Niet-gerealiseerde theaters in Den Haag

In de jaren zestig van de vorige eeuw was het gebrek aan theaters in Den Haag nijpend.

Voor Scala in de Wagenstraat, het Dierentuincomplex en het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen aan de Zwarteweg was niets in de plaats gekomen. Slechts de zalen in het gloednieuwe Congresgebouw boden enige vervanging, maar waren toch niet geschikt voor constante bespeling. Niet alleen was er behoefte aan grote theaters, men verlangde eveneens naar het intieme, kleinschalige theater, zoals bijvoorbeeld de Kleine Komedie aan het Spui was geweest. Eigenlijk een noodvoorziening op de hoek van Kalvermarkt en Spui. Een verbouwde fietsenstalling, geschikt voor kleine ensembles, kamerconcerten en vooral cabaret. Ook klein bezette eenakters werden er vertoond. Zo speelde er de begaafde acteur Cor Ruys met zijn gezelschap. Wim Kan en Corrie Vonk trokken er met hun ABC-cabaret volle zalen. Ook voordrachtskunstenaars als Nel Oosthout en Henk van Ulsen troffen er een aandachtig publiek. Zelf ben ik er nooit binnen geweest, maar ik herinner me nog wel de gevel van dit theatertje.

Na de sloop in 1954 bleef het stadscentrum verstoken van een dergelijk theater, ondanks beloften van het stadsbestuur. Tot de stichting Levi Lassen, die in de oude binnenstad een aantal gebouwen tot stand had gebracht en grond in eigendom had, een bouwplan ontwierp, dat onder meer voorzag in een gedeeltelijke overbouwing van de Gedempte Gracht, de oprichting van winkels, kantoren, een klein hotel en… een theater. Voor de totstandkoming van dit theater, waarin ongeveer 500 zitplaatsen waren gepland, was de stichting in onderhandeling met de gemeente over een bijdrage in de bouwkosten. Het bestuur van de stichting vroeg de Haagse architect ir. J.G.E. Luyt een ontwerp te maken. Het theater moest komen op de hoek van de Gedempte Gracht en de Bezemstraat en was bedoeld als opvolger van de Kleine Komedie aan het Spui, voor kleinschalige producties. Vandaar de naam De Nieuwe Kleine Komedie.

Helaas is het er nooit van gekomen. De reden waarom, ligt nog in de archieven verborgen. Op de geplande plek staat nu een appartementengebouw, boven een druk bezochte viswinkel.

Theatertje in het Transitorium
Na de brand in 1964 van het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, beter bekend als K en W, verrees op dezelfde plek het Transitorium. Een kantorencomplex voor ambtenaren. Maar ter herinnering aan het vroegere theater, werd er een kleine ruimte gereserveerd voor een theatertje. In een uitstulping aan de Muzenstraat. Dat was in 1968. Het is niet bekend of het ooit als theater heeft gefunctioneerd. Waarschijnlijk werd het als kantoor of kantine gebruikt, tot het hele gebouw, inclusief het Transitorium werd gestript. Het betonnen en stalen karkas van het gebouw werd benut als basis van het gebouw Castalia, in de volksmond de Haagse Tieten genoemd. Ik zou daar eens een lezing geven over de gebouwen rondom de Hofvijver en het theaterleven daarin. Ik moest om vijf uur beginnen in een hoekje van een hele grote recreatie zaal met een bar aan het andere eind. Tegen vijven kwamen er wat ambtenaren binnen, die meteen aan de bar gingen zitten. Enkele dames waren mijn gehoor. Vele stoelen bleven leeg. Logisch, want om vijf uur willen de ambtenaren snel naar huis. Ik begon met behulp van een aanwijsstok en een grote plattegrond aan mijn verhaal. Maar even later liepen ook mijn paar dametjes weg. Ik stopte en vroeg wat er was. Er bleek iets belangrijks op de televisie te zijn en ik moest maar ophouden met mijn lezing, die ik juist heel goed had voorbereid. Wat een desillusie! Ik kreeg wel na een biertje, mijn afgesproken gage en een flesje wijn mee naar huis… Nooit meer terug geweest.

Openluchttheater Westduinen
Bijna was de Residentie in het bezit van twee openluchttheaters geweest. In 1936 was die in het Zuiderpark officieel in gebruik genomen. Twee jaar later zocht de gemeente naar een tweede locatie. Het oog viel op het duingebied achter de Laan van Poot, tussen de Fuut- en de Kwartellaan. Dit terrein heet het Westduinpark. Aangelegd met het uitgegraven zand van de Scheveningse havens en beplant met dennenbomen. Hier moest een groot theater in de open lucht gegraven worden voor 2.650 toeschouwers, met een grote orkestbak. De kosten werden geraamd op 50.000 gulden, met nog eens 14.000 gulden voor de aankleding. Zoals kleedhokjes, toiletten, buffetten, etc.

Het theater moest geschikt zijn voor landspelen, zang- en muziekuitvoeringen, openluchtvergaderingen, gymnastiekdemonstraties en dergelijke massabijeenkomsten. En natuurlijk voor toneel- en opera voorstellingen.

Een model van dit theater werd op 18 oktober 1940 ten stadhuize getoond en besproken door de wethouder van sociale zaken, de heer L. Buurman, in gezelschap van o.a. de directeur van de Koninklijke Schouwburg, de heer J.H. Carpentier Alting, de zanger Louis Tulder, regisseur Johan de Meester en de dirigent en componist Peter van Anrooy. Een illuster gezelschap. Uiteindelijk werd dit plan in september 1941 getorpedeerd door de inmiddels verduitste Rijksdienst voor werkverruiming. Ineens vond men de uitvoering in werkverschaffing onverantwoord. Het bewind zag de werkloze jongemannen, die het theater zouden aanleggen, liever in Duitse krijgsdienst treden. Maar dat zei men natuurlijk niet hardop. Wel, dat het natuurschoon in sterke mate zou worden geschaad.

Omdat het Zuiderparktheater toch al slecht werd bezocht en het weer ook niet meewerkte, werden de plannen van tafel geveegd en bleef Den Haag verstoken van een openluchttheater in de duinen. En na de oorlog waren er andere prioriteiten.

Maar het Zuiderparktheater bleef bestaan!

Barend Jan Donker
lindenf@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann