Van Eck en zonen voor de mooiste kerstbomen

Als middelste zoon van een gezin van acht kinderen (vijf jongens en drie meisjes), zijn wij in de maand december opgegroeid tussen de kerstbomen in de periode rond 1950 tot 1976. Mijn vader bewaarde zijn vakantiegeld voor de eerste aankoop van de bomen, want spaargeld was er niet in die tijd. Mijn vader is begonnen op de Haagse Markt in de Herman Costerstraat. Daar kon je in die tijd nog gewoon een standplaats huren. Wij woonden toen zelf in de Van Miereveldstraat. Lekker dichtbij.

Op een keer (twee dagen voor Kerst) was mijn vader los; alle bomen verkocht. Toen hij met mijn oudste broer Baasje naar huis ging, kwam er een vrachtwagen vol met bomen aan. “Arie, wil je nog wat bomen hebben?” “Nee”, zei mijn vader. “Maar wat moet ik ermee?”, vroeg de chauffeur. “Gooi ze maar op mijn plaats neer”, zei mijn vader. “We zien wel.” Mijn vader ging voor zekerheid en er werd een deal gemaakt: fifty-fifty was de deal en een halve dag voor de Kerst zei de eigenaar van de bomen: “Hou de rest maar, Arie.” En mijn vader ging verder. ‘Kerstbomen: 1+1 gratis’. Deze slogan is later door veel supermarkten over genomen. Hij heeft ze allemaal verkocht.

Als ik aan mijn broers vraag over deze kerstbomentijd, dan heeft een ieder zo zijn eigen belevenis hierover, maar het komt heel veel met elkaar overeen. Mijn belevenis begon toen wij verhuisden naar Zonneoord. Ik was toen negen jaar oud. Een hele nieuwe woonwijk in aanbouw. Weinig winkels en zeker geen kerstbomenverkoper in de maand december. Ik kan mij nog wel herinneren dat de kerstbomen in onze kelder werden opgeslagen en van daaruit ging mijn vader ventend langs de flats om zo zijn bomen te verkopen. Onze school – de Marterradeschool, de enige school nog in de buurt – was een grote afnemer van mijn vader.

Als mijn vader de bomen kwam brengen, was dat voor mij een spannende dag. Ik ging dan met hem mee op de bakfiets vol met kerstbomen en als wij dan het schoolplein opreden was het een gejoel van kinderen om ons heen en iedereen wilde helpen de bomen binnen te brengen. De wijk Bouwlust groeide en groeide en daardoor kwamen er ook meer scholen bij. En dat was handel voor mijn vader.

Wij gingen verhuizen naar het Hoogveen en tegenover ons waren een paar garages. Dat was een mooie opslag voor mijn vader. Een van de eigenaren was een olieboer, zal ik maar zeggen. Mijn broer hielp deze man, dus mijn vader mocht gebruik maken van zijn garage en daar werden dan ook de kerstbomen verkocht.

Mijn broers en ik hebben mijn vader altijd geholpen. Hoe koud het ook was. En het was koud, hoor. Heel er koud. Mijn verdiensten – en die ook van mijn broers – waren de onderkanten van de kerstboom. Als deze waren afgezaagd, mochten wij de takken hebben die daar nog aanzaten en daar maakten wij dan bosjes groen van met behulp van een stukje binnenbandelastiek. Wij gingen daarmee langs de deuren om deze dan te verkopen: een dubbeltje per bosje. Dat geld mochten wij dan houden. Ook brachten wij de kerstbomen bij de mensen thuis en dan maar wachten op een fooitje. Dat zat er altijd wel in.

Mijn vader huurde de bakfiets altijd bij Oudshoorn in de Gaslaan. Op een keer mocht ik de bakfiets ophalen. Dat was wel anders dan fietsen als op een gewone fiets.

Zo kwam ik vanuit de Vreeswijkstraat en moest een haakse bocht maken om zo op het fietspad van de Leyweg te komen, richting de Meppelweg. Ik reed te hard en de bocht was te scherp. Met het gevolg dat ik met bakfiets en al ondersteboven tegen de flat belandde. Gelukkig had niemand het gezien. Ik klauterde overeind en door de kou voelde ik ook niets. Ik ging weer verder. De schade aan de bakfiets viel gelukkig mee.

Het was altijd een leuke en een spannende tijd bij ons in huis tijdens deze decembermaand. Iedere dag werd voor de kachel met kouwe klauwen en erwtensoep het geld geteld van de dagopbrengst en het was altijd een mooi moment als wij winst maakten.

Mooiste boom voor jezelf
Als de bomen aankwamen met een vrachtwagen (dat was op zich al heel bijzonder), zocht mijn vader de mooiste boom voor zichzelf uit en zette deze dan vooraan met de mededeling dat die verkocht was. Maar het is meerdere malen voorgekomen dat hij hem toch echt verkocht en dat hij zelf ergens anders een boom moest gaan kopen.

Mijn jongste broer Jan maakte het helemaal mooi: er zat een boom tussen met een dubbele uitloop. Hij zaagde deze in twee en verkocht hem als twee bomen: het was een boom die je tegen de muur moest zetten. Door zich ziek te melden en te spijbelen heeft mijn broer Jan onze vader het langst geholpen. De bakfiets was altijd zo volgeladen dat je er niet overheen kon kijken. De laatste jaren werden er veel bomen gestolen en een standplaats krijgen ging ook niet makkelijk meer. De meeste kinderen waren al de deur uit en onze ouders kregen het financieel beter. Want van de winst van de Kerstbomen werden het hele jaar leuke dingen gedaan, zoals de Sinterklaasviering. En Kerst met natuurlijk een echte kerstboom.

Wij denken nog altijd aan deze periode terug.

Koos van Eck
jmvaneck@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann