Den Haag ontdekt de luchtvaart

Voor zover bekend maakten de inwoners van Den Haag eind achttiende eeuw voor het eerst kennis met het fenomeen luchtvaart. Eind 1783 stelden een aantal liefhebbers aan de in de Hofstad woonachtige natuurkundige Charles Diller voor om ‘eenen Luchtbal zamen te stellen van 30 voeten middellijns, en derzelven in staat te maaken, om naar boven gezonden te worden’.

Op 11 december 1783 was Diller met zijn werk klaar. Diller had ‘eene Lugtbol’ vervaardigd die ’34 voeten hoogte hadt; zijne omtrek was 800 ellen doeks, en de zwaarte van 400 ponden’. Hij liet deze onbemande en met gas gevulde zeshoekige ballon met het uiterlijk van een Griekse koepel op in de Prinsessetuin van het Oude Hof aan het Noordeinde. Dit gebeurde onder het toeziend oog van een massaal toegestroomde menigte die zo enthousiast was dat zij ‘een groot sterk nieuwgemaakt hek om verre en ter aarde smeet’. Een groot succes werd deze ballonvlucht echter niet. Na het bereiken van een hoogte van 60 meter stortte het gevaarte na drie minuten neer bij wat nu de Toussaintkade heet.

Twee jaar later, in 1785, bezocht de Franse ballonvaarder Jean Pierre Blanchard de Residentie. Hij had een grote en een kleine ballon meegebracht die voor belangstellenden te bezichtigen waren in de grote zaal van paleis Noordeinde. In Den Haag zou hij de grote ballon gebruiken. Om de opstijging van dichtbij te kunnen bekijken, konden belangstellenden van 27 juni tot 10 juli in de Nieuwe Doelen voor de somma van 1 dukaat een entreebiljet kopen. Twee dagen later, op 12 juli, was het dan zover. In de tuin van paleis Noordeinde werd begonnen met het vullen van de ballon. Omdat dit veel langer duurde dan verwacht besloot Blanchard om dan maar met een half gevulde ballon op te stijgen. Om hoogte te kunnen winnen moesten de ballast, instrumenten en de kaarten op de grond blijven.

Maar dat was niet genoeg. De twee passagiers, de officieren De Breuilpont en Honinckthun, bleken te zwaar te zijn en dus moest er geloot worden. Na een hooglopende ruzie trok De Breuilpont aan het kortste eind en moest uitstappen. Na dit gekrakeel kon om half 8 ’s avonds het vertreksein worden gegeven. Na ongeveer anderhalf uur volgde de landing bij Zevenhuizen. Dat leidde tot een hoop tumult. Toegesnelde boeren, bewapend met stokken en hooivorken, sloopten de ballon in een record tempo en stalen alle waardevolle materialen. De eigenaar van de grond waar de landing had plaatsgevonden eiste bovendien een schadevergoeding van 10 dukaten. Blanchard, die geen geld bij zich had, wist deze kwestie listig op te lossen door de raddraaiers met een kluitje het riet in te sturen. In 1807 bracht Blanchard opnieuw een bezoek aan Den Haag. Gadegeslagen door een grote menigte steeg hij op 9 juli, met zijn vrouw als passagier, in een ballon op vanaf het voorplein van paleis Huis ten Bosch. Na een korte vlucht maakte het echtpaar een veilige landing in de weilanden tussen Nootdorp en Pijnacker.

Motorvliegen
Ruim een eeuw later konden de Hagenaars zich voor het eerst vergapen aan de gemotoriseerde luchtvaart. Het waren de Franse vliegers graaf C. de Lambert en ir. E. Lefèbvre die in juli en augustus 1909 vliegdemonstraties kwamen geven. Dat gebeurde in Wassenaar op het terrein Groot Persijn van de grootgrondbezitter en eigenaar van de renbaan Duindigt, W.J. Jochems. In 1910 werden ook in Den Haag vliegdemonstraties gegeven. Tijdens een vliegweek, die van 14 tot 18 augustus op het terrein Hanenburg werd gehouden, wilde de in Den Haag geboren vlieger C. van Maasdijk, in de lucht allerlei capriolen uitvoeren. Helaas kon hij, als gevolg van de matige weersomstandigheden en tot verdriet van het publiek, maar een paar korte vluchten maken. In datzelfde jaar verzorgde ook de Vlaamse vlieger J. Olieslagers vliegdemonstraties op het sportterrein Houtrust.

In 1911 kreeg de reserve-sergeant H.F. Lütge enige bekendheid toen hij demonstratievluchten boven Scheveningen maakte en, vanaf het terrein Duindigt, ook vluchten boven Den Haag uitvoerde. Lütge zou trouwens ook de eerste in ons land zijn die luchttransport ging uitvoeren. Dat gebeurde toen hij voor de al eerder in dit artikel genoemde Jochems een kistje druiven naar een van diens kennissen in Noordwijk overvloog en daar een royale financiële vergoeding voor ontving. Op 10 januari 1914 vonden op Duindigt (voorlopig) de laatste vliegdemonstraties plaats. Na de Eerste Wereldoorlog zou het terrein in 1920 nog eenmaal zijn oude rol als vliegveld vervullen. Op 6, 7 en 8 augustus van dat jaar streek de voormalige Duitse jachtvlieger M. Schlüter op de renbaan neer voor het organiseren van een aantal rondvluchten.

Inmiddels had de Haagse bevolking ook al kennis gemaakt met de militaire luchtvaart. In 1916 kreeg de Luchtvaartafdeling (LVA; de voorloper van de huidige Koninklijke Luchtmacht) van de toenmalige Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht, generaal C.J. Snijders, het bevel om een militaire rondvlucht te maken. Op 6 maart moesten acht vliegmachines het traject Soesterberg – Gilze-Rijen – Scheveningen – Soesterberg op een ‘oorlogshoogte’ van 2.000 meter proberen af te leggen waarbij de vliegers ook enkele verkenningsopdrachten dienden uit te voeren. Als gevolg van het koude weer kregen enkele vliegtuigen te kampen met bevroren carburateurs wat een noodlanding tot gevolg had. Voor de vliegtuigen was een stuk strand voor het Kurhaus in Scheveningen afgezet dat niet alleen diende als parkeerterrein maar ook als start- en landingsbaan. Het bericht van de komst van de vliegtuigen verspreidde zich als een lopend vuurtje door de stad en bracht een groot aantal belangstellenden op de been. Zelfs koningin Wilhelmina liet zich niet onbetuigd en bracht, vergezeld van generaal Snijders, een bezoek aan het strand waar zij met de vliegers een praatje maakte.

Drie jaar later zag de in Den Haag geboren en getogen luitenant-vlieger A. Plesman, die bij de LVA op Soesterberg was gestationeerd, zijn al jaren gekoesterde luchtvaartdroom in vervulling gaan. Op 7 oktober 1919 werd namelijk ten kantore van notaris jhr. mr. H.J.H. Stoop aan de Nassaulaan in Den Haag de N.V. Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland & Koloniën opgericht. Plesman, die de nieuwe onderneming zou gaan leiden, verliet de LVA en vestigde zijn eerste hoofdkantoor, bestaande uit een paar kamers, boven het Verkade Theater aan de Herengracht 13 in de Hofstad. De luchtvaartmaatschappij groeide zo snel dat dit hoofdkantoor al na enige jaren te klein was geworden. Dat had tot gevolg dat de KLM in 1925 verhuisde naar het pand Hofweg 9. Weldra kampte de KLM-directie ook hier met ruimtegebrek zodat op verschillende plaatsen in Den Haag extra kantoorruimte gevonden moest worden. Omdat dit de bedrijfsvoering niet ten goede kwam, besloot de KLM een terrein aan de Raamweg te kopen waar in 1939 werd begonnen met de bouw van een geheel nieuw hoofdkantoor. In dat gebouw dat pas in 1949 geheel werd voltooid zou het hoofdkantoor van de KLM tot 1970 gevestigd blijven.

Plesman was niet alleen de grondlegger van de KLM maar ook een van de zogenaamde founding fathers van de eveneens in 1919 in Den Haag opgerichte International Air Traffic Association (IATA). Vanaf 1948 trad Plesman enige tijd als president op van deze internationale vereniging van luchtvaartmaatschappijen die haar jaarlijkse algemene vergadering diverse keren in het Vredespaleis hield.

Haagse luchtvaartbedrijven
Bij zijn streven om de KLM van de grond te krijgen, had Plesman veel steun gekregen van zijn voormalige commandant kapitein H. Walaardt Sacré. Die had, na zijn commando over de Luchtvaartafdeling, ontslag uit de militaire dienst genomen. Eind 1919 keerde hij van Soesterberg terug naar Den Haag om te gaan werken bij de Nederlandsch-Engelsche Technische Handelsmaatschappij (Nethmy). Dit bedrijf, de Nederlandse vestiging van het Britse Vickers vliegtuig- en wapenconsortium, was gevestigd in het zogenaamde ‘Vickers House’ aan de Prinsessegracht 21 en importeerde onder meer Rolls-Royce-motoren. Begin jaren twintig had Fokker, tegen de zin van Walaardt Sacré, een monopoliepositie op de Nederlandse vliegtuigmarkt verkregen. Walaardt Sacré zag liever dat meerdere Nederlandse vliegtuigfabrikanten op de binnen- en buitenlandse markt zouden concurreren. Om die reden nam hij in het voorjaar van 1922 het initiatief tot de oprichting van de NV Nationale Vliegtuig Industrie (NVI). De toekomst van de NVI-fabriek, gevestigd aan het Calandplein, zag er aanvankelijk rooskleurig uit. Toen het bedrijf echter als gevolg van de slechte economische omstandigheden geen kans zag om belangrijke orders in de wacht te slepen moest het in 1926 de poorten sluiten.

In Den Haag was ook enige tijd een vliegtuigfabriek gevestigd. In het interbellum (het tijdvak tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog) beschikte Pander, de grootste meubelfabriek die ons land toen rijk was, over een Vliegtuigafdeling. Deze afdeling, gevestigd aan de Zuid-Binnensingel (nu het Buitenom) construeerde tussen 1925 en 1934 diverse types lichte sportvliegtuigjes, vleugels voor de Luchtvaartafdeling en de Marine Luchtvaartdienst (MLD), alsmede stabilo’s en propellers. Daarnaast bouwde Pander, met hout uit de eigen voorraden van het bedrijf in Rijswijk, lesvliegtuigen voor onder meer de Luchtvaartafdeling van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL). Als gevolg van het uitblijven van verdere orders en de economische crisis in de jaren dertig moest Pander noodgedwongen met de vliegtuigbouw stoppen.

De andere Haagse meubelfabriek, de firma Mutters, was eveneens betrokken bij de luchtvaart. Dit bedrijf, de eigenaar en Plesman waren goed bevriend, verzorgde onder meer de interieurs van de KLM-vliegtuigen. Verder waren er in die tijd nog tal van andere, in Den Haag gevestigde, bedrijven die activiteiten op luchtvaartgebied ontplooiden. Zo leverde de Bataafse Import Maatschappij benzine, de Technische Handelmaatschappij Hollinda motoronderdelen, J.B. van Heijst en Zonen bommenrekken en afvuurinrichtingen, Van Rossum en Co vliegtuigwielen, de Handelmaatschappij voor Luchtvaart zuurstofapparaten, het Technisch Handelsbureau Elmega koersaanwijzers en de Nederlandse Siemens Mij. Zenders en ontvangers. Anno 2016 is van deze bedrijvigheid maar weinig overgebleven.

Wim Lutgert
wlutgert@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann