Hillman Imp

Wat hebben die Britten toch een leuke auto’s gemaakt! Herinnert u zich de Hillman Imp nog? In Nederland was het niet zo’n succes, maar ik kan mij herinneren dat ik de introductieshow bezocht bij de dealer ergens aan de Beatrixlaan, bij de Schenkkade.

In die tijd heette het moederbedrijf Rootes en had als merken Hillman, Singer en Sunbeam en net als met de Austin Seven en Morris 850 van de concurrent, BMC Motors, brachten ze één model uit onder de drie merken met specifieke uiterlijke merkverschillen en prijsstellingen. Maar terug naar de Hillman Imp. Een lollig vierkant autootje voor stadsgebruik met veel glasoppervlak en vooral veel ruimte. Een 875 cc motor met 42 pk en een topsnelheid van 129 kilometer. De motor zat achterin met daarboven bagageruimte die je bereikte door de achterruit open te klappen. Als je dan ook nog de achterbank plat legde ontstond er, voor de normen van die tijd, een zee van bagageruimte. Voorin, waar je de motor zou verwachten, zat het reservewiel met nog wat ruimte voor een paar beautycases. Van bumper tot bumper was zijn formaat een ruime 3,5 meter lang, dus makkelijk te parkeren en zoals Hillman zelf zei: “Ideal car for town driving.” Het interieur was ook exceptioneel ruim. Het dashboard zag er toen ook zeer eigentijds uit met zoals zij zelf beweerden: ‘Easy-to-read instruments and finger-tip controls’ en met dat laatste bedoelden zij twee uit het dashboard komende stengels, één rechts en één links voor knipperlicht en lichtbediening. Oogde in ieder geval leuk en aan de zijkant links zat het rubber pompje voor de ruitensproeier en rechts het contactslot. Alle zeer symmetrisch. In het midden de eenvoudige schuiven voor de verwarming of ventilatie met een keuzeschuif waar je de lucht wilde hebben. ‘Car, Screen, Screen & Car of Off’. Helder, simpel en kom daar nu nog maar eens om.

Ik kan mij nog goed herinneren dat ik als vijftienjarige tiener bij mijn oom en tante in Maidenhead in Engeland logeerde en op een dag met een vakantieliefde achterin de lichtblauwe Hillman Imp, met haar moeder achter het stuur, ergens naar toe reden en dat bovenaan een heuvel voor het stoplicht de motor afsloeg en niet meer aan de praat te krijgen was. In mijn overmoedige enthousiasme riep ik: ‘Laat het mij maar even proberen’ en met het grootste geluk van de wereld sloeg de motor, zonder dat ik iets speciaals deed, met een donkerbruine brom aan. U kunt zich voorstellen dat ik vanaf dat moment ‘de bink’ was, maar dat terzijde. Als ik er nog foto’s van terugzie, verbaas ik mij over de mooie chroomaccenten rond de ramen, grille en die bumpers met die fraaie rubber, stootrozetten in de ‘de luxe’-uitvoering. Niet dat de Hillman Imp hetzelfde ‘kart’-weggedrag had van de Mini, maar het kwam wel in de buurt. Een fel motortje en doordat Engeland redelijk heuvelig is, waren de motoren daar op afgestemd en kon je redelijk lang doortrekken in de tweede versnelling. Heerlijk en dat geluid van die donkerbruine brom uit de uitlaat. Ik kan er nog van genieten als ik eraan terugdenk. Heel opmerkelijk in die tijd was ook de kleurcombinatie van het exterieur en het interieur met een extra kleuraccent bij zijn broer, de Singer Chamois. Hoe cool klinkt: ‘Polar White/Tartan Red with Red upholstery’ of ‘Coffee Brown/Polar White with Beige upholstery’? Heel smooth!

John Vroom (autojournalist)
johnvroom@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann