Leyweg tot 1950: landweggetje met boerderijen

De nieuwbouwwijk Morgenstond is vernoemd naar een boerderij aan de Leyweg op de hoek van de Hengelolaan. In 1948 werd boer Zonneveld verteld dat hij moest wijken voor de Haagse stadsuitbreiding. Hij zou nog tot 1951 op deze historische boerderij mogen blijven voordat deze met de grond werd gelijkgemaakt. Chris Nederpel (1944) heeft het allemaal zien gebeuren. De Leyweg met de weilanden aan weerskanten veranderde van landweggetje in een straat in een naoorlogse nieuwbouwwijk die inmiddels ook alweer volop vernieuwd wordt.

Chris Nederpel (1944).
Chris Nederpel (1944).

Een eeuwenoud weggetje met sloten aan weerskanten en over die sloten enkele bruggetjes die toegang verschaften tot de weilanden met koeien. Tot aan de horizon zag je de weilanden. Hoe mooi was dat niet bij zonsopgang wanneer een nevellaag boven het gras hing. Dat was de historische Leyweg, die liep van de Oude Haagweg in Loosduinen naar de Noordweg in Wateringen. Een idyllisch tafereeltje, vooral als je daarbij de geur van koeien probeert te ruiken en de stilte en rust beluistert die zo karakteristiek zijn voor het platteland.

De ouders van Chris kwamen tijdens de oorlog in de Vreeswijkstraat wonen op nummer 821. Een benedenwoning nabij het in de jaren dertig aangelegde Zuiderpark. Chris weet nog dat hij achter sliep in de tamelijk luxe woning. “Een prachtige buurt voor opgroeiende kinderen, waar ze heerlijk konden ravotten!” Het platteland was nabij. Overal groen om je heen! De weilanden werden vervangen voor blokkendozen waarin mensen werden opgeslagen. De jonge Nederpel heeft het allemaal aan den lijve meegemaakt. “De grond werd bouwrijp gemaakt. De boerderijen kwamen leeg te staan. De jaren vijftig toverden het platteland om tot enkele nieuwbouwwijken, die niet bepaald een schoonheidsprijs verdienden. Overal bouwmaterialen. De drukte van de bouw bracht veel kinderplezier met zich mee. Zand werd in keepwagens aangevoerd vanaf de Laak. Wat heerlijk om met een chauffeur even heen en weer te rijden.” Of een ritje naar Hillegom om een lading stenen op te halen. Het was het leven als in een jongensboek. De kinderen beleefden schitterende avonturen. Vaak gingen ze met vriendjes uit de buurt spelen of hutten maken. Chris moet zo’n jaar of zeven zijn geweest toen hij met vrienden een gat had gegraven waarboven een schitterend dak werd gebouwd. Zo hadden ze spelenderwijs hun eigen mooie hut in elkaar geknutseld. Zijn broer Leo was er ook bij. Evenals de wat oudere Joop van Caldenborgh en vrienden als Rob en Leo Geurts, Petja en Hugo Wapperon, Jan de Vroom, Daan Krul en vermoedelijk ook Bert Cremer. Ze maakten er ook vuur om warm te zitten als het buiten koud was. Eigenlijk best wel gevaarlijk als je het achteraf beschouwd. Maar kinderen zien het gevaar niet en hadden geen besef van tijd. Geen wonder dat de moeder van Chris nogal eens ongerust was waar de jongens uithingen.

Boerderij Stadszicht.
Boerderij Stadszicht.

De oude Leyweg was verhard met een soort teerlaag die bij extreem heet weer ging plakken als je erop liep. Chris kan het zich nog goed herinneren. “Als je lang op een plek bleef staan dan zoog je bijna vast.” De boeren vonden het allemaal prima. Zij hadden meer zorgen over de naderende onteigening van hun stuk groen en ook vaak van hun behuizing. Sommige families woonden al vele generaties aan de Leyweg. Ofschoon het aantal daadwerkelijke woonboerderijen op de vingers van één hand te tellen was. In de meeste gevallen ging het om gepacht land met enige schuren en verder opstal. De pachters woonden elders en gingen iedere dag naar hun weide toe om hun koeien en andere beesten te verzorgen. Boerderij Morgenstond was een complete boerderij met woning, stallen en een oprijlaan met aan het begin een hek en dampalen aan weerszijden met de woorden Morgen en Stond erop. De zestien hectare weiland lag tot de Vrederustlaan aan toe. Deze eeuwenoude boerderij stond tegenover de Eurocinema. Daarnaast lag een weggetje, thans Hengelolaan, dat richting het huidige Zuiderpark toegang bood aan de oeroude eendenkooi met kooikerswoning van de familie Hegge. De oude woning staat nog steeds aan de zoom van het Zuiderpark, weliswaar in afgeslankte vorm en hoofdzakelijk voor educatieve doeleinden. Verdere boerden langs de Leyweg: boer Koot (woonde in de Vreeswijkstraat), boer Knijnenburg, Van der Voort, Van Leeuwen met Stadszicht, Van Vliet, Vogels en nog wat pachters met een perceel grond waarop ze koeien hielden. Vogels was zo’n pachtboer die Chris goed van dichtbij heeft gekend.

Boerderij Morgenstond.
Boerderij Morgenstond.

Vroeger gingen kinderen van vier en vijf jaar naar de bewaarschool zodat ze alvast konden wennen aan de grote school, zoals dat zo mooi heette. Chris had ook die leeftijd van kleuter maar hij zat liever op de boerderij dan op school te spelen. Zijn school was aan de Kootwijkstraat, maar vaak genoeg zat hij tussen de koeien van boer Vogels op zijn landgoed ‘Altijd Wat’. Vanaf de Driebergenstraat mocht hij dan meerijden op de bok van de paard en wagen. Dolenthousiast vertel Chris hoe hij spijbelde van school en zijn moeder niets merkte, totdat oom agent in de gang van het ouderlijke huis stond. Dat was dus foute boel. “Kennelijk verlinkt door een schoolvriendje tegen wie ik te enthousiast over de verhalen van boer Vogels had verteld!” Zo kon het gebeuren dat er weer een rustperiode aanbrak.

Boer Vogels had een melkzaak op de hoek van de Tripstraat en de Loosduinseweg. Een behoorlijk pand met ook nog een stal met ruimte voor karren en vier paarden. Een indrukwekkend bedrijf voor die tijd. Koos Vogels ventte met melk langs de deur en in de winkel was deze ook vers verkrijgbaar. “Allemaal eenvoudige zuivelwaar, hoor: melk, kaas, eieren, boter, dan had je het wel gehad. Misschien karnemelk er nog bij.” Het was vroeg opstaan en hard werken. Boer Jan Vogels ging al voor dag en dauw met paard en wagen naar zijn land aan de Leyweg om de koeien te melken. Na gedane arbeid en nog wat sjouwtjes, bracht hij vervolgens de gemolken melk naar de fabriek ‘De Hanze’ aan de Rottermontstraat bij de Gaslaan. Een melkinrichting die in 1915 door twaalf melkslijters was opgericht. Het was flink aanpoten. De zware melkbussen met veertig liter erin moesten op de kar worden gezet. Toch met de zware bus mee een vracht van vijftig kilo die hoog boven jezelf moest worden opgetild. Vaak twee lagen op elkaar. Ook toen probeerden de boeren en handelaren zo efficiënt mogelijk te werken. Alleen heette het toen nog niet zo. Werkdruk was er niet. Het leven was wat gemakkelijker met een peukie er tussendoor en wat gemoedelijk praten over de koeien als ze wat mankeerden. Vogels was nog van de oude stempel en bracht de melk zelf naar de fabriek. Andere boeren kozen er steeds meer voor om de melk op te laten halen. Ook vanwege dat gesjouw als je wat ouder werd, terwijl de stevige jonge melkrijders met de vrachtwagen het een en ander gewend waren. Vogels ging van de fabriek meestal weer direct naar zijn land. Soms eerst nog even langs huis om koffie te drinken.

Het ging er gezellig en ontspannen aan toe aan de Leyweg. “Nee, de koeien hadden geen namen.” Sommige hadden wel een bijnaam. Zwartkop of zo, afhankelijk van de vlek op de kop. Paarden hadden wel een naam. Chris heeft ook wel eens koeien gemolken. Zittend op een éénpoot, klaarde hij het karwei op zijn dooie akkertje. De jaren gingen door en de betonnen flatten rukten steeds meer op. De gemeente Den Haag had grootse plannen met de nieuwbouwwijk. Zo moest het winkelcentrum een Haagse Lijnbaan worden naar Rotterdams voorbeeld. Als kind had je weinig idee van de geplande bouw. Ook dacht je niet: wat zonde dat die boerderijen allemaal worden geruild voor vanaf de bureautafel getekende straten, lanen, huizen en winkels. Zo zielloos en zo troosteloos. Later kijk je pas nostalgisch terug naar wat eens is geweest. Dan pas zie je de Leyweg zoals je hem vroeger als normaal aanvaardde. Als je ouder wordt zie je je jeugd weer op het netvlies verschijnen. Vaak wat gekleurder dan het werkelijk in die tijd was.

De tijd bij boer Vogels was een onvergetelijke tijd voor de kleuter. Wat heeft hij op een prachtige wijze kennis mogen maken met het boerenleven. De drukte in de zomer als het hooi moest worden gemaaid. En de betrekkelijke rust in de winter wanneer de koeien op stal stonden. Wat gaven die beesten een warmte! De jaargetijden bepaalden het leven van de boer. In de winter werden er vooral onderhoudswerkzaamheden verricht. Een schuttinkje vastzetten, wat palen vervangen en de koeien bijvoederen. Het dagritme werd net als in de zomer bepaald door de koeien die gemolken moesten worden. Op het erf was naast de schuren, de hooimijt en koe- en paardenstallen ook ruimte voor een stal speciaal voor de stier. Wat de stier precies deed op de rug van de koe zal de kleine Chris wel niet hebben begrepen. Het leek op een soort gevecht. De stier stond vast aan de grond met een hele zware pin. Hij leek ook nog boos te kijken. Het was duidelijk dat deze stoere 4-potige jongen zich verlekkerde aan de dames in de wei en zich niet wilde laten storen door wat voor hinderlijke menselijke wezens dan ook. Of ze nu groot waren of klein. De (biologie-) lessen aan de Leyweg waren onvergetelijk onderwijs, zoals alleen de natuur je kan leren!

F.J.A.M. van der Helm
helmhuis@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann