Buziau boeit van begin tot eind

Vijftig jaar podiumkunst in Rijswijk, dat moet gevierd worden! Hoe ga je dat dan op de beste manier doen?

Je kunt hiervoor misschien wel een paar BN’ers inhuren (er zijn er tegenwoordig immers meer dan zat) die met allerlei grappen en grollen er een bonte avond van maken, maar je kunt ook iets unieks en origineels bedenken, waar het publiek nog lang over zal blijven praten. Gekozen werd om voor deze speciale gelegenheid een ode te brengen aan de legendarische Rijswijkse artiest Johan Buziau. De grootste Nederlandse komiek uit de vorige eeuw. Het bleek een goede keuze!

Karel de Rooij
Vanaf het eerste moment word je als toeschouwer als het ware de voorstelling ingetrokken. In een hoog verteltempo en met veel snelle decorwisselingen zien we in flashbacks het leven van de tragische clown Johan Franciscus Buziau voorbij komen, aangevuld met flink wat revue en variété, prima uitgevoerd door het Rijswijks Jeugdtheater, Balletstudio Karin den Os, Trias en VDO Turnlust. Soms spectaculair, soms over de top, maar soms ook eenvoudig en simpel. Het levert regelmatig mooie plaatjes op. Regisseurs Karel de Rooij en Fred Florusse hebben naar mijn mening voor de juiste vormgeving gekozen. Olaf Malmberg die Buziau speelt, is een prettige speler om naar te kijken. Zijn spel komt erg naturel over. Het is ontzettend lastig voor een acteur om zo’n historische figuur als Buziau gestalte te geven. Zoveel bewegende beelden zijn er immers niet van hem beschikbaar. Aan de andere kant is het misschien juist wel goed dat we niet precies weten hoe hij bewoog en hoe hij sprak. Voor je het weet, speel je Buziau als een typetje en krijg je een aflevering van ‘Koefnoen’ te zien. Niks mis mee, maar in deze voorstelling had zoiets niet echt gepast. Malmberg weet de tragische clown tot in de juiste finesses uit te beelden; soepel bewegend van de ene scène naar de andere. Een waar genot om te zien. Hier merk je vooral de invloed van regisseur Karel de Rooij. Vooral in de acrobatische scènes kreeg ik soms een Mini en Maxi-déjà vu.

De rol van de verteller is in uitstekende handen bij Max Douw. Hij begint ietwat nerveus, maar slaat die schroom al snel van zich af. Met een paar goede grappen krijgt hij algauw alle aandacht van het publiek. Ook in de liedjes is hij sterk en bewijst hij over een voortreffelijke stem te beschikken.

Mari Reijnen geeft constant mooi spel als de moeder van de jonge Buziau en de Rijswijkse zangeres Lena Stallinga speelt, of beter gezegd: zingt met verve de rol van Leonora Soprano. Ronduit prachtig is de scene waarin zij het lied ‘La Divina O Mio Babbino Caro’ (bekend geworden door sopraan Maria Callas) vertolkt, terwijl ze tegelijkertijd haar gezicht in de plooi moet houden, omdat naast haar Buziau allerlei vreemde capriolen staat uit te halen. Het levert een wel zeer fraai plaatje op. Dat geldt tevens voor de solodans van Barbara D’Agostini; een stukje fijne choreografie.

Acrobatische kunsten
Tenslotte moet ook het spel van acrobaten Tobit en Jasmijn niet onvermeld blijven. Zij zijn een uniek circusduo met wereldwijde ervaring in unicycle- en luchtacrobatiek. Je houdt soms je hart vast bij hun acrobatische kunsten, maar wat is het schitterend om te zien!

‘Buziau’ is een bijzondere en creatieve voorstelling geworden met een combinatie van professionele artiesten én amateurtalenten van diverse Rijswijkse culturele verenigingen, inclusief een live Big Band. Dit onder de bezielende leiding van vakmensen als regisseurs Karel de Rooij en Fred Florusse en muzikaal leider Koos Mark. De Rooij deed de eindregie en Florusse was verantwoordelijk voor het bijzonder sterke script. Ik kan alleen maar concluderen dat ze in de hele opzet zijn geslaagd. Wat jammer dat er maar zes keer kan worden gespeeld. Het smaakt beslist naar meer, want deze voorstelling zou absoluut niet misstaan als landelijke voorstelling.

De totstandkoming
Het idee om een voorstelling over de Rijswijkse clown Buziau te maken, kwam bij schouwburgdirecteur Ruud Kuper vandaan. Toen hij acht jaar geleden aantrad als directeur zag hij een buste in de schouwburg staan van een clownskop. Niemand wist hem echter te vertellen wie dat kon zijn. Navraag leerde Kuper dat dit de befaamde clown Buziau was, die een groot deel van zijn leven in Rijswijk had gewoond.

Kuper verzamelde meer informatie over deze artiest en toen het 50-jarig jubileum Podiumkunst in Rijswijk in zicht kwam, ontstond bij hem het idee om iets met deze vergeten Rijswijkse clown te doen. Kuper benaderde Fred Florusse en Karel de Rooij om op het creatieve vlak iets te maken. ‘Van die laatste was ik absoluut overtuigd dat hij vanwege zijn Mini en Maxi-verleden wel een connectie met Buziau moest hebben’, aldus Kuper. ‘Over Florusse wist ik bijvoorbeeld dat hij over een grote kennis van de geschiedenis van het cabaret in Nederland beschikt. Ik bracht de twee samen, er was een klik en daar is vervolgens iets moois uit gekomen.’

Het idee was er misschien dan wel, het had toch nog de nodige voeten in de aarde om het project van de grond te krijgen. Er moest een aantal fondsen worden aangeschreven en ook werden er particuliere investeerders benaderd. ‘Dat is gelukkig allemaal goed gegaan’, zegt Kupers met een glimlach. ‘Iedereen was onmiddellijk enorm enthousiast over dit project.’ Zo ook Fred Florusse. ‘Ja, het is gewoon waanzinnig’, zegt hij. ‘We hebben hier met z’n allen keihard aan gewerkt. Vergeet niet dat Karel en ik eigenlijk al vanaf half 2015 hiermee bezig zijn.’

De rolverdeling tussen hem en De Rooij was van het begin af aan heel duidelijk. ‘We hebben samen de opdracht gekregen en wisten al snel welke kant we met Buziau op wilden’, aldus Florusse. ‘Ik was er voor het script, en mijn collega zou de eindregie voor zijn rekening nemen. Karel denkt in plaatjes. Dat wist ik, want zo was zijn werk met Peter de Jong immers ook. Ik heb de musicallijn uitgezet en Karel de revuelijn. Je moet het stuk eigenlijk zien in twee lagen, de levenslaag van Buziau en de revuelaag. Vanuit die twee lagen heeft hij een fraai toneelbeeld weten te creëren’, vertelt Florusse.

Ook is hij erg blij met de cast. ‘Het is even zoeken geweest, maar zo’n speler als Olaf Malmberg heeft dit gewoon perfect ingevuld. Maar dat geldt natuurlijk ook voor de rest van de castleden en de geweldige Rijswijkse amateurgroepen. Ik ben gewoon supertrots op dit resultaat!’ Tot slot wil Florusse nog even vermelden dat Buziau beslist geen analfabeet was. ‘Daar bestaan nogal wat misverstanden over’, zegt hij. ‘Dat is dus pertinent niet waar. Buziau was alleen dyslectisch. Dat dan weer wel!’

Overigens is van 1 oktober tot en met 27 november in Museum Rijswijk de tentoonstelling ‘Johan Buziau (1877-1958), clown en revueartiest’ te zien. Het brengt een ode aan een van de grootste theaterpersoonlijkheden die Nederland heeft gekend, die bovendien lange tijd inwoner van Rijswijk was.

Frans Limbertie
frans.limbertie@yahoo.com

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann