Raadspensionaris aan de vergetelheid ontrukt

Welke Hagenaar zegt de naam Anthonie van der Heim iets? Voor velen zal hij een grote onbekende zijn, met uitzondering waarschijnlijk van de bewoners van de Van der Heimstraat die loopt van de Frederik Hendriklaan naar de Johan van Oldenbarneveltlaan. Wie was deze man en wat was zijn betekenis voor Den Haag? Op die vraag is onlangs een uitgebreid antwoord gekomen met het verschijnen van het proefschrift van de historicus Wim Dral (1955), die met deze politieke biografie van Anthonie van der Heim de doctorstitel aan de Rijksuniversiteit Leiden verwierf.

De familie Van der Heim is afkomstig uit het plaatsje Hamm in Westfalen. In de loop van de zeventiende eeuw zien we verschillende leden van de familie opduiken in Delft, Schiedam en Leiden. De vader van Anthonie van der Heim – die ook Anthonie heette – groeide op aan de Koornmarkt in Delft. Hij schreef zich in 1673 in aan de juridische faculteit in Leiden, maar voltooide zijn studie aan de universiteit van Harderwijk. Deze universiteit had een dubieuze reputatie.

Het verhaal ging dat men in Harderwijk naast bokking en bosbessen ook bullen kon kopen. De carrière van vader Van der Heim heeft hier echter niet onder geleden. Integendeel, want Van der Heim sr. werd achtereenvolgens o.a. havenmeester in Delft, hoogheemraad van Delfland, raadsheer in de Hoge Raad en rekenmeester van de domeinen van Holland. Zijn huwelijk met Catharina Heinsius, zuster van de latere raadpensionaris Anthonie Heinsius, zal niet vreemd zijn geweest aan deze succesvolle loopbaan. Begin jaren negentig van de zeventiende eeuw verhuisde het echtpaar van Delft naar Den Haag en huurde een woning aan het Lange Voorhout. Uit onderzoek van de auteur is gebleken dat Van der Heim hoogstwaarschijnlijk het woonhuis Lange Voorhout 42 heeft gehuurd. Nu is de Zwitserse ambassade in dit pand gehuisvest. Het Lange Voorhout was ook toen al een voorname laan, waar vooraanstaande families woonden die veelal nauwe banden onderhielden met de Oranjes, zoals de families Bentinck, Van Reede, Hop, Fagel en Doublet.

Op 29 november 1693 werd Anthonie jr. geboren. Hij werd gedoopt in de Nieuwe Kerk. De familie kerkte overigens ook in de Grote Kerk en de Kloosterkerk. Na het doorlopen van de Latijnse School in Den Haag ging de jonge Anthonie in 1709 rechten studeren in Leiden. Bij de inschrijving gaf hij als leeftijd twintig jaar op, terwijl hij in werkelijkheid pas vijftien was. De studie verliep vlot, want al twee jaar later verdedigde hij zijn proefschrift met de indrukwekkende titel Disputatio juridica inauguralis ad Leg.18 C de transactionibus. In 1706 was de moeder van Anthonie overleden en als in 1714 ook zijn vader sterft, is Anthonie de enig overgebleven bewoner van Lange Voorhout 42. Volgens de archieven beschikte hij over één koets met twee paarden, één rijpaard en had hij vier dienstboden in dienst. Bovendien was hij eigenaar van de buitenplaats Delfvliet. Deze buitenplaats bestaat niet meer, maar er zijn bij de aanleg van het verkeersknooppunt Ypenburg wel restanten van de boerderij en het hoofdgebouw gevonden.

Elite van de republiek
Anthonie van der Heim trouwde in 1721 met Catharina van der Waeyen, dochter van een grietman (soort burgemeester) uit Friesland en later lid van de Raad van State. Het gezin Van der Waeyen woonde in een huis aan de noordzijde van het toenmalige kerkhof bij de Grote of St. Jacobskerk. Het jonge paar ging wonen in het huis van Anthonie aan het Lange Voorhout. Dat bood voldoende ruimte en comfort voor het gezin dat uiteindelijk vijf personen zou tellen. De drie kinderen – een jongen en twee meisjes – zouden later, ook door hun huwelijken, een hoge positie bekleden op de maatschappelijke ladder. Zoon Jacob trouwde de dochter van de burgemeester van Dordrecht, werd bewindvoerder van de VOC en uiteindelijk burgemeester van Rotterdam. Als raadsman van stadhouder Willem V was hij niet geliefd bij de patriotten en moest bij de komst van de Franse troepen in 1795 dan ook de wijk nemen. Dochter Catharina trouwde tweemaal. De eerste keer met Jacob Arend baron van Wassenaer en na diens overlijden met Moritz baron Von Voigt van Elspe, kamerheer, hofmaarschalk en opperstalmeester bij Willem V. De jongste dochter Herbertina trouwde met Gerlach Jan Doys van der Does, heer van beide Noortwijken. Deze was o.a. raad in het Hof van Holland en gecommitteerde in de Rekenkamer van Holland. Kortom, de familie Van der Heim behoorde tot de elite van de republiek.

Daar droeg hun financiële welstand in niet onbelangrijke mate aan bij. Hun fortuin werd nog fors uitgebreid met de erfenis die Anthonie ontving van zijn oom Anthonie Heinsius, die in 1720 kinderloos overleed. Zo verwierf hij de kolossale bibliotheek van de oud-raadpensionaris die waarschijnlijk enkele duizenden titels bevatte. Bij het overlijden van zoon Jacob in 1799, die de boekenverzameling van zijn vader had overgenomen en waarschijnlijk verder uitgebreid, kon het totale aantal boeken worden vastgesteld op 4.220. Overigens zou een zoon van deze Jacob – en dus een kleinzoon van Anthonie jr. – in het begin van de negentiende eeuw een voorname rol in de Haagse gemeentepolitiek spelen. Deze Gerlag Jan Herbert van der Heim was namelijk van 1817 tot 1818 en vervolgens van 1819 tot 1820 president van het college van burgemeesters van ‘s-Gravenhage. In de eerste jaren na de Franse overheersing kenden de steden namelijk verschillende burgemeesters die tegelijkertijd in functie waren. Vanaf 1824 telde elke gemeente slechts één burgemeester.

Over hoe het gezin Van der Heim leefde zijn geen bronnen bekend. Wel kan uit het testament dat Anthonie liet opmaken worden afgeleid dat het een goed huwelijk was. Hij noemde zijn vrouw een ‘regtschape moeder die haare kinderen een aeguale (beschermende) liefde toedraagt’. Hij betitelde haar als ‘sijne teder geliefde huijsvrouw’ en had het volste vertrouwen in haar. Onderwijl neemt de ambtelijke loopbaan van Anthonie van der Heim een hoge vlucht. In 1710 – hij is dan nog geen zeventien jaar – wordt hij benoemd tot secretaris van de Generaliteitsrekenkamer, die de betalingen moet controleren van de gewesten aan de Unie. De rekenkamer was gehuisvest aan het Binnenhof op de plaats waar nu het ministerie van Algemene Zaken en het kabinet van de minister-president is gevestigd. Van der Heim toonde zich een kundig financieel ambtenaar en werd in 1727 benoemd tot thesaurier-generaal bij de Raad van State, in welke functie hij Simon van Slingelandt opvolgde, die raadpensionaris werd.

Politieke instabiliteit
Tien jaar later volgde hij wederom Van Slingelandt op, toen hij werd benoemd tot raadpensionaris van Holland, de eerste adviseur van de staten en feitelijk de hoogste ambtelijke functie in de republiek. Zijn ambtsperiode wordt gekenmerkt door politieke instabiliteit en krappe publieke financiën. De verhouding tussen patriotten en prinsgezinden – tot welke laatste groep Van der Heim gerekend kon worden – stond op scherp en ook internationaal waren er spanningen als gevolg van de Oostenrijkse Successieoorlog. Dat alles maakte het ambt van raadpensionaris voor Van der Heim tot een zware last. Zo zwaar dat zijn gezondheidstoestand er ernstig onder ging lijden. Zijn arts prof. Thomas Schwencke – dezelfde die vele jaren later Mozart en zijn zus Nannerl zou behandelen tijdens hun bezoek aan Den Haag – raadde hem aan om te gaan kuren in Spa. Men wist geen andere remedie voor zijn hartkwaal.

Op 12 juli 1746, op de dag dat hij naar Spa zou vertrekken, bracht Van der Heim nog een bezoek aan zijn notaris. Hij wilde zijn testament graag aanpassen en verklaarde aan ‘het Diaconie Armhuijs alhier in den Hage een somme van twaalf duijsend guldens (te schenken)’. Aan zijn vrouw en drie kinderen legateerde hij elk vijftigduizend gulden in effecten. Na het bezoek aan de notaris reisde Van der Heim met zijn gevolg naar Rotterdam waar men zich inscheepte op een jacht naar Geertruidenberg. Op 15 juli inspecteerde Van der Heim de geallieerde troepen in Terheijden en had hij een onderhoud met de prins Von Waldeck. Het zouden zijn laatste afspraken zijn. In de vroege ochtend van 16 juli 1746 overlijdt hij aan een hartstilstand.

De auteur van deze politieke biografie typeert Van der Heim als een deskundig ambtenaar, met name geconcentreerd op de financiële problematiek waarop hij werkelijk goed zicht had. Maar deze ambtenaar wist tevens, met name in zijn jaren als raadpensionaris, in het politieke beleid een centrale positie te verwerven. Anthonie is dus tegelijk ambtenaar en politicus geweest.

De verdienste van deze biografie is dat hiermee een vrijwel onbekende raadpensionaris aan de vergetelheid is ontrukt.

Hans Lingen
hrlingen@gmail.com

Dral, W.J., Tussen macht en onmacht, Een politieke biografie van Anthonie van der Heim (1693-1746)

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann