Autobussen WSM reden met trolleys in laatste oorlogsjaren

Kort na de Duitse inval in mei 1940 hernam het dagelijkse leven spoedig zijn gewone ritme. De bussen en treinen reden op tijd en er was ook voldoende vertier in het uitgaansleven. In de laatste oorlogsjaren was de zaak drastisch gekeerd. Ook het straatbeeld was gewijzigd. Benzine op rantsoen. En de WSM reed met autobussen met een aanhangwagentje erachter om de energie te garanderen. Herkent u het nog?

Carel Akemann (1938) bezorgde mij bijgesloten foto van een WSM-bus die voortgedreven werd door gas of hout. Zijn vader was als stationschef te Loosduinen nauw betrokken bij het vervoer van de Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij (WSM). Het openbaar vervoer kampte met problemen in de laatste jaren van de oorlog. De aanwezigheid van de bezetter werd steeds duidelijker merkbaar. In grote delen van het land bestond er schaarste aan brandstof. Degene die een personenwagen had, liet die thuis staan. Bedrijven die een vrachtwagen hadden, moesten de handkar tevoorschijn halen om hun leveranties mogelijk te maken. In talrijke gevallen werd het paard weer van stal gehaald en voor de wagen gespannen. Het openbaar vervoer moest alternatieve bedenken om de passagiers van dienst te kunnen zijn.

Geleidelijk aan kwamen er steeds meer vrachtwagens op de weg, die met een ingebouwde generator reden voortgedreven op hout, persgas, ballongas, turf of antraciet. Ook bij de WSM reden de autobussen met een klein wagentje erachter, waarop een generator was gemonteerd. Het oogde allemaal vreemd. Bij het Loosduinse publiek stonden de wagentjes bekend als ‘koffiemolens’. De constructie was slim bedacht, maar nog niet goed uitgewerkt. Vandaar dat er veel haperingen en storingen waren die de betrouwbaarheid van het vervoer niet ten goede kwamen. Het was een kwestie van roeien met de riemen die je had.

In februari 1945 werd de werkplaats van de WSM te Loosduinen door bommen getroffen, waardoor de WSM nog meer geplaagd werd in de dienstverlening. Gelukkig vielen er geen doden of gewonden en konden de bussen de volgende dag weer de straat op. Het gerucht ging dat het een aanval van de geallieerden was, die op zoek waren naar onderdelen van V-2’s. Vermoedelijk was dit materiaal ondergebracht in de WSM-garage. Het kan ook een propagandaverhaal zijn. Een paar weken eerder was de garage ook al het doelwit geweest van een heftig bombardement. Brandweerlieden en vrijwilligers probeerden toen met man en macht te redden wat er te redden viel. Het was een gevaarlijke klus. Vooral ook omdat niemand wist of er nog een volgende aanval zou komen. Voor de WSM was het een zwar(t)e dag!

Bombardementen van Engelsen en verkeerd afgeschoten Duitse V-2’s maakten het in het laatste oorlogsjaar niet gemakkelijk om in Den Haag te overleven. De bevolking leefde tussen hoop en vrees. Een heel onzekere tijd. Ook het vertrekschema van de WSM-bussen werd telkens aangepast evenals de route.

Er werd veel vergaderd bij de WSM om de dienstregeling zo geordend mogelijk te laten verlopen. Maar vaak luidde het motto van de chef: “Naar bevind van zaken handelen.” En zo gingen de buschauffeurs op pad om hun route af te leggen.

Op laatst was het niet meer te doen. Het kostte steeds meer moeite om je te verplaatsen en de bussen bleven voor een belangrijk deel in de garage staan.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann