Het Den Haag-gevoel van Bart Chabot verdwijnt nooit

Schrijver Bart Chabot behoeft geen verdere introductie. In militaire dienst al in de jaren zeventig geeft hij zijn non conformistische gedichten in boekvorm uit. Vele dicht- en verhalenbundels volgen. Maar de sympathieke Hagenees breekt definitief door met z’n biografie over zanger en kunstenaar Herman Brood, die maar liefst vier boektitels beslaat. Hij wordt zo de rock ’n roll-schrijver bij uitstek. En natuurlijk zijn daar de levendige televisieoptredens. Geen televisieprogramma immers waar Bart niet te zien is. Een graag geziene gast, die altijd weer voor een positieve noot zorgt.

Toch kent zijn leven een keerzijde. Zes jaar geleden wordt een brughoektumor bij hem geconstateerd. Een mindere periode volgt. Tevens een periode van bezinning besluit hij het serieuzer aan te pakken en zich meer te gaan richten op zijn schrijverschap. Bart krijgt plots haast in het leven. Hij wil en moet nog veel schrijven. Het resultaat mag er zijn. Vorige maand verscheen zijn tweede officiële roman ‘Easy Street’. En, belangrijk voor deze krant, het boek speelt zich voor een groot deel af in Den Haag. Tijd daarom voor een serieus onderhoud met de man die tegenwoordig nog sneller schrijft dan hij spreekt.

We hebben voor dit interview aanvankelijk afgesproken op de vroege ochtend in Café De Posthoorn. Aangezien de Posthoorn om tien uur nog niet open is, verplaatsen we onze afspraak naar een andere locatie. Het Carlton hotel bij Plein 1813 is natuurlijk ook niet slecht. “Een fijne plek ook om even rustig met elkaar te praten en bovendien, de truffels zijn hier bijzonder lekker”, zegt Bart.

Chez Brood
Zijn nieuwste boek is zojuist verschenen en de reacties zijn overwegend positief. “Als zo’n boek net uit is, zweef je een beetje”, zegt hij. “Het is gewoon een heerlijk gevoel. Blijft toch iets waaraan je lang hebt gewerkt.”

En er is meer goed nieuws! Gisteren werd bekend dat de musical over Herman Brood, waarvan Bart het script schreef, maar liefst negen nominaties voor de Musical Awards heeft gekregen. Onder meer voor beste script en ook hoofdrolspeler Owen Schumacher, die Barts personage op briljante wijze gestalte geeft, is genomineerd. “Dat is best kicken, hoor”, zeg hij triomfantelijk. “Wij zijn maar een kleine productie, vergeleken met het zware geschut van Van den Ende en Verlinde, dus wat mij betreft mogen de champagneflessen alvast worden ontkurkt. Los van het feit of we die nominaties allemaal gaan winnen of niet, voor mij kan het nou al niet meer stuk. Belangrijker misschien wel is, dat er door dit succes wellicht een vervolg komt op ‘Chez Brood’. Ik heb het script al klaar”, zegt hij met een big smile.

Niet alleen het script voor een volgende Brood-musical ligt al klaar, maar ook een nieuwe roman staat al helemaal in de steigers. “Heb je ‘m al af dan?”, vraag ik hem verbaasd. “Yep. Een paar dagen geleden ingeleverd bij mijn uitgever De Bezige Bij. Maar vergis je niet hè, het duurt nog wel even voordat die wordt uitgegeven. Er moet sowieso altijd een jaar tussen zitten. Het blijft een heel proces, zo’n boek. Je schrijft het, levert in, en dan pas begint het hele circus. Je kunt je bijna niet voorstellen hoeveel redacteuren er nog overheen gaan. Lezen, herlezen, redigeren, verbeteren en vooral flink inkorten. Je kan nog zo goed zijn, elke schrijver heeft een redacteur nodig”, verzekert hij me. “We leven in een snelle tijd, alles moet korter, anders raak je de lezer kwijt.”

Voor Bart is kort en snel schrijven geen probleem. Wat dat betreft heeft hij veel opgestoken bij collega’s en vrienden Jan Mulder, Ronald Giphart en vooral bij wijlen Martin Bril. De vriend die hij bovenal nog steeds erg mist. Die laatste was het ook die Chabot erop wees om meer met zijn schrijverstalenten te gaan doen. “Dat heb ik inderdaad te danken aan Martin, moet ik eerlijk zeggen. ‘Chabot!’, riep Bril dan luid: ‘Ga verdomme eens meer met je leven doen dan die stomme televisieoptredens van je. Ga schrijven man! Dat kun je namelijk als de beste.’ En ja, heel soms wil deze jongen nog weleens naar zijn vrienden luisteren”, zegt Bart met een knipoog.

Het was dus niet tegen dovemansoren gezegd: ‘a change of life!’ Vanaf dat moment gooit hij het roer definitief om en gaat zich serieus bezighouden met het schrijverschap. Dat vergt hier en daar wat aanpassingen, maar langzaam aan krijgt Bart daar toch steeds meer vat op en ontpopt hij zich tot een ware romancier. Met dien verstande dat je de Brood-boeken toch eigenlijk ook wel een beetje als romans kan lezen. Schelmenromans, zeg maar. Of, zoals ik ze zelf altijd omschrijf: ‘De Ik Jan Cremers’ van de jaren negentig, zeg ik hem.

“Grappig dat je er zo over denkt. Weet je, Frans”, vervolgt hij, “zelf zie ik dit ook wel zo’n beetje. In die boeken zit de stijl die ik nu ook hanteer. Ik werk vanuit een basisidee, maar de plot ligt wel vast. Amerikaanse schrijvers als Elmore Leonard en Hunter S. Thompson zijn grote inspiratiebronnen voor mij. Korte zinnen en uptempo. Daarnaast schrijven ze beiden heel filmisch. Dat probeer ik in mijn romans ook. Ik wil simpele woorden gebruiken. Geen mooischrijverij met uitgebreide en lange gekunstelde zinnen, maar woorden die in het alledaagse leven veel voorkomen. Deur, fiets, kraan, raam, kaas, jam en hemd, om maar eens wat wat te noemen. En die woorden dan ook vaak laten terugkomen. Gewoon simpel en duidelijk daarin zijn. Wel wil ik de Amerikaanse stijl combineren met de Europese, die wat minder snel is. De Europese stijl heeft meer oog voor karakterontwikkeling en bouwt het beter op, vind ik. De dynamiek, dat is het duidelijke verschil tussen die twee. Uiteindelijk moet je zo de perfecte roman creëren. Even voor de duidelijkheid: zie mijn romans niet als literaire thrillers. Dat predikaat vind ik een beetje uitgehold. Wel wil ik mijn verhalen een twist meegeven; het spannend maken, zodat de lezer geboeid blijft en het boek niet snel weglegt. Zelfs niet als ‘ie wil gaan slapen. Aan het eind van de rit wil ik dan de boel laten kantelen.

Het Den Haag-gevoel zit diep
“Hoe zit het trouwens met het Den Haag-gevoel?”, vraag ik Bart terloops. Wat is zijn verwantschap met deze stad? “Mijn laatste twee boeken spelen zich af in Den Haag. Ik ken Den Haag op m’n duimpje. Ik woon er al 62 jaar en ben dus eigenlijk Den Haag. Het gevoel zit diep. Ik hou van de stad en zou er zo gemakkelijk vier romans over kunnen schrijven. Den Haag is zo groot, dat wil je niet weten. En waarom zou ik over steden schrijven waar ik nog nooit ben geweest? Ja, Oslo in Noorwegen, daar ben ik inmiddels nu vier keer geweest. Prachtige stad. Een deel van ‘Easy Street’ speelt zich daar ook af. Ik moet ook in een stad geweest zijn om erover te kunnen schrijven. New York, waar ik pas ben geweest, speelt een rol in mijn aankomende roman.

Nog even een sprongetje maken naar vroeger, ging Bart in die tijd toen veel uit in Den Haag? “In de jaren zeventig, voordat ik mijn vrouw Yolanda ontmoette, woonde ik in een appartement aan de Van Alkemadelaan, bij een heuse hospita. Leuke tijd. Toen ging ik best wel veel stappen, ja. Maar ik kwam voornamelijk in cafés, niet in disco’s. Een liefhebber van het dansen was ik echt helemaal niet, vandaar. Ik was meer een kroegtijger. Dat was ook de periode dat ik nog weleens een drankje dronk, om het maar even zo te zeggen. Ik kwam veel in De Posthoorn, 2005, de Pijpela en in een andere tent die was gevestigd op het Noordeinde en waarvan ik me de naam absoluut niet meer kan herinneren. Daar kwam overigens wel heel apart volk, zoveel weet ik nog wel. Mijn uitgaan was in die tijd dus meer geconcentreerd rondom het Lange Voorhout. Later, in de periode met Herman Brood, ging ik samen met hem op kroegentocht in Amsterdam. Die avonturen heb ik uitvoerig beschreven in de Brood-biografieën.”

The Stones
Natuurlijk wil ik van Bart als doorgewinterde Stones-fan ook nog even weten of hij net als velen ook zo razend enthousiast is over ‘Blue and Lonesome’, het nieuwe album van de mastodonten van de rock ’n roll! “Absoluut”, zegt hij. “Steengoed album, één van hun beste. Lekkere oude blues. Back to the roots. Nu nog een album met nieuw eigen materiaal en ik ben helemaal een gelukkig mens.”

Met de aanstaande verkiezingen in zicht, wil ik het tenslotte met Bart toch ook nog even over zijn periode als politiek redacteur van het Haagse Binnenhof hebben. “Ja, hahaha, dat was een leuke en leerzame periode. Zekers. Nee, joh. Ik ben er nu wel definitief achter dat politiek niet aan mij is besteed. Maar ik heb het wel met veel plezier en met een enorme drive gedaan. En ik heb er een aardig boek, ‘De Patatbalie’, aan overgehouden. Het was elke week weer een aardige uitdaging om daar verslag van te doen bij Pauw & Witteman. Heel veel gelachen. Maar het kwartje viel pas echt toen makker George Kooymans me erop attendeerde en bijna net als Martin Bril riep: ‘Jezus, Bart, ga eens wat doen met je leven man, in plaats van achter al die achterlijke gasten aan te lopen. Dit slaat werkelijk helemaal nergens op!’ Hij had gelijk, die George. Ik ben toch meer die jongen van de rock ’n roll.”

Bart heeft echte vrienden. Zoveel is wel duidelijk.

Frans Limbertie
frans.limbertie@yahoo.com

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann