Ford Capri

Met heel veel genoegen kijk ik altijd terug op het autojaar 1965, want toen gebeurde het allemaal voor mijn gevoel.

Ik was toen 14 jaar en het was net of alle automerken in dat jaar hun mooiste modellen ooit hadden in mijn beleving. Helemaal briljant en nooit meer vertoond was het besluit van Ford om een droomauto te ontwikkelen die betaalbaar was voor de ‘gewone man’, de Mustang. Een ongekend succes in Amerika en daarbuiten. In Europa werd dat door de vrij behoudende fabrikant Ford en Opel vertaald in de Capri en de Manta. Mannen van middelbare leeftijd voelden zich ineens weer jong met deze betaalbare en sportief ogende auto’s. Over die Ford Capri wil ik het deze keer even hebben. Hilarisch eigenlijk als ik er aan terugdenk, want de meest sullige mannen die normaliter in een niks-aan-de-hand Taunus of Escort reden, voelden zich ineens Casanova’s achter het stuur in een Capri. Meestal in de kleur koperbruin of donkergroen, met van die suffe wieldoppen, maar dat terzijde. Een unieke marketingstunt. De Capri oogde uiterst sportief met die lange lage neus, korte kont en die fraaie raampartij aan de zijkant. Het interieur was in feite niet anders dan dat van de Taunus, met hetzelfde dashboard en stuur, maar wat maakte het uit want het ging om het uiterlijk. ‘De boekhouders droom’, zou ik bijna zeggen, want dat was de tegenstrijdigheid met deze sportief ogende Capri en haar uiteindelijke berijders. En inderdaad, ik liep in die jaren stage bij het Districtskantoor van de AMRO Bank in Rijswijk en een financiële man daar, zijn naam ben ik even kwijt, single, rond een jaar of 50, kocht een roestbruine metallic Capri. Grappig is dat iedereen hem nog steeds kent. Ook grappig was de tegenstrijdigheid tussen de twee partijen. De Ford Capri rijder en de Opel Manta rijder. Zoiets als de Ajax fan tegenover de Feyenoord fan.

Typisch Ford
Zelf stond ik altijd in dubio tussen de geweldige sportieve uitstraling van de Capri en de wat sukkelige doorvertaling van het standaardinterieur. Als je echt gek wilde doen, dan koos je hem in de kleur geel met een zwart rubberen dak, maar dat werd al snel ordinair in plaats van sportief. Het interieur zag er op zich niet verkeerd uit. Fraai gevormde stoelen en een goed gevormde achterbank. Het dashboard zag er strak uit. Achter het wat te hoog staand, beetje te schuin naar het midden gericht eigentijdse stuur een drietal duidelijke klokken in een nephouten omlijsting wat tuimelschakelaars en een drietal schuifjes voor de koeling en de verwarming. Keurig middenconsole met asbak en aansteker en een kort versnellingspookje. Keurig clean en strak en typisch Ford. De versnellingspook had ook iets vreemds. Het leek wel of het geheel iets naar rechts gekanteld was, waardoor de 1 iets hoger lag dan de 3, als u begrijpt wat ik bedoel. Achterin twee uiterst kleine asbakjes die je uit de zijkant kon draaien. Verbazingwekkend dat er niet meer binnenbrandjes zijn ontstaan in die tijd. Op zich reed de Capri prima afhankelijk van de gekozen uitvoering. Schakelde lekker, goed stuurgedrag en een wat rauwe motor. Onder de achterklep toch nog voldoende bagageruimte. Kortom een hele leuke sportief ogende Ford die zijn gelijke niet meer gekend heeft sinds 1965.

John Vroom (autojournalist)
johnvroom@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann