Citroën 2CV

Wat ik altijd een verschrikkelijke auto heb gevonden is de Citroën 2CV of de Eend. Zo’n partij blik! Ook in die tijd vond ik er alles even gammel uitzien. Typisch Frans, zult u zeggen, maar juist daarom.

Neem nou die bumpertjes van dun metaal. Die dunne makkelijk beweegbare motorkap, die mij toen al deed denken aan die golfplaten daken van een willekeurig fietsenhok. Deuren met een dikte van twee centimeter met daarin een klapraampje dat regelmatig uit zijn slotje viel op je linkerarm. Een achterklep van dezelfde deurkwaliteit en alles was kaal, kaal en nog eens kaal. Stoelen van een buizenframe, met daartussen een dun hangmatje waar je wat vreemd in wegzakte. Je kon ze er uit halen en dan kon je naast je Eend gaan zitten in het kader van bermtoerisme. Nou, mij niet gezien.

Dat grote ronde metalen stuur, dat veel te plat stond, zodat je er nooit lekker achter kon zitten, zeker niet met die wegzakkende stoeltjes. Een dashboard, dat die naam echt niet mocht dragen en een stangetje rechts aan het stuur voor de richtingaanwijzers en een stangetje met draaihendel voor de verlichting, waar je ook op kon drukken voor de claxon. Nou, ja. Claxon? Klein Ronis-sleuteltje voor in het contactslot, rechts van de snelheidsmeter met daarop de choke en de starter. Het schakelhendel was een zeer opvallend en apart duw-, trek- en draaigeval, wat leek alsof je met een paraplu in de weer was. Ventilatie was ook een groot woord, want je schoof en horizontale klep onder de voorruit open en via wat kippengaas kwam er wat lucht binnen. Het – o zo geroemde – open dak, was het onhandig oprollen van een wat dikkere tafelzeilkwaliteit. De deuren hadden binnen een schuifje, waarmee je het lichtgewicht blikje kon ontgrendelen en het geheel was onbekleed zonder armsteun of iets dergelijks.

Na het starten hoorde je een typisch ronkend ‘Eendgeluid’ en het optrekken vroeg toch een bepaalde handigheid. Ik zie mijn leraar Frans, meneer De Zoete, op de Van Hoogstratenschool in de Spaarwaterstraat nog gaan richting de Soestdijksekade, waar hij woonde in zijn lichtblauwe Eend.

Sturen was meer sjorren aan het relatief zwaar sturende stuur en bochten waren natuurlijk helemaal een drama, want bij een sportieve rijstijl – voor zover mogelijk – hing je in de bocht bijna op één oor en zat de passagier zowat op je schoot. Parkeren was ook geen pretje, zonder enig overzicht en veel Eenden waren dan ook gehavend aan de wielkasten en de bumpers.

Op de snelweg was je dan ook een gevaar op de weg voor je medeweggebruikers, want voor het inhalen van een vrachtwagen had je een kalender nodig in plaats van een stopwatch. Kortom, u merkt het al, ik vond die Eend helemaal niks en nog eigenlijk niet, maar nu heeft hij voor mij toch wel wat emotionele waarde, gezien de talloze herinneringen aan ‘vroegah’.

John Vroom (autojournalist)
johnvroom@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann