Lichtjestoer in het Bezuidenhout

‘Hoe groot is het contrast tussen de kale, saaie Sinterklaasetalages van de huidige Haagse middenstanders en de creatieve etalages van de enthousiaste winkeliers uit het verleden’, schreef Frans van der Helm in het artikel ‘Volop Zwarte Pieten in legendarische Bijenkorf-etalage’.

Ik kan hem daar niet helemaal ongelijk in geven.

Wellicht zijn de huidige middenstanders wat beducht geworden om al te duidelijk geluids- of etalage-stelling te nemen over hun opvattingen over Zwarte Piet en beperken zij zich liever tot de wat veiliger algemene December-sfeerverlichting. Want toegegeven, voor wie bereid is met een kritisch oor te luisteren, klinkt ‘Want al ben ik zwart als roet, ik meen het toch goed’ of ‘Zijn knecht draagt de geldkist, o ziet hoe hij zweet’, niet meer van deze tijd. Maar over die discussie wil ik het nu niet hebben. Wel over een fenomeen dat in de huidige tijd ondenkbaar zou zijn: zo’n zestig jaar geleden werden er in de decembermaand zelfs speciale bustochten georganiseerd om vanuit het Bezuidenhout naar de decemberlichtjes in de Haagse binnenstad te gaan kijken.

Bewegend sprookje
Van der Helm toont een foto van de Bijenkorf-etalage. Een foto van de Vroom & Dreesmann had overigens een zelfde soort tafereel opgeleverd. Ik herinner me uit mijn kinderjaren dat het voor mij ieder jaar weer onbeslist was welke de mooiste was, de speciale etalage van de Bijenkorf of die van Vroom & Dreesmann. Ze leverden allebei jaarlijks een adembenemend bewegend sprookje op. Soms waren de sprookjes verluchtigd met Zwarte Pieten en Sinterklaas, andere keren was het in mijn herinnering een groot bewegend wintertableau van dieren, kabouters, dwergen en elven. Het hoorde tot onze gezinstraditie om in de weken voor Sinterklaas een keer in de late middag met onze vader met tramlijn 6 naar de stad te rijden en daar te gaan kijken naar de inderdaad legendarische etalages. Bovendien brandden dan overal in de stad al de lichtjes. Dat was voldoende voor een dubbel sprookjesgevoel.

Dat brengt me vanzelf op de lichtjestoer in het december van de tweede helft jaren vijftig.

Bezuidenhout
Blijkbaar had een aantal winkeliers in het Bezuidenhout van rond het Stuyvesantplein zich verenigd in een soort winkeliersvereniging. Vanaf half november kreeg men na besteding van een bepaald bedrag bij de aangesloten winkeliers een of meer bonnetjes. Het was in de tijd dat er nog geen fotokopieerapparaten of scanners waren, en de bonnetjes konden er nog heel eenvoudig uitzien. Een bepaald aantal bonnetjes gaf recht op een kaartje voor een gereserveerde zitplaats voor de lichtjestoer. En het was blijkbaar zo georganiseerd dat het zeker met behulp van de buren mogelijk was om per gezin drie of vier kaartjes te verkrijgen.

Op de gereserveerde dag stond dan in de vroege avond bij het Stuyvesantplein een oude HTM-bus klaar. En dan ging het naar de stad, langs allerlei plekjes waar je met één gewone bus of tram niet zou komen, met langzaam rijden langs de feestetalages, en weer veel te vroeg terug. Even proeven van die speciale decembersfeer. En je voelde je dan bevoorrecht.

Egbert Myjer
myjer@wxs.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann