Op zoek naar moordenaars en dieven

In een tijd dat de politie nog veelvuldig te rade ging bij paragnosten, op zoek naar aanwijzingen die naar de daders van misdrijven zouden kunnen leiden, was Jaap Vegter niet alleen mijn vriend maar ook nog eens voorzitter van de Nederlandse paragnostenvereniging.

We moeten deze Jaap Vegter vooral niet verwarren met de Haagse striptekenaar Jaap Vegter die Vrij Nederland en De Haagsche Courant indertijd wekelijks van vlijmscherpe cartoons voorzag. De Jaap Vegter die ik bedoel was in het dagelijks leven tekenleraar aan de Christelijke Scholengemeenschap in Delft en Rijswijk (CLD en CSR) en woonde in een indrukwekkend huis midden in Park Hofrust in Rijswijk. Omdat ik in dezelfde branche werkzaam was en we deel uitmaakten van dezelfde besturen, zaten we vaak ’s avonds nog wat na te praten bij hem of bij mij thuis onder het genot van een neutje. Daarbij stond het feit, dat ik zelf absoluut niks moest hebben van bovennatuurlijke verschijnselen onze vriendschap nooit in de weg.

Van links naar rechts: Herman van der Veer (voormalig wethouder Rijswijk), Karel Delfos (kunstenaar), Jaap Vegter en Willem van der Ende (voormalig wethouder Rijswijk).

Jaap had net Gerard Croiset opgevolgd als voorzitter van de Nederlandse Paragnostenvereniging en werd geraadpleegd door mensen die het door ziekten of relatieproblemen vaak niet meer zo zagen zitten. Ook de politie kon voortaan voor paranormale tips bij Jaap terecht.

En zo werd ik tijdens onze nazit regelmatig op de hoogte gesteld van de misdrijven die op dat moment speelden. Dat is inmiddels zo lang geleden dat ik me nu de vrijheid permitteer om een tipje van de sluier op te lichten.

‘Dat zie je in je hoofd’
De eerste kwestie waarmee Jaap zijn omgeving versteld deed staan betrof het 11-jarige meisje Edith Post dat in 1980 vermoord in de Wassenaarse duinen was aangetroffen. Of Jaap van gene zijde hierover iets had opgevangen, vroeg de politie. ‘Jawel’, zei Jaap. En hij tekende een ingewikkeld patroon op een vel papier. Ja, dat kwam de politie zeker bekend voor. Dat was het patroon van een van de twee gespen van de tas, die naast het meisje was gevonden. Hoe is het mogelijk dat u dat ‘ziet’, zei de politie. Maar verder hadden ze er niet zo veel aan.

Het werd spoedig nog wonderlijker. In 1983 werd Freddy Heineken ontvoerd. En omdat je maar nooit kon weten werd ook Jaap Vegter door de politie gevraagd of hij iets had ‘waargenomen’. Ja. Dat was het geval geweest. Jaap had in verband met deze kwestie, beelden opgevangen van een Indonesische man die in een grote villa aan een weg dwars door de Vinkeveense plassen woonde.

Een paar dagen later vernam ik uit de krant, dat de politie een man van Indonesische afkomst nabij Vinkeveen van z’n bed had gelicht in verband met de Heineken-kwestie. Een dag later hadden ze hem weer op vrije voeten gesteld omdat gebleken was, dat hij er niks mee te maken had.

Jammer natuurlijk. Maar hoe wist Jaap, dat er iemand van Indonesische afkomst langs die weg door de Vinkeveense plassen woonde? ‘Dat wist ik niet’, zei Jaap desgevraagd tijdens een van onze borreluurtjes. ‘Dat soort dingen zie je.’

‘Maar hoe dan?’, vroeg ik door. ‘Nou, gewoon. Dat zie ik in mijn hoofd. Als ik me maar goed en lang kan concentreren. Maar als er ook maar even één storend element optreedt, is het gelijk weer weg.’

Een legerplaats met een B
In 1991 waren er twee schilderijen van Van Gogh gestolen uit het Van Gogh-museum in Amsterdam. Wist de voorzitter van de Nederlandse Paragnostenvereniging iets? Jaap concentreerde zich eens goed en vertelde mij als eerste dat de schilderijen zich zouden bevinden achterin een grote hangar op een legerplaats die met een B begon. Onmiddellijk haalden we de atlas erbij. Dat kon dus zijn in Budel, Bladel of Breda. We maakten plannen. Als we daar nou eens zèlf gingen zoeken? Ik werkte in die tijd al als free-lancer bij de Haagsche Courant. Dus stel je voor dat ze daar inderdaad lagen! ‘Van Gogh’s gevonden!’. Ik zag mijn primeur al in grote letters op de voorpagina.

Maar toen ik me begon voor te stellen hoe we het zouden moeten aanpakken zakte de moed me in de schoenen. Ik zag voor me hoe we bij de slagboom van de ingang van het legerkamp Budel aan de aldaar dienstdoende wacht zouden vragen of we er even door mochten. ‘Waarom?, zou hij vragen. En wij: ‘Omdat we de gestolen van Gogh’s, die hier in een hangar liggen, op komen halen’.

Dat kon natuurlijk niet. Waarschijnlijk zouden ze de GGD bellen, die ons met gillende sirene’s af zouden voeren naar het dichtstbijzijnde gekkenhuis.

Dus we lieten het er maar bij. En die Van Gogh’s zijn trouwens heel ergens anders teruggevonden.

Verstening
Rond 1992 werd Jaap ernstig ziek. Hij leed aan een zeldzame ziekte die in de volksmond wel ‘verstening’ wordt genoemd. Harry Mulisch schreef er in 1971 over in zijn verhaal ‘Wat gebeurde er met sergeant Massuro’. Daarin versteende de hoofdpersoon ook en werd almaar zwaarder. Massuro zei op zeker moment: ‘Ik zie, als ik niet moe ben, vaak de kleinste finesses voor me. En zelfs die, welke me helemaal ontgaan waren. In zekere zin leef ik twee keer. De tweede keer scherper dan de eerste.’ Dat soort dingen zei Jaap ook steeds.

Zelfs toen hij in het ziekenhuis lag werd hij nog geraadpleegd door mensen die ten einde raad waren. Ik bezocht hem daar een keer toen we midden in ons gesprek werden gestoord door een wanhopige vrouw die vroeg of ze vóór mocht. Ik trok me in een hoekje terug en kon het gesprek van een afstand volgen.

De vrouw was haar dochter kwijt en vroeg aan Jaap of hij wist waar ze was. Jaap keek haar aan en zei, dat ze zich geen zorgen hoefde te maken. ‘Ze is ergens in een grote ruimte waar het vriendelijk is en waar niemand zich zorgen maakt’.

‘Zal ik haar ooit weer zien’, vroeg de vrouw.

‘Nee. Dat niet’, zei Jaap. Waarop de vrouw huilend vertrok.

Toen ik weer naast Jaap ging zitten vertrouwde hij me toe, dat hij die dochter had ‘gezien’. ‘Vermoord. En nu ligt ze ergens op een vuilnisbelt’, voegde hij eraan toe. Niet veel later overleed hij. In mijn herinnering blijft Jaap Vegter een van de meest raadselachtige vrienden die ik ooit heb gehad.

Ook paranormale ervaringen? Mail: julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann