M.J. Okkerman-Lipman (1918-2016), een Voorburg-Leidschendamsche geschiedenis

In 1913 namen de pasgetrouwde Jan en Cor Lipman de smederij van van Deursen over in de Herenstraat 16b in Voorburg, het huidige nummer 37. Zij was een dochter van Verlaan van de uitspanning ‘Het Oude Nest’ in Rijswijk, waar nog haar foto hangt met verloofde Jan op zijn zelfgemaakte motorfiets. Deze smidszoon van het Plein uit Wateringen deed zijn fietsenzaak over aan broer Piet die dit uitbouwde tot de busonderneming VIOS en een lijndienst in het Westland. De door piet Lipman opgerichte voetbalvereniging VIOS (vooruitgang is ons streven) bestaat nog steeds.

In 1918 werd hun enige kind, Maria Johanna, geboren. Marietje ging regelmatig met haar vader uit rijden in zijn motorzijspan, of wandelen langs de boerderijen aan de Broeksloot. Met haar moeder voer ze in een trekschuit over de Vecht. Toen ze eens langs de in aanbouw zijnde Hemelvaartkerk liep, zag ze een paar ratten lopen. Als ze daar rillend tegen haar kinderen over vertelde, grapten die: ‘Dat waren kerkratten, mam.’

Marietje (X) in 1923 voor de smederij in de Herenstraat met onder andere haar vader (met paard).

Marietje bezocht de Maria lagere school en de mulo aan de Oranje Nassaustraat. Na een opleiding Huishoudkunde hield haar moeder haar thuis om in de huishouding te helpen. Dit was voor haar een saaie tijd, hoewel ze hielp in de bibliotheek aan de Oranjelust, op gym zat en met haar moeder naar de opening van de Bijenkorf in Den Haag ging. Eens ‘leende’ ze met haar nichtje een bus uit de garage van Oom Piet Vios en reed daarmee door het Westland.

Jan Lipman en Cor Verlaan voor Het Oude Nest in Rijswijk in hun verlovingstijd rond 1912.

Toen de oorlog uitbrak gaven haar ouders haar toestemming de verpleegstersopleiding in Vronesteijn te volgen, en kwam ze te werken in Antoniushove aan het Oosteinde. In 1942 verpleegde ze haar ouders die longontsteking hadden, tot ze op dezelfde dag in april stierven. Antibiotica was niet beschikbaar. De smederij werd te koop gezet en Joop Okkerman uit Kamerik, getipt door kaasboer Notenboom, wiens vrouw daar ook vandaan kwam, had belangstelling. Al spoedig bleek dat zijn belangstelling ook naar Marietje uit ging, en zo trouwden ze in 1943 in de Martinuskerk. In 1944, in de hongerwinter werd hun eerste kindje geboren, een dochter van vier pond. Ze werd warm gehouden door de kolen die Joop in een oude kuip in de tuin had ingegraven. Hij hakte in Vreugd en Rust , samen met anderen bomen om, waarbij de Duitsers aan de overkant van de Vliet het nakijken hadden. Tegen de tijd dat zij ter plekke waren was Joop allang weer thuis. Veel Voorburgers die in de Sionsstraat op school zaten, herinneren zich nog dat ze stonden te kijken als er een ijzeren band om een wiel werd gelegd, of als er een paard werd beslagen onder de travalje.

In 1956 verongelukte Joop op weg naar een werk in Zwolle. Marietje, achtergebleven met negen kinderen, in de leeftijd van zes maanden tot elf jaar, zette de zaak voort. De werkplaats annex smederij was nu achter het huis en het voor kwam een winkel in huishoudelijke artikelen, haarden en kachels. De travalje wilde ze behouden, maar de gemeente keurde het ontwerp van de gevel met travalje af. Zo verdween die uit het straatbeeld van de Herenstraat.

Bij de overgang naar aardgas in de zestiger jaren, volgde ze bij gebrek aan animo van het personeel, zelf de cursus gasfitten en werd daarmee de eerste vrouwelijke gasfitter van Nederland. Ze werd lid van de smedenbond en van de Voorburgse winkeliersvereniging, waar ze eens met haar schoen (met hoge hak) op tafel sloeg omdat iedereen door elkaar praatte.

Het was vaak een drukte van belang in de kleine achterkamer, waar het personeel, toen nog knechten genoemd, de dienstmeisjes die in de straat nog wel eens van huishouden wisselden, de vertegenwoordigers, en vele vrienden allemaal van koffie werden voorzien. ’s Avonds en in de weekenden werd de werkplaats een hangplek voor heel wat jongemannen die daar aan hun brommers of fiatjes-500 sleutelden en wedstrijdjes deden welk merk sigaretten er het meest werd gerookt (Caballero). Met een schuin oog werd ook naar de zes dochters gekeken. Meerdere Gouden-Helmwinnaars hebben daar aan hun speedway-motoren gewerkt, zoals Niek van Gorkum en Frits Koppe.

In diezelfde achterkamer werd op dinsdag ook de strijk gedaan door Marietje. Op de ene helft van de tafel die Joop nog zelf had gemaakt, werd gekaart en op de andere helft lag de schone was netjes in tien stapeltjes. De melkboer Kees Verhagen van de firma Bosch kwam aan de deur met zijn elektrisch wagentje dat hij achter zich aan trok. De melk werd uit een melkbus in een pannetje getapt. Ook bakker Heijnen, de kruidenier en groenteboer Chiel Beijk met zijn paard, kwamen aan de deur, evenals de boter- en eierboer. Ontbrak er iets, dan werden de kinderen naar een van de vele slagerijen, bakkerijen, kruideniers, visboeren, drogisten of groenteboeren in de Herenstraat gestuurd.

In 1975 verkocht Marietje de zaak aan haar dochter Marieke die er samen met haar man loodgietersbedrijf van Gijtenbeek startte en een winkel in snuisterijen: ‘Hebbertjes en krijgertjes.’ Zelf ging ze de administratie doen bij zoon Jan die de zaak van Grimbergen in de Kerkstraat had overgenomen. Daar werkte ze tot na haar zeventigste. Inmiddels verhuisd naar de Trompstraat in Leidschendam, haalde ze in 2001, op haar 83e, de Telegraaf met haar bronzen medaille op het EK tafeltennis voor veteranen in Denemarken. Na de dood van haar man was ze gaan tafeltennissen als uitlaatklep, maar ze werd ook penningmeester van de club CWP, en deed heel veel vrijwilligerswerk voor de tafeltennisbond UBT, waarvoor ze in 1997 een koninklijke onderscheiding kreeg.

Ook in het Zeeheldenkwartier wisten ze haar te vinden. Ze reed mensen rond voor ‘reisje paraplu’, hielp de kinderen bij de kindermiddagen in het Koophuis snoep uitzoeken. De tekorten vulde ze eind van de middag uit eigen zak aan. De kinderen uit de buurt kwamen nooit tevergeefs voor een snoepje aan de deur. Nog tot ver over de tachtig bleef ze bridgen en ging op Spaanse les.

De laatste jaren woonde Marietje in woonzorgcentrum Schoorwijck waar haar kinderen of kleinkinderen haar met de rolstoel ophaalden voor een ‘wandelingetje’ langs de Vliet of om vanaf een terrasje naar de drukte bij de Sluisjes te kijken.

Geboren in 1918 heeft ze Voorburg zien veranderen. De boerderijen en weilanden maakten plaats voor huizen en veel auto’s. Ze heeft de televisie, de computer, mobieltjes, internet en nog veel meer zien komen. Ze was een van de laatsten van een bijzondere generatie die in twee wereldoorlogen heeft geleefd en de wereld volledig heeft zien veranderen.

Greet Kusse-Okkerman
greetkusse@gmail.com

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann