Onze kinderen stromen als een levend riviertje de school uit

In deze krant hebben al diverse artikelen over Jan Ligthart gestaan. Hij was van 1885 tot aan zijn dood in 1916 hoofd van de school in de Tullinghstraat. Velen van u zullen zijn naam nog wel kennen al was het alleen maar omdat hij meegewerkt heeft aan leesboekjes als Ot en Sien en aan de leesplank Aap Noot Mies. Hij was wat het moderniseren van het onderwijs betreft zijn tijd ver vooruit. Zo werden er op zijn school al schoolvergaderingen gehouden en dat was in die tijd verre van gebruikelijk.

In het verslag van zo’n schoolvergadering, op 4 oktober 1890 gehouden, kwam ik de volgende zin tegen: “De leerkrachten willen het toezicht bij de ingang van de school verdubbelen vanwege het gevaar dat de tram oplevert.” In het door hem uitgegeven tijdschrift School en Leven, jaargang 1913, staat het volgende: “Bij het uitgaan van de school stromen onze eigen kinderen als een levend riviertje een stukje speelplaats over, de schoolpoort uit, en langs de huizen tot aan het eind der straat. Dit is nodig opdat er niet een, dartel de school uitvliegend, onder de tram komt, die om de vijf minuten vlak voorbij de uitgang snort. Vroeger hadden we nog maar de paardentram. ’t Is dus begrijpelijk, dat we nu, met die vliegende electrische, wat bizonder voorzichtig zijn.” Deze tekst was voor mij een aanleiding om eens uit te zoeken hoe dat zat met die paardentram in onze stad.

paardentram-ii
Paardentram.

Een moeizaam begin
Op 5 april 1859 werd in de Haagse gemeenteraad een verzoek behandeld om vergunning te verlenen tot de exploitatie en aanleg van een ‘paardijzerbaan’. Dit verzoek werd ingediend door ingenieur C. Soetens. Kennelijk was de tijd hier nog niet rijp voor want dit verzoek werd afgewezen. Men moest niets van die ‘onnutte nieuwerwetsigheden’ hebben. Dit gold overigens niet alleen voor het aanleggen van zo’n tramlijn. Zaken als waterleiding, riolering en zelfs het aanbrengen van straatnaambordjes werden in eerste instantie afgewezen. Soetens liet het hier niet bij zitten en diende dit verzoek nog enkele malen in. De zesde (!) poging werd gehonoreerd en de betreffende concessie werd hem op 29 april 1862 verleend onder de beperking dat hij een borgsom van 1000,- gulden op tafel kon leggen en dat lukte hem niet. Dit had tot gevolg dat op 1 december van datzelfde jaar de concessie weer ingetrokken werd. Een plaatselijke notaris en een fabriekseigenaar besloten om samen met een bankier uit Parijs de sprong te wagen en zo werd aan hen op 7 juli 1963 de concessie voor 20 jaar verleend om een ringlijn tussen Den Haag en Scheveningen aan te leggen en te gaan exploiteren. Het benodigde geld hiervoor kwam uit Engeland en zowel de aanleg als de exploitatie werd door Engelsen uitgevoerd, van de ingenieurs die de (Engelse) spoorstaven lieten plaatsen tot de koetsiers die de (Engelse) paarden menden, die de (Engelse) tramrijtuigen voortrokken. De maatschappij heette dan ook: The Dutch Tramway Company Ltd. Op 23 juni 1864 werd de lijn geopend en twee dagen later werden er passagiers vervoerd. Het ging hier aanvankelijk om een verbinding tussen de Parkstraat, via de Scheveningseweg naar Scheveningen. Het zou een kleine tien jaar duren voordat de exploitatie van deze verbinding enigszins rendabel werd. Alles dat mis kon gaan, ging mis. Ontsporingen en wiel- en asbreuken kwamen vrijwel dagelijks voor en er waren maar weinig passagiers ook al omdat er zich tussen Den Haag en Scheveningen in die tijd nog een flink stuk onbewoond gebied bevond. In 1873 vond een keuring plaats van de paarden die gebruikt werden om de tramrijtuigen te trekken en een groot deel ervan werd afgekeurd. Het bedrijf dat inmiddels in andere handen was overgegaan, onder de naam N.V. Haagsche Tramway Maatschappij, kwam min of meer stil te liggen. Vervolgens werd het overgenomen door een Belg en vanaf 7 oktober 1873 werd de naam: Socièté anonyme des Tramways de La Haye gevoerd. De tarieven werden verlaagd en de frequentie van de ritten werd verhoogd en dit werkte gunstig. Wat ook van belang was, was het feit dat Den Haag op 1 mei 1870 aangesloten werd op het Europese spoorwegnet. Op die datum werd het Hollandsche Spoor door de Nederlandsche Rhynspoorweg Maatschappij in gebruik genomen. Via een stadsnet zouden de betreffende reizigers diverse delen van onze stad kunnen bereiken. Ondanks de nauwe binnenstadsstraten lukte het toch om dit in de loop der jaren voor elkaar te krijgen.

Betere tijden
Dit stadsnet werd steeds verder gemoderniseerd en uitgebreid. Dit wil niet zeggen dat de Haagse bevolking er altijd blij mee was. Er gebeurden te veel ongelukken, de tram kwam nooit op tijd, de kaartjes waren veel te duur… Eén van de redenen hiervan was dat voordien het stadsbeeld voornamelijk gedomineerd werd door voetgangers, een enkel paard en enkele koetsen. Men moest er nog aan wennen. Overigens liep Den Haag ook nu weer voorop: de eerste paardentram van ons land reed door onze stad! Daar komt bij dat men vond dat de Haagse tram in handen van Nederlanders zou moeten zijn en niet, zoals nog steeds het geval was, vanuit Brussel bestuurd zou moeten worden. Ook binnen de gemeenteraad werd deze mening steeds vaker gehoord. Pas in 1904 was dit voor honderd procent het geval. De Haagsche Tramweg Maatschappij, zoals de nieuwe naam was, was dan ook in Den Haag gevestigd. Al in 1895 werd een verzoek ingediend om één van de tramlijnen via elektriciteit te laten gaan rijden. Ook hier was aanvankelijk bezwaar tegen. Veel te gevaarlijk! In 1904 ging de raad hier echter wel mee akkoord en dit betekende het begin van het einde van de paardentram en op 4 maart 1907 was dit definitief het geval.

Paardentram B, de blauwe lijn
De letter B is een administratieve aanduiding en de kleur blauw wil zeggen dat het bord dat op het balkondak was aangebracht en waar de richting van deze paardentram opstond, blauw was. Vanaf 19 augustus 1880 vertrok deze tram van het Hollandsche Spoor richting Koninginnegracht, onder andere via het Oranjeplein en de Tullinghstraat. Tot 19 juli 1906 ging het om een paardentram en nadat er een bovenleiding was aangebracht vanaf die datum om een elektrische. Men sprak nu van tramlijn 2. In 1923 is een deel van de rails verlegd naar de Parallelweg en nu reed lijn 2 niet langer langs het Oranjeplein en door de Tullinghstraat. Ligthart heeft dit laatste niet meer meegemaakt omdat hij 7 jaar daarvoor overleden is. Het zou hem goed gedaan hebben daar ben ik van overtuigd. Hij heeft met enige regelmaat brieven naar het gemeentebestuur geschreven omdat hij het een slechte zaak vond dat de tram vlak langs zijn school reed. Het lawaai alleen al verstoorde het lesgeven.

Mocht ik ergens de mist in zijn gegaan, dan hoor ik dat graag. Soms spreken de door mij geraadpleegde bronnen elkaar tegen. Met dank aan mijn vroegere buurman Ron F. de Bock. We hebben samen uren door de stad geslenterd en hij was een kenner bij uitstek op het gebied van de geschiedenis van Den Haag.

Carl Doeke Eisma
carleisma@planet.nl

N.B.: de foto stelt de Tullinghstraat voor met in het midden de school en het woonhuis van Ligthart. Zo te zien rijdt er nog een paardentram. De bovenleiding ontbreekt nog.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann