Jarenlang gevolgd door de geheime diensten

In mei 2017 vieren de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) hun derde lustrum. Samen zijn deze diensten jaarlijks goed voor rond de honderdduizend veiligheidsonderzoeken. Dat betekent dat er in de loop der tijd heel wat mensen worden besnuffeld of in de gaten worden gehouden. Carl Doeke Eisma schreef daarover in De Oud-Hagenaar van 15 november. Hij beschreef de lotgevallen van een tamelijk onschuldige persoon die jarenlang bespioneerd werd. Zelf heb ik als ‘gewone Haagse jongen’ een vergelijkbare ervaring.

Rond 1970 kwam ik erachter dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD, de voorloper van de AIVD) me in de gaten hield. Ik was twintig. Zat op de Sociale Academie. Hing wat rond bij de Socialistische Jeugd (SJ). Demonstreerde tegen de oorlog in Vietnam. Bij een plakactie tegen de massale slachtingen in Indonesië – affiches met als opschrift ‘Soeharto 600.000 vermoord’ – werd ik opgepakt.

Niet veel later riep mijn vader me bij zich. Hij werkte bij de PTT. Hij was gevraagd mee te werken aan een telefonisch beveiligingssysteem voor Dow Chemical in Terneuzen. Voor die opdracht werd zijn ‘betrouwbaarheid’ gescreend. Dow was namelijk omstreden, omdat het napalm produceerde dat door de Amerikanen op Vietnam werd gegooid.

In het screeningsgesprek werd mijn pa door de PTT-bedrijfsveiligheidsdienst voornamelijk met míjn linkse activisme geconfronteerd. Reden voor een goed vader-zoon-gesprek. Zo ontdekte ik dat er ergens informatie over me werd bijgehouden.

Enkele jaren later werd mijn vader weer op het matje geroepen. Dat was toen mijn broer bij de PTT solliciteerde. Pa werd gevraagd hoe de relatie tussen mijn broer en mij was.

Hij werd over nog veel meer dingen uitgehoord. En er werd hem verteld dat ik lid was van een heel erg gezagsondermijnende club, de socialistische soldatenorganisatie, de Bond Voor Dienstplichtigen.

In tegenstelling tot twee Haagse kameraden die een beroepsverbod kregen, Wim Schul en Koen Zonneveld, werd mijn broer toch aangenomen bij de PTT. Zelf heb ik het maar nooit geprobeerd.

Sexuele geaardheid
Enerzijds was ik woedend dat ze via mijn pa in mijn privé-leven aan het peuren waren. Vrienden, vriendinnen, genotmiddelengebruik, sexuele geaardheid, daar visten ze allemaal naar.

Anderzijds was ik niet erg verbaasd. Ik was behoorlijk opstandig tegen een systeem van uitbuiting en onderdrukking.

Infiltranten
Natuurlijk werd ik wel wat voorzichtiger. Niet minder radicaal, denk ik. Misschien was de ontdekking als ‘staatsgevaarlijk’ te worden beschouwd, juist olie op het rebelse vuur. Maar voorzichtiger werd ik wel. Niet meer alles tegen iedereen zeggen. Geen acties over de telefoon bespreken.

Er werden meer mensen in de gaten gehouden. Soms werd mensen gevraagd stiekem informatie in te winnen. Er werd gewerkt met infiltranten. In de Bond Voor Dienstplichtigen hebben we ooit een infiltrant ontmaskerd. Een jongen die radicale praatjes hield en flink wat Soldatenkranten afrekende, maar niemand zag hem ooit die kranten verkopen. Toen hij daarover aan de tand werd gevoeld, sloeg hij door. Was gestuurd.

Mijn dossiers
Na jarenlang procederen hebben uiteindelijk honderden mensen hun dossiers van de geheime diensten gekregen. Ook ik. Op de kop af 44 pagina’s van de MIVD en 99 van de AIVD. Een bonte verzameling overdrukken van formulieren en artikelen. Waaruit bijvoorbeeld blijkt dat ik op 16 februari 1977 met een blauwe FIAT 124 vanuit Amsterdam naar de Oranjekazerne in Deelen ben gereden, dat ik daar om 17.00 uur pamfletten van de Bond Voor Dienstplichtigen heb uitgedeeld, dat ik vervolgens om 17.30 uur bij de Generaal Spoorkazerne in Ermelo ben gesignaleerd en dat ik daarna om 17.45 uur bij de Generaal Winkelmankazerne in Nunspeet wederom pamfletten heb staan uitdelen. Een hele rit! En kennelijk niet voor mij alleen! Verder passeren tal van plaatsen en tijdstippen van acties, congressen, demonstraties, manifestaties en discussies de revue. Met dikke zwarte strepen zijn de namen van andere personen, mogelijk de rapporteurs, onleesbaar gemaakt.

Schade
In de begeleidende brieven bij de dossiers van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Defensie staat duidelijk dat geen informatie wordt prijsgegeven die aanwijzingen bevat over de werkwijze van de betrokken diensten, die zou kunnen leiden tot identificatie van gebruikte bronnen of die beschouwd kan worden als van actueel belang voor de staatsveiligheid. Tja, en wat daar allemaal onder valt en verstaan kan worden, daar wordt ‘uitdrukkelijk geen mededeling’ over gedaan. En nu liggen er voorstellen om de bevoegdheden van de AIVD en de MIVD uit te breiden. Enige waakzaamheid ter bescherming van de privacy lijkt geboden. De tijden zijn harder geworden en er kán ook aan individuen schade worden berokkend.

Gelukkig heb ik zelf als persoon in mijn maatschappelijk leven weinig hinder ondervonden. Vrijwel zeker had ik niet moeten proberen om bij de PTT een baantje te krijgen of ergens anders een vertrouwensfunctie. Maar in mijn loopbaan in het onderwijs en bij de gemeente Den Haag ben ik nooit gehinderd door stiekeme manoeuvres van een geheime dienst. Voor zover ik weet tenminste…

Rob Lubbersen
roblubbersen@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann