Seksuele voorlichting in de Haagse Schilderswijk rond 1980

Met al die expliciete porno op internet lijkt de behoefte aan seksuele voorlichting niet meer zo groot. Toch was dat op de lagere school van een kwart eeuw geleden wel anders.

Mevrouw Pasgeld stond van 1977 tot 1987 voor de zesde klas (later groep 8) in de Van Ostadeschool in de Schilderswijk. Aan haar de taak om de voorlichting van onze jonge Turken en Marokkaantjes in goede banen te leiden.

Toen ze in 1977 op de Van Ostadeschool begon te werken zat de school nog vol leerlingen van Nederlandse komaf. Ruim zestig procent. Aan het einde van haar rit zaten er op de hele school nog maar vier of vijf van die leerlingen.

Juf Pasgeld met groep 8 uit leerjaar 1987-1988.

Maar voor de lessen seksuele voorlichting leek afkomst niet uit te maken. Het allerbelangrijkse was, om voorlichting aan de jongens te geven zonder de meisjes. Als die naar gymnastiek waren, bijvoorbeeld. En aan de meisjes, zonder de jongens.

Waarom?

Nou, zou u als jongen iets aan de juf over seks willen vragen, waar meisjes bijzijn? Je kijkt wel uit. Weten die meiden gelijk dat je nog niet alles weet. En dan moeten ze je vast niet meer als het er later nog eens op aan komt. En wat moet een meid op de sexuele markt van vraag en aanbod als ze net in het openbaar aan de juf heeft bekend dat ze niet begrijpt hoe een baby’tje ‘ín zo’n klein gat eruit komt’.

Jongens en meisjes apart
Dat was dus de eerste voorwaarde die mevrouw Pasgeld aan haar lessen sexuele voorlichting stelde: jongens en meisjes apart. De tweede voorwaarde was vrijblijvender. ‘Ik kan me voorstellen’, zei ze als ze zo’n les begon, ‘dat sommigen van jullie het een beetje vervelend vinden, dat straks iedereen in de klas weet waar je mee zit. Weet je wat we doen? Je schrijft je vraag over seks op een papiertje. Zonder je naam. En dat lever je dan, vlak voordat de les begint, bij mij in. Dan behandelen we je vraag, zonder dat iemand weet dat dat jouw vraag was.’

Later heeft mevrouw Pasgeld al die papiertjes in een soort plakboek gedaan. Dat vonden we vorige week terug bij een grote zolderopruiming. Er was ook een enveloppe bij met andere vragen van de leerlingen. Over niet-sexuele problemen.

Schitterend, schitterend! De tranen springen je in de ogen als je het leest. Eerst maar eens de seks.

‘Vanaf hoeveel jaar krijgen de jongens zaatjes? Krijgen ze dat ook elke maand?’

De vraag lijkt me volkomen relevant. Eens per maand een vruchtbaar eitje. Waarom is dat dan bij jongens ook niet zo geregeld? Het zou heel wat problemen oplossen.

‘Als een man en een vrouw gaan vrijen en ze willen geen kind. Wat moeten hun doen?’

Tot welke beperking van de bevolkingsexplosie in de Schilderswijk het antwoord van mevrouw Pasgeld heeft geleid, vermeldt de historie niet. Maar ik ben wel benieuwd.

‘Hoefeel jaar als de meisjes ongestelt wordt en hoe lang gaat de ongestel duren?’

Een volkomen terechte vraag waarvan je je afvraagt waarom die niet gewoon thuis beantwoord had kunnen worden. Waar een school al niet goed voor is.

Taalfouten
Wellicht ergeren sommige lezers zich aan de taalfouten in de briefjes. Je bent immers op school om te leren zo min mogelijk taalfouten te maken. Jawel. Maar daar gaat het nu even niet om, ja? Misschien zijn er belangrijker dingen in het leven dan dat, ja?

We gaan dus gewoon nog even door. Inclusief taalfouten.

‘Ik begrijp niet hoe die baby in zon kleine gat deruit komt’

Met die vraag heb ik indertijd, als jongen nota bene, ook jaren geworsteld. Maar zulke dingen vroeg je natuurlijk niet aan je moeder. Of ik de kwestie zou hebben voorgelegd aan mijn onderwijzer van toen? Ik weet wel zeker van niet.

En nu ik het allemaal zo opschrijf besef ik ineens, dat ik het nog steeds niet helemaal begrijp. Maar gelukkig verkeer ik in de omstandigheid, dat ik het nog altijd aan mevrouw Pasgeld kan vragen.

‘Doet het pijn als er een baby komt?’

Zeker is, dat de lessen die mevrouw Pasgeld indertijd op de Pedagogische Academie volgde om haar onderwijsbekwaamheid te verwerven, niet voorzagen in het antwoord op deze vraag. Het lijkt er dus op, dat het onderwijzend personeel, ondanks alle sturing, bijscholing, opredderingscusussen, hulp en bijstand, er toch een geheel eigen verantwoordelijkheid op na dient te houden.

Nog een paar vragen (zonder ergerlijk commentaar van mezelf).

‘Als je gevrijt hebt en je hebt geen baby, wat is er aan de hand dan?’

‘Wat is een condom?’

‘Als een vrouw geen baby wil en ze is in verwachting, wat doet ze dan? Wat doen ze met de baby?’

Wat had ik graag bij al die lessen achter in de klas gezeten om de antwoorden van mevrouw Pasgeld te horen. Helaas. Die antwoorden zijn voorgoed verdwenen in het licht der vergetelheid. En dan die enveloppe dus. Met vragen over niet-seksuele dingen. Opmerkelijk is, dat de afzenders hier vaak hun naam wél onder vermelden.

‘Juf. Hoe komt het, dat jij blond bent en ik bruin?’

‘Juf, hoe is got geboren?’

‘Juf, hoe konden de mensen van vroeger praat?’

‘Juf, hoe is een moeder geboren?’

‘Juf, mag ik zoms de bord uitvegen?’

‘Hoe kuikentjes uit de ei? Dat wil ik graag weten.’

‘Juf, hoe kom dat u een juf bent?’

‘Juf. Hoe is god? Is het een meisje of een jongen?’

‘Waren er vroeger, toen mijn opa een aap was, toch huizen?’

‘Juf, wie ontdekte de bromfiets?’

‘Juf, hoe is got geboren?’

Op de een of andere manier denk ik, dat kinderen die dit soort vragen durven stellen, straks veel meer weten over de wereld dan ik ooit gedaan heb. Maar misschien weet u meer? Vraag naar hartenlust: julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann