Al die geweldige tenten van toen (deel 2)

In het artikel in de Oud-Hagenaar van 4 oktober vertelt Rob Verhoeven over de homoscene in Den Haag en noemt daarin de namen van een aantal homobars. Aangezien er in die tijd zoveel meer homogelegenheden waren en ik daar zelf ook regelmatig kwam, wil ik daar graag een inkijkje in geven.

De jaren zestig en zeventig en ook nog wel de tachtiger jaren waren echt de mooiste tijden van weleer wat betreft het uitgaansleven in de homowereld. Het waren niet alleen homo’s die in deze specifieke tenten kwamen, als mijn broer en mijn schoonzuster in Den Haag waren, gingen ze maar wat graag met me mee als ik ging stappen.

Het was er altijd, maar dan ook altijd gezellig, nooit ruzie en bij elke bar stond in die tijd een portier. Dat gaf je als bezoeker van zo’n gelegenheid een veilig gevoel en er werden ook zonder begeleiding nooit vreemden toegelaten.

Om met de Landman op de Denneweg te beginnen, dat was nooit een echte homobar; er kwamen er wel veel, maar het was een heel gemengd publiek, wat ik zelf altijd wel als heel plezierig heb ervaren. Een regelmatige bezoeker in die tijd was bijvoorbeeld Johnny Lion, die tenslotte zijn Sophietje had. In die tijd stond Sjaan achter de tap en dat was werkelijk een feest, altijd pret, altijd gezellig. In die tijd ging je ook niet naar de Landman, je ging naar Sjaan. Later heeft haar dochter Nettie nog een poos achter de bar gestaan, maar in die tijd ging ik al niet veel meer uit.

De Marsbar
Om de hoek in de Kazernestraat was de Marsbar met Vreek aan de deur en achter de bar tante Hilde, een Duitse van afkomst. Tante Hilde was behoorlijk slechthorend en dat zorgde bij een bestelling weleens voor grote hilariteit. De Marsbar was een van de oudste homobars van Den Haag, misschien wel de oudste, maar daarvan ben ik niet helemaal zeker.

Later werd de bar gerund door Kikker en Babs, twee lesbo’s, en nog later door Guus en Gerard die daarna om de hoek in de Nieuwe Schoolstraat hun eigen bar zijn gestart: De Boko Bar. Ook daar was het net als in de Landman en de Marsbar altijd bomvol en vooral gezellig.

Nu herinner ik me ineens dat er in de Marsbar een periode bijna niets te doen was aangezien de muziekvergunning was ingetrokken, nadat er minderjarigen waren gesignaleerd en een bar zonder muziek, daar wil je niet zijn.

Verderop in de Nieuwe Schoolstraat was de Venice van Fred. In de Venice kwam altijd een beetje wat nettter publiek, hetgeen je bij binnenkomst meteen merkte, een beetje beschaafder, zou ik bijna zeggen. De barman John, is later met succes zijn eigen bar een paar huizen verderop begonnen: De Stairs en ik meen te weten dat deze laatste nog steeds bestaat.

In weer een straat verder, in de Willemstraat, was de Adonis. De Adonis was gevestigd in een pand waar vroeger de toonzaal was van het Gemeentelijk Gasbedrijf dat op de hoek van de Willemstraat en de Kazernestraat was gevestigd en inmiddels is verbouwd tot wooneenheden. De Adonis was de opvolger van het Raadhuis, dat was gevestigd tegenover het oude stadhuis naast de voormalige visbanken op de hoek van de Schoolstraat en in vlammen was opgegaan.

De Adonis had bij binnenkomst links een kleine bar en rechts een grotere. Aan de kleine bar zaten meestal de dames en deze bar werd dan ook steevast het ‘pottentrek’ genoemd. Achter de tap van de grote bar stond Ton Vos, die ook in het Raadhuis achter de bar had gestaan. Dat was overigens niet zijn echte naam, hij heette Ton Thijsen, maar omdat hij vroeger als etaleur bij ‘Het Vosje’ werkte, werd hij Ton Vos genoemd.

Het Vosje was een gerenommeerde damesmodezaak naast Maison de Bonnetterie. In latere tijden is Ton Vos in het uitgangsleven om het leven gebracht.

Dansvergunning
Tussen de twee bars in de Adonis was een zitje dat in het weekend werd omgetoverd tot kleine dansvloer. In die tijd bestond er in Den Haag geen bar met een dansvergunning. Als je wilde dansen was je aangewezen op gelegenheden in Amsterdam en Rotterdam. In het DOK in Amsterdam trof je in de weekends veel Hagenaars aan en ook in het COC aldaar en in Rotterdam.

dsc07697

In de binnenstad in de Kettingstraat was de Triomfbar, door iedereen de Triumph genoemd, die er trouwens nog steeds is, één van de weinig overgebleven homobars in Den Haag. Met name op de zondagmiddagen was het in de Triomfbar uitermate vol en gezellig, op die momenten moest je je er naar binnen wringen. In een tijd dat er nog gerookt werd en het blauw stond van de rook, dat kun je je nu niet meer voorstellen. Van de toenmalige barkeeper werd weleens gezegd dat hij met een vork schreef, zo hoog was het bedrag soms dat je moest afrekenen.

Even verderop in de Schoolstraat is nog steeds de Vink, zoals Rob in zijn artikel zegt: een Geer en Goor-bar. Maar toch eens in de zoveel tijd wel gezellig om eens een bezoekje te brengen, al weet ik niets over de huidige situatie.

Kleine Bodega
In de Prinsenstraat had je de Kleine Bodega, een lange smalle bar, ook heel geliefd, maar hij lag een beetje uit de loop. Weer nog wat verder had je in de Anna Paulownastraat La Ronde. Daar ben ik maar zelden geweest, daar kwam overwegend wat ouder publiek. Soms, bij een bepaalde gelegenheid gaf de gemeente aan een bar een nachtvergunning en dan was het in La Ronde, waar het overwegend vrij rustig was, heel erg druk, aangezien er toen nog geen gelegenheden waren waar je in de nacht terecht kon.

Ook op Koninginnedag en nieuwjaarsdag werden de kroegen druk bezocht. Het is op de Denneweg rond de Landman tijdens Koningsdag nog steeds een drukte van belang. Er waren in die tijd nog twee wat minder bekende homobars, te weten De Loopschans in de Nobelstraat en de Buko Bar op de Herengracht, waar ik niet veel over vermelden kan, aangezien ik beide bars niet vaak heb bezocht.

dsc07700

Voor de lesbo’s was de spoeling aanzienlijk dunner, er was aan het Zieken de New Bridge Bar en later opende Inghe Tielman en Maria van Loon in de Malle Molen de Malle Meid, maar daarmee was het voor Den Haag dan ook gedaan.

Joop Zee
Om nog even terug te komen op de Landman, daar stond in die tijd als portier aan de deur Joop Zee. Dat was niet zijn echte naam, hij had kennelijk ooit op de vaart gezeten. Op enig moment kreeg hij tegen sluitingstijd problemen met een aantal lieden die nog naar binnen wilden, maar gezien het late tijdstip niet meer werden toegelaten. Toen Joop tenslotte in de nacht huiswaarts keerde, naar de Willemstraat, waar hij een kamer huurde, hebben deze lieden hem achtervolgd en het betreffende pand in brand gestoken. Het was aanvankelijk een statig pand en eigendom van Kikker en Babs uit de Marsbar die er een kamerverhuurbedrijf van hadden gemaakt. Alle daar woonachtigen zijn naakt, dan wel halfnaakt, via het balkon op de eerste etage aan de achterzijde van het pand aan de vlammenzee ontkomen. Het pand is later afgebroken en er is inmiddels ‘lelijke’ nieuwbouw voor in de plaats gekomen.

Knaken Annie
Ton Vos en Joop Zee waren niet de enigen met een bijnaam, zo had je Knaken Annie, die nooit meer dan tweeguldenvijftig bij zich had en zich voor de rest van de avond door een ander liet fêteren. Blonde Peter, John Patat, de gravin, Nico Plakhaar en heel bijzonder: de Russische gravin. Geen idee waarom deze zo genoemd werd, ik zou zijn echte naam niet weten, alleen dat hij een bril had met van die jampottenbodems. Omdat hij zo slecht zag, is hij nog eens naar beneden gevallen in de Triomf Bar toen er een nieuw vat bier werd aangeslagen, tot grote hilariteit van de aanwezigen natuurlijk en zonder ernstige gevolgen.

Omdat er in die tijd geen specifieke nachtgelegenheden voor homo’s waren, werd de Romantica in de Lange Houstraat na sluitingstijd van de bars nogal eens aangedaan. Dit kwam mede doordat Jos Brink daar in die tijd diskjockey was.

Als Charles Aznavour ‘Que c’est triste Venise’ zong, werd er steevast door de aanwezige homo’s meegezongen: ‘Het is zo triest in de Venice en de toiletten zijn er zo vies.’

Later, toen het beleid ten aanzien van vergunningen wat soepeler werd, ontstond er ook een nachtleven en nu dus wel met een dansvloer. Zo was er tijdelijk een uitgaansgelegenheid van het COC en schuin daar tegenover Lola’s Place en op de Herengracht later D&S en er was ook nog een poosje op de Laan van Meerdervoort de Butterfly.

Zelfs op het strand in Scheveningen waren strandtenten die veel door homo’s werden bezocht. Zo had je er de Terp van Leo, die de lekkerste tosti’s die je je maar kon bedenken maakte en een stukje verderop richting Wassenaar Milord sur Mer.

Het was een tijd die zijn weerga niet kent en niet alleen omdat je toen zelf jong was, het was zo anders, de samenleving is natuurlijk ook veranderd en jonge mensen zoeken via andere kanalen contact met elkaar, maar gezelliger is het er niet op geworden, helaas!

Walter Dirk

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann