Tegen melancholijck bloet en veele opgeblaesene Winde. Maar ook tegen Coors en Hoest

Niks geen voorschriften van de huisarts. Een paar honderd jaar geleden brouwde men gewoon zelf recepten. De meeste daarvan bestreden verschillende ongemakken tegelijk. Baatte het niet, het schaadde evenmin.

Voor me ligt een van de mooiste boekjes die ik heb. Het is gebonden in ezelsbloot (ongelooid perkament) en kan met een flapje en een leren touwtje worden dichtgebonden. Het bevat een zestal met de hand geschreven deeltjes vol recepten voor van alles en nog wat. En een gedrukt deel van 60 bladzijden, eveneens met recepten. Het gedrukte deel stamt uit 1726 en is getiteld ‘Den Troost der Armen, behelsende lichte en souvereyne Remedien tegen verscheyde Siekten, Wonden, Geswellen ende andere qualen des Lichaams van den Mensch. Het geschreven deel is waarschijnlijk de basis geweest voor het gedrukte deel en is nog ouder.

Het kost even wat moeite om je ertoe te zetten, maar als je er eenmaal in verdiept bent, is het puur genieten. Alleen al de taal die wordt gebezigd, is zonder meer prachtig.

Het eerste deel bevat recepten waar wel bij staat waar ze voor dienen en wanneer je ze in moet nemen, maar niet hoe je ze moet maken.

Spiritus cardanicus, bijvoorbeeld. Dat is ‘ene sonderlinge spiritus om het Herte en de Leevensgeeste te verstercken als ymant benauwt is, uyt den sweetgaaten leckt, aen opgeblaesentheden lijt of voller winden zit’. En alsof dat niet genoeg is, is het ‘ook dienstig voor iedere complexie des menschen sonder onderscheijt’.

En dat gaat dan zo’n veertig recepten door.

Voor de Koortse, voor de Colijck, voor de vervuijlingen der Longen, voor de oovervloedigen vloet der Vrouwen. Hoest. Verstuijckte enkels, steecken der zijde, ’t bloeden der Ambeyen, noem maar op.

Voor gebruyck dient men de geneesmiddelen in doses van 10 tot 80 droppen in weynig warm wijn of bier te vermengen en op te drinken gedurende alle 8 daegen in de verandering des Maen.’

Karpers vangen
In het tweede deel volgen 61 recepten voor ‘onderscheidene quaalen der Paarden’. Nooit geweten dat paarden zo kunnen lijden. Alleen al de namen van de paardenziekten van weleer stemmen tot bezinning: Droes. Steengal. Quaade oogen, Bolspat. Moek. Worm. Schiethakken. Overal is wel een medicijn voor. Maar ook als het ‘bloet pist of nooit pissen kan’, ‘een verstuyckte Koot heeft of een gad krijgt waaruit ’t Leewater loopt’ is wel een remedie.

Het derde deeltje bevat recepten om textiel geel, lichtblauw, Charmosienrood, zwart en Orange te verven benevens aanwijzingen om die stoffen weer als nieuw schoon te maken.

Verder worden de ingrediënten voor scheerzeep, schoensmeer en inkt vrijgegeven en wil ik u de bestanddelen om ‘Carpers met den angel te vangen’ niet onthouden:

1 pint paardeboonen

3 vingerhoed vol anijszaad

3 vingerhoed Colliander (fiengestooten)

Alles met bier opstoven en de bonen vervolgens enige dagen in de honing leggen. Een dergelijke boon aan het haakje is dan voor zo’n Karper onweerstaanbaar.

En witvis schijnt altijd te happen als je deeg maakt van ‘sieroop, bloet en brood’. Het is maar, dat u het weet.

De kookrecepten in het vierde deeltje ga ik hier niet allemaal opsommen.

Maar als u wilt weten hoe ze 300 jaar geleden Caneelwafeltjes, Hoerekoekjes, Schoenmakerstaart, een papjen voor een Zieke, Nonnekoekjes, Haarlemmer halletjes, Roma Kintjes en Morellen in het zuur maken, mailt u maar naar julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Voor een quaaden Keel
Wel wil ik hier, in dit koude jaargetijde, nog wat recepten voor de Hoest of een quaaden Keel verstrekken:

Rode rozen en Flierbloemen, getrokken als Tee, onder een halve Vles van dit aftreksel te mengen met:

¼ lood Salprunella

2 lood Roosenhoning

En daarmee te gurgelen.

Waarbij het misschien handig is om te weten dat een lood destijds 1/32 pond woog.

En als dat niet helpt is er (ook voor den hoest, al was deselve nog zoo sterck):

2 handen Gerst

½ lood lange Rozijnens (de Correls daaruit gedaan)

½ lood vijgen (doorgesneden)

1 stuiver zoethout (platgeslagen)

1 stuiver anijszaad (de Stof daaruit gewaayt)

Dit alles te zaamen laaten kooken in vier kanne reegenwaater of Rijvierwaater tot op de helft en dat de garst begint te barsten.

Doet ’t dan door een doek en laat ’t nat vervolgens kooken met ½ lood CanarijZuijker en ¼ lood bruijne Candy totdat het een Siroop word.

En daarvan gelickt van tijd tot tijd.

Gezondheid! En dat de hoest spoedig moge wijken.

Walnootdoppen
Tenslotte, want je weet maar nooit, nog een recept tegen ‘Seere tepels’ en een tegen ‘Stuipies’.

Seere tepels:

Men neemt een stukje ordinaar of kattegom in de mont en laat ’t door het speeksel geheel afsmelten. Dan spogt men ’t selve in een kopje totdat men soveel heeft als men oordeelt nodig te hebben. Dan neemt men een weinig Robulus (cement) en roert dat daarin, maakt het tot een Zalfjen en smeert ’t op de Tepel met een veertjen of penseeltjen. Neem dan twee halve doppen van een walnoot (van binnen schoongemaakt) maakt een gaatje daarin en zet die op de tepels.

Hoelang iemand dan met die walnootdoppen op de tepels dient rond te lopen, vermeldt het recept niet.

Maar vermoedelijk zal de lol daar vanzelf wel van afgaan.

‘Stuipies’
Men neemt patrijzenpooten, maar die moeten levendig afgesneden worden en dan gedroogt en tot pulver gestooten.

Dan twee vingerhoeden vol van deze patriesenpootenpulver op twee teekopjes kruijsmuntwaater en een Copjen Lindenbloesemwaater zaamen in een vlesjen geset.

Als u nog behoefte heeft aan aanwijzingen ter bestrijding van poxkens, de Kouwe Pis, het Vliegende Etter, het Wilde Vier, de Snick, het Graveel, het Bloen, melancolijck bloet of opgeblasene winden, mailt u naar
julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann