Duitse generaal roemt Nederlandse vlieger in strijd om Ockenburg

Den Haag kende diverse vliegvelden in de nabije omgeving waar de Duitsers in 1940 gebruik van maakten toen ze Nederland binnenvielen. Ypenburg, Valkenburg en Ockenburg waren door de Duitsers ‘uitverkoren’ om door grootschalige landingen snel op te rukken naar de Residentie. Het liep allemaal niet zo gemakkelijk.

Het vliegveld Ockenburg had de grootte van slechts enkele sportvelden en was gelegen aan het einde van de Machiel Vrijenhoeklaan. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog dropten zware Duitse transportvliegtuigen Junkers-52 (JU-52) vele honderden valschermspringende soldaten om de luchthaven in te nemen. In tegenstelling tot Ypenburg en Valkenburg, was het niet de bedoeling van de Duitsers om Ockenburg te bombarderen. Weldra was het vliegveld in Duitse handen, doch van alle kanten omsingeld door Nederlandse soldaten. Inmiddels stonden vele tientallen JU-52’s geparkeerd op het luchthaventerrein om zwaar materieel uit te laden om aan de opmars te beginnen.

Tegenaanval
Om ruim 7.15 uur gaf het Commando Luchtverdediging in Den Haag aan drie Fokker-toestellen type T-5 de opdracht om het vliegveld Ockenburg te gaan bombarderen. De piloot van bommenwerper 862 was eerste luitenant J.R. Metzlar (1911-1980). In 1947 schreef hij zijn bevindingen op om zijn bijdrage aan de geschiedschrijving te geven. Ofschoon Metzler als oudste officier het commando kreeg, verzocht hij piloot Gerard Ruygrok van de T-854 om als voorvlieger de richting aan te geven. Reden hiervoor was het feit dat Ruygrok Hagenaar was en de situatie ter plaatse beter kende. Het bombardement moest met maximale zekerheid en precisie worden uitgevoerd.

Vanaf vliegveld Ruigenhoek bij Noordwijkerhout vloog het trio via de Noordzee naar Hoek van Holland om van daaruit naar Ockenburg te vliegen. De beloofde Engelse jachtvliegtuigen die voor ondersteuning zouden zorgen, bleken niet gekomen. De drie simpele, lichtmetalen en open bommenwerpers moesten in hun eentje de aanval inzetten. Hemelsbreed was de afstand van de Hoek naar Ockenburg zo’n tien kilometer. Ze vlogen op een hoogte van 1200 meter met een snelheid van zo’n 300 km per uur. Vanuit de lucht waren de gelande vliegtuigen op Ockenburg goed waar te nemen.

Precies op tijd lieten de 856/Knage, 854/Ruygrok en 862/Metzlar hun bommen vallen. Binnen enkele minuten was de klus geklaard. Tegen 8.00 uur hadden 26 vliegtuigbommen van 100-kilo hun doel getroffen. Verschillende JU-52’s werden diverse malen geraakt. Volgens Metzlar waren zeker ’28 machines totaal vernield en brandden uit’, zoals dat vanuit de lucht goed waarneembaar was.

Beloning
Na gedane arbeid namen de drie vliegtuigen, waarop een grote oranje driehoek onder de vleugels was geschilderd, een duikvlucht en keerden terug richting Ruigenhoek. Toen ze boven het Bezuidenhout vlogen, werden ze door Nederlands afweergeschut, dat stond opgesteld in het VUC-stadion, onder vuur genomen. Een dramatische gebeurtenis. “Gelukkig misten die stommelingen hun doel, maar anders waren we door onze eigen Nederlanders alsnog naar beneden gehaald”.

1947
Enkele jaren nadat de oorlog was afgelopen, ontmoette Metzlar, de Duitse generaal Kurt Student (1890-1978), de grote man achter de luchtlandingstroepen die de Residentie moesten bezetten en het verdere westen.

De generaal en Metzler spraken over Ockenburg. “Waar kwam u plotseling vandaan met die drie onbeschermde bommenwerpers?”, vroeg de generaal. Hij prees de moed van deze vliegers en schreef op een boterhammenzakje speciaal voor Metzler: “Aan de vroegere, dappere Nederlandse vlieger-tegenstander van Ockenburg ter herinnering! Avegoor 13.4.1947 Kurt Student, Kolonel-Generaal.” Dat was uitermate sportief!

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann