Wethouder levert de stad uit aan Eneco

Meer dan 140 jaar heeft de gemeente Den Haag er voor gezorgd dat de energievoorziening een pijler van dienstverlening is voor zijn inwoners en bedrijven. In 1874 stichtten de progressief-liberalen de Gemeentelijke Gasfabriek en kwam er een einde aan het particuliere gasmonopolie met hoge tarieven en slechte service. Om dezelfde redenen begon de gemeente in 1907 met de productie en de levering van elektriciteit, met de elektrische trams van de HTM als belangrijkste klant.

Wethouder Willem Drees gebruikte de inkomsten van de gemeentelijke nutsbedrijven voor de ontwikkeling van Den Haag en in de jaren dertig om werkloze Hagenaars te steunen.

Met de komst van het aardgas, na de oorlog, werden het gemeentelijke gasbedrijf en het stroombedrijf samengevoegd tot Gemeentelijk Energie Bedrijf, bekend voor de meeste Hagenaars als het GEB. Na de oliecrisis van 1973 werd het besparen van energie een nieuwe taak voor het GEB. De gemeente besloot om met de restwarmte van de Haagse centrale gebouwen te gaan verwarmen. Het Westeinde Ziekenhuis, huizen en talloze kantoren werden aangesloten op de Haagse stadsverwarming, waarmee een enorme volume aardgas bespaard werd. Het GEB ging met toonzalen en deskundige voorlichting Hagenaars helpen om energie en geld te besparen. Kortom, het GEB was een nutsbedrijf in dienst van de Haagse bevolking en gericht op de belangen van de stad en het milieu.

In 1994 fuseert het Haagse GEB met dat van Rotterdam en Dordrecht tot het nieuwe energiebedrijf Eneco. Daarna begint het verval van het nutsbedrijf. Het nieuwe Haagse kantoor met de grootste zonnecentrale van Europa (1995) wordt door Eneco N.V. geschrapt. De 865 arbeidsplaatsen van het Haagse GEB verdwijnen in de loop der jaren allemaal uit de stad. De meeste gaan naar Rotterdam. Eneco N.V. wordt een commercieel Rotterdams bedrijf en richt zijn beleid op de grootste aandeelhouder, zijnde de gemeente Rotterdam.

De inmiddels ingevoerde vrije marktideologie blijkt problematisch bij een leiding gebonden voorziening als energie. Je kunt de infrastructuur, het monopolie, niet in een commercieel bedrijf onderbrengen. Immers burgers hebben geen keuze. Praat er eens over met de mensen in Ypenburg. Bovendien moet het risicovolle commerciële deel van het monopolie worden afgesneden, omdat er anders kans is dat die de leidingen en infrastructuur in een faillissement kunnen trekken.

In de Splitsingswet wordt deze bescherming van de burgers en bedrijven vastgelegd. Eneco N.V. verzet zich met alle middelen deze wet. En dat is niet in het belang van de Haagse gebruikers. Energiebedrijven als NUON en Essent voeren de splitsing wel door en hebben vele tientallen tot honderden miljoenen aan de verschillende gemeentelijke en provinciale aandeelhouders kunnen uitkeren. De aandeelhouders van Eneco, waaronder tweede aandeelhouder Den Haag met 16 procent, ontvangen helemaal niks en zien de waarde van hun aandelen fors terug lopen. Wat hier het belang van de inwoners is, heeft nimmer enig wethouder aan de stad duidelijk kunnen maken.

Eneco zal vóór februari 2017 ten gevolge van vele rechtelijke uitspraken, toch gesplitst moeten worden. Hierbij komt de bijzondere positie van Rotterdam binnen Eneco om de hoek kijken. De gemeente Rotterdam is als enige van de 52 aandeelhouders een met Eneco ‘verbonden partij’ geworden. En Eneco N.V., weigert, evenals de gemeente Rotterdam, om de inhoud hiervan toe te lichten. Vanaf 2011 staat deze uitzonderlijke voorkeursbehandeling in het jaarverslag. De verantwoordelijke wethouder De Bruijn (D66) verklaart echter doodleuk dat Rotterdam geen bijzondere positie bij Eneco N.V. inneemt. Ook de uitdrukkelijke wens van Den Haag om warmtenetten onder te brengen bij het netwerkbedrijf is door Eneco om commerciële redenen afgewezen. Wethouder De Bruijn geeft zich bij voorbaat over aan Eneco. Hij vecht niet voor de Haagse belangen. Hij schrijft: ‘De gemeente heeft geen specifieke bevoegdheden als het gaat om de warmtenetten van Eneco. Niet over aan- of verkoop, organisatorische inrichting noch over tarieven. Als de gemeente op dit punt iets wil, dan kan zij dat slechts in overleg onder de aandacht brengen van de directie van Eneco.’

Dit citaat uit de notitie van wethouder De Bruijn (D66) laat aan duidelijkheid niets te wensen over. De Haagse raad heeft recent uitgesproken dat het de warmterotonde met vervuilde restwarmte uit Rotterdam afwijst. Eneco heeft daar lak aan.

Ook binnen het kader van de Metropoolregio met Rotterdam wordt de Rotterdamse energiepolitiek van Eneco N.V. de stad opgedrongen. Gelet op dit lievelingsproject van het Haagse college moet gevreesd worden dat ook hier de belangen van Den Haag als, niet met Eneco verbonden partij en minderheidsaandeelhouder worden opgeofferd.

Den Haag heeft over zijn eigen stadswarmtenet, dat geheel op Haagse grondgebied ligt en (nog) niet met andere warmtenetten is verbonden, niets meer te zeggen. Om van Den Haag een klimaat-neutrale stad te maken, is uitbreiding van warmtelevering en een uitfasering van de gaslevering noodzakelijk. De gemeente dient hierover regie en zeggenschap te hebben, omdat het voor zijn Haagse burgers om essentiële voorzieningen gaat. Als de raad zonder ‘bedenkingen’ zou instemmen met het splitsingsvoorstel dan heeft het geen enkele zeggenschap meer over zijn eigen lokale warmtevoorziening. Hier zou toch bij alle mooipraters over de milieukwaliteit en leefbaarheid in de stad een lampje moeten gaan branden.

Woensdag 2 november 2016 vergaderde de raadscommissie over de splitsing van Eneco. De Stichting Gemeentelijke Belangen Energievoorziening gaf aan dat wethouder De Bruijn (D66) de commissie onvolledig informeert over de bijzondere band Rotterdam-Eneco N.V. Daarenboven te passief is over het Haagse warmtenet. Haagse kracht is het motto van dit college. Welnu, het zou een mooi teken van kracht zijn als bestuurders weten waar ze het over hebben en openstaan voor kritiek van betrokken Hagenaars. Vergeet het maar. De wethouder van D66, geconfronteerd met de door de stichting naar voren gebrachte feiten, begon als een autoritaire potentaat in het rond te meppen. Geen inhoudelijke reactie, stug volhouden dat Rotterdam geen bijzondere positie inneemt, maar wel de beledigde bestuurder uithangen. Op de mildste vorm van kritiek. Wij begrijpen dat de belangen van 500.000 Hagenaars voor een man met grote ambities als de heer De Bruijn – waarvan gezegd wordt dat hij gelet op zijn hoge internationale diplomatieke ervaring als voormalig ambassadeur bij de Europese Unie, de volgende Minister van Buitenlandse Zaken kan worden – een afronding zijn.

Zoals de zaken er nu voor staan, gaat een belangrijk instrument voor een gezonde stad en resultaat gerichte milieupolitiek verloren en blijven er sommige zaken geheim. Het treurige is dat een ongeïnspireerde D66-wethouder daar verantwoordelijk voor is. Terwijl het juist de progressief-liberalen waren die van uit het algemeen belang de gemeente regie gaf over zijn energievoorziening. Meer dan 140 jaar gemeentelijke energiepolitiek dreigt hiermee te worden afgesloten en de deur uitgedaan. Uitgeleverd aan de belangen van een commercieel bedrijf; Eneco N.V. dat verbonden is met de stad Rotterdam.

De Stichting Gemeentelijke Belangen Energievoorziening Den Haag

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann