Geschiedenis van Uitgeverij Bokstijn

In 1928 begon Adriaan F. Bokstijn een uitgeverij in voordrachten en schetsen, nadat hij eerst twee jaar bij zijn vader, Jan Bokstijn, op de Vaillantlaan 127 had gewerkt. Deze samenwerking was geen succes. Hij was toen 20 jaar en begon met het kopen van teksten van schrijvers zoals Wouter Loeb en Maup Biemans, die veel kindervoordrachten schreef.

De boekjes werden gedrukt bij een kleine drukkerij in de Rembrandtstraat in Den Haag waar de drukpers en de letterbakken in de voorkamer stonden. De familie woonde in de achterkamer en sliep in de uitbouw achter het huis. Het zetsel was niet van goede kwaliteit. Waarschijnlijk was het zetsel van een andere drukkerij overgenomen. Het drukwerk zag er niet strak uit met rechte balken van het zetwerk op de omslag. Na 1945 werden de rechten van Adr. Smit voordrachten overgenomen van de uitgeverij Van Tuinstra in Rotterdam. Het probleem hiervan was dat door het bombardement op Rotterdam alle teksten verloren waren gegaan. Met veel vragen en zoeken is het grootste deel weer boven water gekomen. Deze voordrachten waren allemaal met muziek. In de jaren zestig kwam mijn vader er achter dat een leuke omslag met een tekening de omzet wel zou kunnen verhogen. Daarom werd J. Meijer aangenomen om alle herdrukken van een leuke tekening te voorzien. Hij is dat tot het einde van de uitgave (omstreeks 1975) blijven doen.

Zelf ben ik (Hans), toen ik op mijn vijftiende van school kwam, ook in de zaak gaan werken. Mijn eerste taak was om met mijn oude schooltas, die gevuld was met van elke voordracht een exemplaar, het land in te gaan. Met de trein ging ik tweemaal per jaar van Groningen tot Eindhoven en van Den Helder naar Arnhem om winkels met feestartikelen te bezoeken en mijn voordrachten aan de winkeliers te verkopen. Later gebeurde dat met mijn tien jaar oude Renault 4. Door de omzetstijging moesten er steeds meer herdrukken gemaakt worden. Aangezien wij naar een echte drukkerij gegaan waren, werd dat steeds duurder. Mijn vader kwam toen op het idee om het binnenwerk van de schetsen zelf te gaan stencilen. Er werd een nieuwe schrijfmachine met een brede wagen gekocht en een stencilmachine waarvan hij dacht dat ik daar wel mee om zou kunnen gaan. Het lukte mij inderdaad, maar mooi was het niet. In die tijd hadden veel bedrijven een stencilmachine en viel het niet zo op dat het er niet strak uitzag. Toen de fa. Gestetner met een kleine offsetmachine uitkwam, werd de stencilmachine direct ingeruild voor deze. Dat was het helemaal. Ook werd er een machine gekocht die offsetplaten kon maken en een snijmachine om papier op A4-formaat te kunnen snijden. Het was veel goedkoper om grote pakken papier te kopen en die zelf te snijden. Er werd in die dagen niet op tijd gelet. ‘Ga jij maar even bij Gestetner kijken hoe het moet, dan kan jij dat ook wel!’ En zo werd ik van de ene op de andere dag offsetdrukker. Het resultaat was erg goed en zag er beter uit dan het stencilwerk. Het ging goed tot het moment dat mijn vader zei dat ik ook de omslag wel kon drukken. Dat was geen succes en het is ook maar bij een paar nummers gebleven. De inkt zat overal behalve op het papier. De omslag was dan ook niet getekend, maar door mijn vader zelf in elkaar geplakt waarna er een offsetplaat van gemaakt werd. In de zestiger jaren kwam er vraag naar nieuwe voordrachten. Waar haal je die zo snel vandaan? Nu had mijn vader ooit een schets –no. 74 Het Spookhuis- geschreven onder de schuilnaam Ab. Frederichs. Het was het proberen waard. Hoe ging dat in zijn werk? ’s Nachts kreeg hij het idee voor een nieuwe schets. Hij schreef die dan in het donker ergens op om mijn moeder niet wakker te maken. Daarna had hij wel vier dagen nodig om te ontcijferen wat hij in het donker had opgeschreven. In die tijd waren er nog twee bekenden die iets voor ons hebben geschreven. No. 77 Blijspelen in zakformaat werd door een achterneef van mijn vader, Peter Roeleven, onder de schuilnaam Peter R. geschreven. No. 86 Rijmkroniek van Sinterklaas werd onder de schuilnaam Jover door Joop Verdouw, die later ook de zaak van mijn opa op de Vaillantlaan heeft overgenomen, geschreven. Beiden waren vrienden van mijn ouders.

Toen mijn vader de smaak van het schrijven te pakken had, kwamen er achter elkaar nieuwe schetsen onder een schuilnaam op de markt. Er zijn bijna vijfentwintig nummers door hem geschreven wat hem heel wat nachtrust gekost heeft. Eind jaren 60 liep de verkoop flink achteruit. Hadden wij in die tijd nog driehonderd verenigingen in ons systeem staan, het aantal liep in het begin van de zeventiger jaren terug tot dertig stuks. De oorzaak van de terugloop was de televisie. Eerst had elk bedrijf, school, ministerie, buurt- en tuinvereniging een groep leden die wilden toneelspelen. Ook de bruiloften met de voordrachten waren ten dode opgeschreven, omdat de bruiloft zich van de feestzaaltjes waarvan er in Den Haag vele waren, zich verplaatste naar restaurants met een diner voor de familie. In zo’n restaurant ga je je niet zo snel verkleden om je schets voor te dragen. Na het overlijden in 1971 van A.F. Bokstijn is er nooit meer een herdruk gemaakt van de voordrachten. Erger nog, om ruimte te maken voor artikelen die wel goed verkochten, hebben wij meer dan 2000 kilo moeten vernietigen. Maar gelukkig hebben wij van alle nummers die op dat moment nog in voorraad waren enkele exemplaren van de vernietiging kunnen redden. Als er vroeger een klant binnenkwam die om Isidoor Augurkie vroeg, dan pakte je no. 1022 van Adr. Smit en ging hij tevreden naar huis. Wanneer dat nu zou gebeuren kijken ze elkaar achter de toonbank aan en zeggen ‘U moet bij de supermarkt verderop zijn’, want tegenwoordig weten ze hier niets meer van af.

Hans Bokstijn
jbokstijn@live.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann