Vervolg van virtuele wandeling rond de Van Zeggelenlaan

Ik kreeg veel reacties op mijn wandelverhaal en sommige inzenders waren teleurgesteld dat de wandeling die ik beschreef beperkt bleef tot een bepaald gebied. Weliswaar noemde ik vooral de plekken met de voor mij meeste herinneringen, maar er valt zeker ook over iets verder in de wijk het een en ander te vertellen.

Goed, ik zet mijn droom daarom voort en loop nu vanaf het Postkantoortje de Hasebroekstraat in. In het eerste gedeelte, aan de linkerkant woont mijn schoolvriendje Jan de Boer, maar ik moet nu even verder, geen tijd om te spelen. Even verder, op de hoek met de Alberdingk Thijmstraat, is een winkel van Jamin en daar verkopen ze onder andere heerlijk ijs, ‘Dubbeldik’, en je krijgt er twee losse wafels bij. Ik kan de verleiding niet weerstaan en koop er nu ook een en omdat ik er toch ben ook maar wat ‘Soldatencaramels’, verpakt in een papiertje met een soldaat er op. Op dit plein is ook de beginhalte van buslijn B (later bus 18). Er staat er al een klaar, in de bekende kleuren bruin en creme, de Kromhoutmotor warm te draaien.

Genietend van de net gekochte lekkernijen sla ik linksaf, loop naar de overkant en sta even later voor de Busken Huëtstraat. Op de hoek is het winkeltje van Walburg en met Ferry, die daar woont ben ik ook bevriend. Hij heeft duiven en konijnen en nog wat kleinvee en noemt zichzelf serieus ‘keuterboertje’. Geen idee wat dat is, maar het klinkt zo stom dat ik in lachen uitbarst. Omdat hij denkt dat ik hém uitlach is hij nu boos op me. Geeft niet, gaat wel weer over.

De Busken Huëtstraat inlopend sta ik vrijwel meteen voor mijn lagere school, de o.l.s. Busken Huëtschool, met een afdeling A en B, die beide een schoolhoofd hebben. Eigenlijk zijn het dus twee scholen aaneen. Ik zit op B en heb als schoolhoofd meneer van Dokkum. Ik zal over mijn school nog wel eens uitgebreider schrijven, nu alleen een aardige anekdote. De schooldelen A en B zijn over de hele breedte door een lange gang verbonden. Als de scholen aangaan en de deuren van beide afdelingen openstaan giert er vaak een helse tochtvlaag door de gang, die zelfs je met brilliantine verstevigde haar danig in de war brengt. Maar erger is, volgens mijn moeder, dat je van tocht behoorlijk ziek kan worden. Ze heeft zich er al een poos aan deze situatie geërgerd en op zekere dag is ze het zo zat dat ze met grote passen op de kamer van het schoolhoofd afstevent en van deze eist dat hij op korte termijn iets aan dit euvel zal doen. Ik schaam mij nogal over haar robuuste optreden, maar zie : enige tijd later zijn er werklui in die gang met metselwerk bezig en binnen de kortste keren staat er een tussenwand met deur ! Mijn schaamte maakt plaats voor trots, moeder heeft het toch maar mooi voor elkaar gekregen.

Ik kom nu bij de Beetsstraat en op de tegenoverliggende hoek zit een snoepkeet. Dat is een klein zaakje waarvan de hele handel uit snoep bestaat. Duimdrop, zoethout, borsthoning, vellen ouwel, toverballen, dropveters, noem maar op, kortom een luilekkerland voor kinderen. Ik buig me nu ook weer over de snoeptafel en wik en weeg wat ik zal nemen. Duimdrop en zoethout of borsthoning en ouwel, of toch maar… De vrouw van de zaak wordt er een beetje kriegel van. ‘Ik heb niet de héle dag tijd hoor’, zegt ze. Ik hoor dat ik moet opschieten, maak daarom snel mijn keuze en loop met een handvol snoep de winkel uit.

Via de Alberdingk Thijmstraat en de Oltmansstraat kom ik weer in de Rosseelsstraat en loop door tot ik bij de kruising met de Van Zeggelenlaan ben. Aan de linkerkant hier op de hoek zit de ‘Bazar’, waar vanalles te koop is, vooral op huishoudelijk gebied, maar ook speelgoed bijvoorbeeld. Ik kom er nogal eens met mijn moeder en mag dan soms een speelgoedje uitzoeken wat meestal een Dinkytoy wordt. Maar Bruinsma, de eigenaar, verkoopt sinds kort ook vogeltjes van plastic die je met water kunt vullen en waarmee je door op een pijpje te blazen een twinkelend vogelgeluid kunt laten horen. Het plastic is gevlamd van kleur en nog bijzonder, veel speelgoed wordt er nog niet van die stof gemaakt. Het wordt nu dus zo’n geval, kan ik de omgeving een beetje gek maken. Bruinsma heeft een zware stem, donkerbruin zou je kunnen zeggen, maar is best aardig.

Ik volg de Van Zeggelenlaan nu aan de linkerkant en ben even later bij de firma Engering, een zaak in fournituren. Het is er vol kasten met knopen, breipennen, rollen stof van allerlei kleur en nog veel meer. Het ruikt er altijd nogal muf vind ik en is voor mij verre van interessant. Doorlopen dus maar. En dan ben ik al op de hoek van de Goeverneurlaan en hier is een bakker die vaak ‘Puddingstukjes’ heeft. Ook nu zie ik in de etalage een plateau boordevol met die heerlijke geglazuurde bonken naar mij wenken, maar ik besluit sterk te zijn en er snel voorbij te lopen.

Schuin rechts aan de overkant van de Goeverneurlaan is een winkel van De Gruijter (‘én 10 procent, én betere waar, én ’t Snoepje van de week’). Daar word ik wel eens met een mandje en boodschappenlijstje naar toe gestuurd. Achter een lange toonbank staan daar een aantal dames die je lijstje aannemen, het verlangde uit de rekken pakken en dat vervolgens in je tas of mand zetten. Het kan wel eens lang duren voor je aan de beurt bent maar erger vind ik het om daarna met dat lullige mandje de hele laan af naar huis te moeten lopen.

Ik blijf maar aan deze kant van de Van Zeggelenlaan. Tegenover mij zijn vervolgens de cafetaria ‘Indië’, de slijterij ‘De Druiventros’ en een dierenwinkel. Ik ga wel eens met vader mee als hij bij de slijterij voor de zondag een paar ‘maatjes’ jenever gaat halen. Ik vind het er lekker ruiken, al heb ik echt geen behoefte aan drank.

Vanaf dit punt loop ik helemaal terug naar de Rosseelsstraat. Op de hoek zit daar kruidenier Foppe, ’n beetje saaie winkel naar mijn idee. Maar ga je linksaf de straat in, dan vind je op de hoek van de van Vlotenstraat een zaak die veel interessanter is: de platenzaak van Zuidwijk. Het is er maar klein, maar de wandrekken staan er boordevol 75-toeren platen, in hoezen van pakpapierkleur. Maar je kunt er de plaat van je keuze laten draaien en dat klinkt geweldig en zo lekker hard. Mijn oudere broer heeft in en op een kist een platendraaier gebouwd, waarvan het draaiplateau wordt aangedreven door een met een fietsdynamo verbonden snaar. Ik begrijp niet hoe hij dat voor elkaar kreeg maar het klink prima, zo met de versterker en grote luidspreker erbij aangesloten. Kortgeleden heeft hij hier een plaat van Winnifred Attwel, de jazzpianiste, gekocht en die wordt nu door ons grijsgedraaid, want het is nog een van de weinigen in zijn collectie. Er zijn nog wel een paar andere platen, tweedehands op de markt gekocht, maar die hebben hun beste tijd al lang gehad. Niet zo gek als je bedenkt dat een naald waar je mee moet afspelen maar zo’n twee á drie kantjes meegaat. Dus om de haverklap moet er een nieuwe naald in de pick-uparm. Die naalden zitten in een klein blikje, per 50 stuks schat ik. En niet elke gebruiker zal die vanwege die handeling en de prijs van het blikje steeds op tijd vervangen, met grijsdraaien tot gevolg. Vandaar de uitdrukking.

Tot slot van mijn wandeling kijk ik naar de zaak tegenover Zuidwijk, de winkel van ‘Manus’, waar ze van allerlei dingen verkopen, vooral snoep. Maar ik ga hier echt niet meer naar binnen, want ik sloeg vorige keer een behoorlijke flater. Een vriendje gaf me een wat vreemd gevormde cent, daar mocht ik bij Manus wat voor kopen. Die cent, werd mij later duidelijk, had hij op de tramrails gelegd en de tram had er vrolijk een munt ter grootte van een twee-en-een-halfcentsstuk van geplet en ik werd nu als proefpersoon gestuurd om te zien of ze ‘er in trapten’. Maar dat feest ging niet door. Ik hoor het de vrouw van Manus nog zeggen “Die cent die déug nie jonge, die ken ik nie kwét.” Nou, dan sta je mooi voor gek. Ik ben wel even pissig op dat vriendje geweest… Als trieste bijkomstigheid valt hier nog te vertellen dat op een gegeven ogenblik bekend werd dat de vrouw zich van het leven had beroofd, opgehangen in haar eigen zaak. Een luguber slot, maar ik denk niet dat dit voorval er mee te maken had.

Ik word plotseling ruw uit mijn overpeinzingen gehaald. ‘Zet jij de kliko nog even buiten, want de vuilnisauto komt er zo aan!’, roept mijn vrouw. Ik wrijf mijn ogen uit en ben al snel weer volledig in het hier en nu. Denk nog even aan de nostalgie van de zinken afvalemmers van toen en sleur dan de grijze plastic bak naar de stoeprand.

Wim Hoogerdijk
whopictures@hotmail.com

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann