De Embers Club

Jeanette de Ridder riep op 20 september de vraag op of nog iemand zich de Embers Club uit de vijftiger jaren nog kon herinneren. Ik zal proberen wat meer duidelijkheid te verschaffen en tevens van de gelegenheid gebruik maken wat meer te vertellen over een episode die in de vijftiger en zestiger jaren nogal onderbelicht is in de media: de Haagse moderne jazz in die periode en de rol die Eddy de Bock daarin speelde.

In het standaardwerk 100 jaar Jazz in Den Haag (Arie van Breda, 2000) komt op de 640 bladzijden over dit onderwerp maar één regeltje over Eddy de Bock voor, waarop de schrijver op pagina 420 aangeeft wel eens van hem gehoord te hebben en niemand precies weet hoe het werkelijk zat. Voor ons was dat niet zo’n wonder, oude stijlliefhebbers met als exponent Arie van Breda, hadden in die tijd niet zoveel op met de ‘modernisten’.

De Embers Club werd in 1955 opgericht door mijn broer, Eddy de Bock in samenwerking met o.a. Leo Fontijne en Ottie van Rijnswoud. Het doel was het organiseren van jazz- en dansavonden in de Haagse regio. Deze vonden plaats op een aantal verspreide locaties, als het Goudenregenplein, het AVA-gebouw in de Elandstraat, dansschool Wim Lier aan de Laan van Meerdervoort, de Dierentuinzaal, etc. Maar de meest bekend waren wel de zaterdag- en zondagavond sessies van 20.00 tot 23.30 uur, waar uitsluitend grammofoonplaten van de toen bekende artiesten werden gedraaid. Deze bijeenkomsten hadden plaats in de daartoe afgehuurde sportschool van P.C. Timmer aan de Koningin Emmakade 133, een school waar overigens ook Simon Carmiggelt in de veertiger jaren op boksles had gezeten. De heer Timmer was bij zo’n danspartij ook vaak zelf aanwezig, wat op een bepaald gebied z’n voordeel had. Was men vermoeid van het vele jiven en had men een stevige hoofdpijn opgelopen, dan wist hij met een wonderbaarlijke nek- en hoofdmassage het slachtoffer weer helemaal op te knappen. Leo en ik fungeerden als platendraaiers, dus discjockeys avant la lettre. Het lidmaatschap van de Embers Club bedroeg vijftig cent per seizoen, de entree was 1,25 gulden. Er werd door ons een blaadje uitgegeven, Modern Metrum genaamd, waarin voornamelijk de ontwikkeling in de moderne jazz werd besproken, o.a. met medewerking van Skip Voogd. Op geregelde tijden werd er onder de titel Jammin’ at the Zoo een jazz-parade in de grote zaal van de Dierentuin georganiseerd (toegangsprijs twee gulden) met o.m. het Rob Agerbeek Kwartet, het Hein van der Gaag trio (waarvan zelfs een platenopname werd gemaakt), Jack Redler’s Rhythm Club en vele anderen. Bal na tot 1.30 uur met o.a. The Shoe Shine Stompers.

In 1958 begon een en ander te verlopen, mede omdat Eddy in dienst moest, maar ook, zoals hijzelf in een radio-interview zei: het muziekleven aangetast werd door het beukend geluid der gitaren. Ook de smaak van het publiek veranderde, en voor de jazz, zeker de moderne, kwam minder belangstelling.

Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan. Eddy de Bock had een comeback in januari 1965 met de oprichting van Club 65 – Modern Jazz, volgens de statuten: ‘Ter bevordering van de moderne jazz in de ruimste zin des woords’. Zondagmiddag 7 februari ging de club van start in de bovenzaal van restaurant Den Hout aan de Bezuidenhoutseweg. Hoogtepunt was het optreden van de zangeres Leddy Wessel en haar kwartet. Opnamen werden gemaakt door Radio Veronica. Om de circa 400 leden van dienst te zijn, werd ook het huisorgaan Modern Metrum weer nieuw leven ingeblazen. In de volgende maanden traden op: Edwin Rutten, Cees Schrama, Rob Tichelaar, Frans Elsen, Ann Burton met het Hans van Jaarsveld Kwartet, Arly Day, Rita Reys en het trio van Pim Jacobs, Piet Noordijk, Matt Mathews, Harry Verbeke, Henny Vonk, Cees Slinger, Hank Wood, Rob Langereis en Rob Agerbeek. Kortom: iedereen die in die tijd in Nederland enige naam had opgebouwd in de moderne jazz. Ook alternatief werd er wat gedaan. Zo zagen we Boudewijn de Groot met enkele protestsongs, de bluesvertolker Leo Unger en de Hongaarse gitarist Kalman Szirmai. Op Tweede Kerstdag vond er weer een groot jazzfestival in de Dierentuin plaats, waar als noviteit een kindercrèche aanwezig was, zodat vader en moeder ongestoord van de muziek konden genieten. Eddy haalde het Tsjechische S&H kwartet naar Nederland, evenals de bekende tenorsaxofonist Don Byas. Beiden traden op in de zaal Nautica op de Pier. Het Leddy Wessel kwartet werd bevorderd tot huisorkest van de club. Het ledenaantal van de club was inmiddels gestegen tot circa 1100.

Buiten deze activiteiten verzorgde Eddy op de vrijdag- en zaterdagavonden in De Kuil, een kelder onder de bowling aan het Gevers Deynootplein, de jazzmuziek, waar het puikje van de Nederlandse jazz optad als: Rob Franken, Herman Schoonderwalt, Cees Smal, Tony Nusser en Rob Madna.

Maar ook Eddy ontdekte dat er voor de moderne jazz in Nederland slechte tijden aanbraken. Den Haag werd in krantenartikelen de ‘Beatstad van Nederland’ genoemd, met in 1966 zo’n 500 ingeschreven bandjes. In het begin van dat jaar werd De Kuil omgebouwd tot discobar en ook over het Den Hout”gingen geruchten dat dit weldra gesloopt zou worden. Hij had het wel gezien en vertrok naar Spanje, om daar een eigen reisorganisatie op te zetten en daar te blijven. Hij overleed – veel te jong – op 18 oktober 1992 op de leeftijd van 52 jaar.

Bob de Bock
grdebock@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann