eclectische stijl, tegenwoordig een rijksmonument. De villa staat nu bekend als Villa Margaretha, genoemd naar een van de dochters van de opdrachtgever Simon van Leeuwen. Ook elders in Den Haag staan nog panden die door Van Liefland zijn ontworpen, o.a. aan de Riouwstraat, Bontekoekade en Herenstraat. Een bijzonder project betreft het Hofje van Hoogelande aan de Johannes Camphuijsstraat. In 1669 was door de Zeeuwse edelman Eduard van Hoogelande nabij de Boekhorststraat een hofje gesticht. Na langdurige verwaarlozing besluit het bestuur van het hofje in het begin van de twintigste eeuw tot nieuwbouw in het Bezuidenhout en zoekt Van Liefland aan als architect. Deze maakte in 1906 een ontwerp voor de nieuwbouw aan de Johannes Camphuijsstraat. Op de binnenplaats staat een pomp uit 1676. De tuinbank uit 1911 is een geschenk van koningin Emma.

Als vooraanstaand architect met goede contacten met de rooms-katholieke kerk kreeg Van Liefland in 1891 van het bisdom Haarlem de opdracht een parochiekerk te ontwerpen aan de Hobbemastraat. Deze kerk Allerheiligst Hart van Jezus van bijna kathedrale afmetingen werd ingewijd op 1 mei 1894 en bood plaats aan 2170 kerkgangers, van wie slechts 16 geen zicht hadden op het altaar of de preekstoel. De kerk is in 1973 gesloten en het jaar daarop gesloopt.

Oranjegalerij en Palacehotel. Prentbriefkaart, verstuurd 1931.

Vooral op Scheveningen heeft Van Liefland zijn architectonisch en stedenbouwkundig stempel tijdens het fin de siècle gedrukt. Helaas is van zijn beeldbepalende gebouwen weinig tot niets meer over. Het Palace Hotel uit 1904 werd in 1965 gesloten en in 1979 gesloopt. De Oranjegalerij aan de boulevard onderging hetzelfde lot. Het meest tot de verbeelding sprekende bouwwerk van Van Liefland was zonder twijfel de Pier of, zoals de officiële naam luidde, het Wandelhoofd Koningin Wilhelmina uit 1901. Het lot van deze houten constructie op een stalen onderstel is algemeen bekend. Op 26 maart 1943 brandde het paviljoen tot de grond toe af, waarna de Duitse bezetter overging tot de sloop van datgene wat nog van de eens zo trotse pier over was. Maar gelukkig is één karakteristiek gebouw dat Van Liefland in de badplaats heeft ontworpen aan de slopershamer ontkomen, al is het uiterlijk in de loop der jaren compleet veranderd. Het circusgebouw is ook op zijn tekentafel ontstaan en werd op 16 juli 1904 geopend door Circus Schumann. Later kreeg het gebouw de naam Circus Strassburger. Tot in de jaren zestig werden er circusvoorstellingen gegeven.

Van Liefland ontwierp niet alleen voor de beau monde die de badplaats Scheveningen rond de eeuwwisseling bezocht. Hij was ondernemend, zakelijk en bestuurde verschillende bouw- en exploitatiemaatschappijen, maar toonde zich ook een sociaal betrokken bouwheer. Dat bewees hij door in 1884 samen met twee andere particulieren een stuk grond nabij het Oranjeplein en de Jacob Catsstraat aan te kopen voor de bouw van woningen voor minvermogenden. Hij trad zelf op als architect. De woningen staan tegenwoordig bekend als de Van Ostadewoningen. De huurprijzen varieerden van 1,75 tot 2,00 gulden per week. Een van zijn compagnons was Jacob Simons (1845-1921), directeur van een handelszaak en net als Van Liefland lid van de Haagse gemeenteraad. Simons, die later wethouder van Financiën zou worden, heeft zich zeer ingespannen voor de emancipatie en verbetering van de materiële positie van de Joodse bewoners van de Wagenstraat en omgeving. Ook het complex woningen in de Schilderswijk dat bekend staat onder de naam Het Fort (1890) is van de hand van Van Liefland.

In 1896 werd Van Liefland gekozen tot lid van de Haagse gemeenteraad voor de Katholieke Kiesvereniging. Niet bij iedereen viel deze politieke functie in goede aarde. De courant Het Nieuws van den Dag van 9 maart 1896 schreef: “De tweede kandidaat dien ik ongaarne op de lijst zie, is de Heer van Liefland, architect. Niet dat er iets op dezen als persoon of als bouwmeester zou zijn aan te merken – integendeel, ik zou hem mijn zaken gaarne en volkomen toevertrouwen, en hij is een flink man ook. Maar…hij is bouwmeester in actieve particulieren dienst; en nu hebben tegenwoordig de bouwondernemers zooveel met de gemeente te onderhandelen, en zooveel tegenstrijdige belangen te regelen, dat het plaats nemen van een hunner in den Raad niet zonder bedenkelijkheid schijnt.” Een opvatting die anno 2017 nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Van Liefland heeft overigens dankbaar gebruik gemaakt van de combinatie raadslid – architect. Hij bemoeide zich actief met belangrijke stadsuitbreidingen die tijdens zijn raadsperiode aan de orde waren, zoals de (mislukte) pogingen van de gemeente om Park Zorgvliet aan te kopen, de aanleg van een strandboulevard, de bestemming van 250 hectare grond die de gemeente Loosduinen in 1900 aan Den Haag moest afstaan en de koop van Marlot om er een wijk te ontwikkelen voor de hogere welstandsklassen. Van Liefland drukte een stevig stempel op deze ontwikkelingen, mede vanuit de gedachte extra opdrachten voor zijn bureau te verwerven. Ook op provinciaal niveau was hij actief. In 1907 werd hij gekozen tot lid van provinciale staten. In de loop der jaren groeide echter de kritiek op deze vermenging van functies. Zijn deskundigheid en wilskracht waren onomstreden, maar er was bijna geen bouwplan in Den Haag waar Van Liefland niet als architect, commissaris of aandeelhouder bij was betrokken. Het dagblad Het Volk bestempelde Van Liefland als een notoire bouwgrondspeculant die niet thuishoort in de gemeenteraad. Het gevolg was dat in de raad een motie van afkeuring tegen hem werd ingediend. Hoewel deze werd verworpen, leidde zij toch de aftocht van Van Liefland als raadslid in. Bij de verkiezingen van 1911 werd hij niet herkozen. In de laatste jaren van zijn leven ontwikkelde Van Liefland een nieuwbouwplan voor het dan al bestaande Olympiatheater aan het Prins Hendrikplein en maakte hij de eerste tekeningen voor een nieuw bioscooptheater aan het Spui. Het laatste project waar hij zijn naam aan verbond was de verbouwing van theater Carré in Amsterdam. Hij overlijdt op 27 juli 1919 en wordt begraven op ‘zijn’ begraafplaats St. Petrus Banden.

Hans Lingen
hrlingen@gmail.com

Van Dam, Peter, W.B. van Liefland 1857-1919, Eigenzinnig Haags architect en stedenbouwkundige, Uitg. De Nieuwe Haagsche, 26,00 euro.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann