Koninklijke Zangvereniging Excelsior

Het begon allemaal in november van het jaar 1881. Een aantal jonge mensen kwam bijeen in een lokaal van de Weeshuisschool in de Koningstraat om met het hoofd van deze school, de heer L. Plette, te spreken over de oprichting van een koor. Het was direct duidelijk, dat het ‘eene Protestantsche of Christelijke Zangvereeniging’ moest worden. Zeventien dames en zeventien heren meldden zich als lid van de ‘ChristeIijke Zangvereeniging Excelsior’.

Het jaar 1882 was voor Excelsior een belangrijk jaar. Op een buitengewone vergadering ten huize van commissaris P.G. Smelik werden de Statuten en het Huishoudelijk Reglement voorgelegd. Artikel 1 van de Statuten luidde: ‘De Haagsche Zangvereeniging Excelsior is gevestigd te ’s Gravenhage en opgericht voor den tijd van 29 jaar en elf maanden, gerekend van 30 November 1881.’

Dat al heel vroeg de banden met het Koninklijk Huis aangehaald werden, kan men in de jaarverslagen lezen. Op 25 juni 1890 werd medewerking verleend aan een Christelijk Zangersfeest op ‘Maria’s Lust’ te Apeldoorn. Aanwezig waren H.M. Koningin Emma en kroonprinses Wilhelmina.

Op 22 september 1900 zong het koor bij de plaatsing van een gedenksteen in de Regentessekerk door H.M. de Koningin-Moeder en in 1901 werd vol enthousiasme het 20-jarig bestaan gevierd. Ook klonk voor het eerst Die Schöpfung van Haydn.

‘Koninklijke’
De band met het Koninklijk Huis werd steeds hechter. Op 24 januari 1904 werd medewerking verleend aan een godsdienstoefening ter herdenking van het feit dat H.M. de Koningin-Moeder 25 jaar geleden naar Nederland gekomen was. De gehele Koninklijke familie was daarbij aanwezig. In 1906 kreeg Excelsior bij zijn 25-jarig bestaan van Koningin Wilhelmina het predicaat ‘Koninklijke’.

Op 11 april 1911 klonk in de Grote Kerk voor het eerst de Matthäus Passion van Bach onder leiding van Johan Schoonderbeek met als solisten Tilia Hill, Pauline de Haan, Albert Jungblut, Hendrik van Oort en Jac. Caro. Hiermede werd een waardevolle traditie gevestigd.

Belangrijk was in 1913 de medewerking aan het concert ter viering van de 100-jarige onafhankelijkheid van Nederland samen met de Chr. Oratoriumvereniging uit Amsterdam en het Concertgebouworkest. Het programma had tot doel ‘den nationalen snaar te doen trillen in Nederlandsche harten’.

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 werd de vraag gesteld of het koor zou doorgaan of niet. “Mogen we zingen?”, werd in het huisorgaan gevraagd. “Moeten we niet zoo wanhopig zijn, dat we slechts weenen kunnen?” Een uitvoering van Händels Messias kort daarna bracht het antwoord. Bovendien werd in 1916 het 35-jarig bestaan gevierd met een concert in het Gebouw voor K. en W.

In 1937 had het huwelijk tussen Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana en Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard plaats en had Excelsior de eer te mogen zingen bij de inzegening in de Grote Kerk op 7 januari 1937. Het was bijna vanzelfsprekend, dat het koor ook paraat was bij de doop van Prinses Beatrix op 12 mei 1938 in de Grote Kerk.

Met de tweede wereldoorlog brak helaas een duistere periode aan. In het begin trachtte men gewoon door te gaan. Op Tweede Kerstdag 1940 werd in het Gebouw voor K. en W. Händels Messias gezongen en op 7 en 8 april 1941 werd in de verduisterde Willemskerk Bachs Matthäus Passion uitgevoerd, maar in 1942 besloot men er mee op te houden. De koninklijke goedkeuring liep af, men kon stellen dat Excelsior officieel niet meer bestond en dus ook geen lid behoefde te worden van de Cultuurkamer.

Toch kwam in het geheim nog een Matthäus Passion-uitvoering tot stand. Dit was in april 1944 ten huize van een van de leden in de Aalbessenstraat. De koorleden, zestien in getal, zongen bij deze gelegenheid ook de solopartijen.

Groot was de vreugde, toen Excelsior mocht meedoen met de vaandelgroet aan H.M. de Koningin op 6 juli 1945 bij haar terugkeer in de Residentie na een gedwongen afwezigheid van vijf jaren. De oorlog was voorbij en snel werd aan Hare Majesteit een hernieuwde erkenning aangevraagd. Excelsior nam de vocale draad weer op. Een nieuwe ledenwerving begon en in 1951, het jaar van het 70-jarig bestaan, was het aantal gebracht op ongeveer 160. Beschermheer werd burgemeester F.M.A. Schokking.

Tijdens het eeuwfeest kon Excelsior zich opnieuw verheugen in koninklijke belangstelling. Prins Claus, die een grote voorliefde voor klassieke muziek had, woonde namelijk het jubileumconcert bij, dat op 30 november 1981 plaatsvond in het Circustheater in Scheveningen.Andere evenementen in het kader van het honderdjarige bestaan waren een feest voor de leden in het Eerste Vrijzinnig Christelijk Lyceum aan de Van Stolkweg en een receptie in het Nederlands Congresgebouw. Bij die laatste gebeurtenis drukte de gemeente Den Haag nog eens haar waardering uit voor het werk van de vereniging door haar de Penning van Bijzondere Verdienste uit te reiken. Van de Koninklijke Christelijke Zangersbond kreeg Excelsior het pas ingestelde ereteken voor koren die bij de bond waren aangesloten en hun honderdjarig jubileum vierden. Ten slotte werd de eerste secretaris, de heer P.J. Weenink, apart in het zonnetje gezet. Wegens zijn grote verdiensten voor de vereniging, waarvan hij al 56 jaar lid was, werd hij onderscheiden met de eremedaille in goud, behorend bij de Orde van Oranje-Nassau.

In dit jaar, 2016, bestaat de Koninklijke Zangvereniging Excelsior 135 jaar. Juist in dit jaar is het predicaat ‘Koninklijk’ opnieuw verlengd. De vereniging telt 92 leden die onder leiding van dirigent Johan Sonneveld werken aan muziek van hoog niveau. Jaarlijks wordt minstens één, maar meestal twee concerten gegeven, begeleid door een professioneel orkest en solisten van naam. De Matthäus Passion wordt door Excelsior tegenwoordig één maal in drie jaar uitgevoerd, in 2015 in een uitverkochte Grote Kerk.

Dus in 2018 staat de Matthäus Passion weer op het programma. In 2017 zal in een bijzondere samenwerking met het koor Sursum Corda uit Rotterdam het Requiem van Verdi worden uitgevoerd, een heel bijzonder project.

5 november 2016
In dit jubileumjaar is op 16 april ‘King Arthur’ van Purcell uitgevoerd en op 5 november wordt ‘Saul’ van Händel ten gehore gebracht in de Agneskerk aan de Beeklaan.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann