Warme belangstelling voor Haags amateurvoetbal

Met veel plezier heb ik het artikel in De Oud-Hagenaar van 14 juni gelezen getiteld ‘Nieuw boek test voetbalkennis oud-Hagenaars’. En natuurlijk zijn er heel wat vragen, die bij mij herinneringen oproepen als oud-voetballer en -trainer in de Haagse regio. Een vraag, sprong er voor mij direct boven uit. Het gaat om vraag 924: “Wie kreeg er in de jaren zeventig 40.000,00 gulden salaris, omdat hij trainer werd van De Valkeniers?”

Ik denk dat het eind 1971 geweest is, nadat ik was geslaagd voor mijn eerste trainersdiploma (D), dat de cursusleider Joop Castemiller mij vroeg of ik iets voelde om als trainer te beginnen bij de voetbalvereniging De Valkeniers, uitkomend in de tweede klasse van de onderbond (HVB). Dat was bepaald geen geweldig niveau, maar om ervaring op te doen een aardige start. Hij werd wel meer door clubs benaderd. Die cursus werd destijds gehouden op het RVC-complex en hadden een leuke groep cursisten met onder andere bekende voetbalfiguren als Cock Clavan (RVC) en Jan Gerritsen (VUC).

Zo gebeurde het dat ik een paar weken later werd gebeld door een van de bestuursleden van De Valkeniers en werd gevraagd eens te komen praten over een eventuele aanstelling als trainer. De club speelde bij de Hoornbrug in Rijswijk. Ik ernaar toe.

Na een plezierig gesprek met het bestuur werden er al vrij concrete plannen gesmeed en de voorzitter zei mij dat hij het wel zag zitten. Over salaris waren we het snel eens. We gingen uit elkaar met de mededeling dat hij mij zo snel mogelijk zou bellen voor een afrondend gesprek. Ik keerde huiswaarts met de idee dat De Valkeniers mijn eerste club zou worden als trainer van een eerste selectie.

Er moet in die opvolgende weken iets gebeurd zijn waardoor alles op z’n kop zou worden gezet. Toen ik een paar weken later de voorzitter belde, vertelde hij dat er nieuwe ontwikkelingen waren en dat zij een toptrainer in huis wilde halen. Mijn bek viel open! Een toptrainer voor een tweede klas HVB-clubje?

Toen ik de naam hoorde van Aad de Mos, die al een aardige staat van dienst had, was het mij wel duidelijk. Hier moest een grote zak geld zijn binnengebracht en dat bleek later ook zo. Je kunt achteraf wel stellen dat dit de eerste stap in de vercommercialisering van het amateurvoetbal is geweest. Enige weken later werd ik de eerste betaalde trainer bij SEV Leidschendam uitkomend in de hoofdklasse van de HVB.

Het amateurvoetbal vanuit mijn periode 1955 tot en met 1968, ik speelde in het eerste van Quick-Steps, was niet alleen gebaseerd op prestatie, maar vooral op clubliefde en plezier in het spelletje. Wij waren een pure buurtvereniging met veel supporters, waarin het overstappen naar een andere vereniging niet in je opkwam. En diende zich een gelegenheid aan, bijvoorbeeld een aanbieding van Holland Sport, dan kreeg je te maken met een gezaghebbend bestuurslid de heer Gussenhoven, lid van de tuchtcommissie van de KNVB, die je in niet mis te verstane woorden wist te overtuigen dat dit niet kon.

Een voorbeeld was onze keeper in die tijd, Ton van Bergen. Keeper van het Nederlands Luchtmacht Elftal en ongehoord goed. Hij wist Ab Clemenkhof, later keeper in VUC 1 bij Quick-Steps in het tweede te houden. Hij sloeg een aanbod voor een contract bij Holland Sport af.

Drie à vier rijen dikke mensenmassa.
Drie à vier rijen dikke mensenmassa.

Het amateurvoetbal genoot in die tijd een warme belangstelling van supporters. Wedstrijden tegen Westlandse ploegen zoals Westlandia en Velo trokken op de Nijkerklaan zo’n 2.500 tot 3.000 bezoekers. Om een indruk te geven zie je op deze foto’s om het veld drie à vier rijen dikke mensenmassa. Maar dass wahr einmahl.

Joop van Sas
vansasj@hetnet.nl
06-54946545

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann