Stadsarchitect Adam Schadee

Aan het einde van de negentiende eeuw werd de basis gelegd voor de ontwikkeling van Den Haag tot metropool en industriestad. Na een voorzichtig begin voerde het gemeentebestuur steeds meer de regie hierover. Een hoofdrol in het ontwerp en de uitvoering van de bouwwerken en voorzieningen voor de Haagse gemeenschap werd toebedeeld aan Gemeentewerken. Op 1 mei 1890 werd Isaac Anne Lindo (1848-1941) geïnstalleerd als eerste algemeen directeur van de dienst, die al aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog was opgericht. Lindo zette zich direct in voor personele uitbreiding. Daardoor werd onder anderen de jonge architect Adam Schadee (1862-1937) op 1 september 1891 aangesteld als bouwkundige van Gemeentewerken.

Schadee manifesteerde zich als de belangrijkste medewerker van Lindo. Hij werd geprezen om zijn bescheidenheid, werkijver, geduld, behulpzaamheid en opgeruimd karakter. Ook de vele voorbereidende studies die hij verrichtte vielen op. Die waren ook nodig. Veel van de door Gemeentewerken te ontwerpen gebouwen waren volslagen nieuw.

Terwijl de dienst gestadig groeide – omdat de portefeuille met opdrachten steeds gevulder raakte – werd Schadee op 1 januari 1906 gepromoveerd tot afdelingschef van de ontwerpafdeling. Na het vertrek van Lindo in 1917 en de splitsing van Gemeentewerken in 1918 bleef Schadee onder de nieuwe directeur Jan Lely de belangrijkste ontwerptechnische ambtenaar van de dienst. Hij vervulde de functie als afdelingschef ononderbroken tot zijn pensionering op 1 augustus 1927.

Van 1891 tot en met 1927 heeft Schadee in dienst van de Haagse gemeente een indrukwekkend aantal bouwwerken kunnen realiseren. Hij werd daarom in zijn nadagen geroemd als ‘grote zoon van de stad’. De notabelen van Den Haag waren dan ook uitgelopen voor zijn afscheid in het Raadhuis aan de Groenmarkt, waarbij hij met een gouden medaille de hoogste Haagse onderscheiding ontving. Hij vertrok naar Parijs en onderging al snel het lot dat veel architecten in gemeentedienst beschoren was: hij raakte in vergetelheid. Bij zijn overlijden op 18 december 1937 in de lichtstad werd in kranten en vaktijdschriften nog wel even stilgestaan, maar daarna verdween het werk van Adam Schadee in een voetnoot bij de (Haagse) architectuurgeschiedenis.

Veel van zijn gebouwen gingen ten onder aan de modernisering van de stad die hij zelf met Lindo in gang had gezet. Dat neemt niet weg dat een deel van zijn gebouwen de tand des tijds wel heeft weerstaan, is geconserveerd, gerenoveerd en in enkele gevallen een tweede leven heeft gekregen.

Als eerste directeur van Gemeentewerken zette Lindo op baanbrekende wijze nieuwe lijnen uit voor de ruimtelijke en industriële ontwikkeling van Den Haag. Schadee gaf hieraan uitwerking op het niveau van de architectuur, waarbij technische, functionele en esthetische eisen evenwichtig op elkaar werden afgestemd. De actieradius van de dienst was groot. Die betrof onder meer de volksgezondheid, de hygiëne, het onderwijs, de economie, de infrastructuur, de stedenbouw, de volkshuisvesting en de industrialisatie.

Het oeuvre van Schadee was daardoor niet alleen omvangrijk maar ook zeer divers. Het varieerde van feestdecoraties, kleine verbouwingen en interieurs van gemeentelijke gebouwen tot grote industriële complexen als drie tramremises (en wachthuisjes voor personeel en publiek), de Elektriciteitscentrale aan de De Constant Rebecquestraat, de Tweede Gemeente Gasfabriek langs de Trekvliet en het Slachthuisterrein bij de Laakhaven. Schadee ontwierp de eerste gemeentelijke telefooncentrale, de eerste openbare bibliotheek, het hoofdgebouw voor de GGD, politiebureaus, brandweerkazernes en een grote reeks gemeentescholen. Hij speelde bovendien een hoofdrol bij de introductie van het gemeentelijke badhuis, waarbij het complex aan de Spionkopstraat niet alleen het enige Rijksmonument van de wijk Transvaal is, maar tevens een van de best bewaard gebleven badhuizen van Nederland.

Ook de eerste Haagse woningwetwoningen werden ontworpen door Schadee en zijn afdeling, nadat de bouw van de 65 woningen aan de Kolenwagenslag, Korbootstraat, Kompasstraat, Reepstraat en Hoogaarstraat in Scheveningen op 28 november 1910 door de Raad werd aangenomen.

In dienst van de overheid genoot Schadee weliswaar geen volledige ontwerpvrijheid, maar vernieuwingen in de architectuur hadden desondanks invloed op zijn werk. Aan het begin van zijn carrière liet Schadee zich inspireren door de eind negentiende eeuw zeer populaire neorenaissance bouwstijl. Na 1900 werd onder invloed van de architecten Berlage en De Bazel zijn werk qua gevelbeeld eenvoudiger en ontdaan van ornamenten. Karakteristiek voor de laatste jaren is de plastische baksteenarchitectuur van de Nieuwe Haagse School, waarbij zijn werk herkenbaar bleef door persoonlijke stijldetails.

Begin september verscheen bij WalburgPers het in de VOM-reeks opgenomen boek Adam Schadee. Groote zoon van de stad – Stadsarchitect Den Haag 1891-1927, van de hand van Koos Havelaar en Marcel Teunissen. De auteurs hebben samengewerkt op initiatief van de Stichting Publicaties Haags Erfgoed, die hiermee haar tweede uitgave kon lanceren. Met het rijk geïllustreerde boek is beoogd stadsarchitect Adam Schadee de ereplaats in de (Haagse) architectuurgeschiedenis te geven, die hij op basis van zijn veelzijdige en kwalitatief hoogwaardige werk verdient.

Marcel Teunissen
m.m.teunissen@kpnmail.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann