Bedrieger in het openbaar gebrandmerkt aan de schandpaal

In 1798 liep de 58-jarige Willem Julius van Overveldt tegen de lamp en werd hij opgeborgen in het tuchthuis. De man had onder valse voorwendsels handel gedreven en gebruik gemaakt van een gefingeerde naam en dat was iets dat in de 18e eeuw ten strengste verboden was. In Holland draaide alles om handel en geld. Economische delicten die de handel verstoorden werden streng gestraft.

Nog steeds is een overeenkomst niet geldig wanneer hij door bedrog tot stand is gekomen. Ook heden mogen we onder een valse naam geen handel drijven. In de tijd van de Bataafse Republiek was dat niet anders. De handel mocht onder geen beding gevaar lopen door onbetrouwbare sujetten, die op een oneerlijke wijze aan de kost wilden komen.

Prinsegracht
Willem Julius van Overveldt was naar zijn zeggen een Amsterdammer van geboorte. Vermoedelijk woonde hij daar aan de Boommarkt wat nu bekend staat als de Nieuwezijds Voorburgwal. Eind jaren tachtig van de 18e eeuw kwam hij in Den Haag terecht, waar hij zich vestigde aan de Prinsegracht, hoek Brouwersgracht. Daar kreeg hij onderdak bij een boekenverkoper die zijn handel had op het Spui. De man was rap van tong en wist gemakkelijk contacten te leggen onder de lagere klasse van de Haagse samenleving. Ook was hij geregeld in herbergen te vinden en andere drinklokalen waar hij de mensen gemakkelijk geld afhandig wist te maken.

‘Mooi praten’
Zijn werkwijze was eenvoudig. Meestal kwam hij met het verhaal dat hij een erfenisje verwachtte en wist hij met ‘mooi praten’ de goedwillende, soms beschonken Hagenaars hem geld te lenen. Zonder problemen schreef hij dan een schuldbekentenis uit maar deed dat onder valse naam. Hij gebruikte de naam Willem Boom, vermoedelijk daarbij denkend aan zijn Amsterdamse tijd toen hij aan de Boommarkt woonde en daar overigens failliet is gegaan in 1788. Al met al was het een geslepen baas, die uitgekookt te werk ging. Meestal wist hij als Willem Boom een bedrag van honderd gulden los te peuteren. Op een keer kwam hij in de kroeg om zijn schuld te vereffenen en liet een zak met duiten zien, doch hij vroeg nog even uitstel en slaagde er tegelijkertijd in ook een andere drinkebroer te imponeren met zijn buidel en bij hem ook geld afhandig te maken in ruil voor een schuldbekentenis op naam van Willem Boom.

Onderzoek
In de kroegen begonnen de geldschieters argwaan te krijgen. Wie was deze goedgebekte mooiprater? Niemand die wat van hem wist en informatie her en der leverde, op dat ene Willem Boom in Den Haag volkomen onbekend was. Wel kwam naar boven dat hij ook sjoemelde met loterijbiljetten.

Daarmee te worden geconfronteerd, vertelde Willem zonder blikken of blozen en gelovend in zijn eigen onschuld, dat hij momenteel in Voorburg woonde. En zo wist hij zich handig uit iedere benarde situatie te praten. Waarnemend baljuw Frederik George Alsche (1768-1805) zat niet stil en meende een sterke zaak tegen hem te kunnen beginnen.

Het gebruik maken van een andere naam ontwrichtte het vertrouwen in de samenleving. Tegenover dit soort delicten, werd de strengste straf geëist. Uiteindelijk bekende onze mooiprater zijn dubieuze praktijken en de veroordeling was niet mis. Hij werd publiekelijk aan de schandpaal gezet met daarboven een bord met de tekst ‘bedrieger’ erop. Voorts diende hij met roeden gegeseld te worden en daarna gebrandmerkt. Tenslotte ging hij voor vier jaar de bak in. Het Haagse avontuur liep voor de Amsterdamse bedrieger slecht af.

F.J.A.M. van der Helm
helmhuis@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann