Herinneringen van een meisje tussen stoute jongens

Het artikel over de verdwenen MMS, de middelbare school voor meisjes, deed mij eraan denken dat ik als meisje op een HBS met voornamelijk jongens terecht kwam. Het omgekeerde dus. Een, ook al zo’n verdwenen opleiding, een HBS. Hogere Burger School. Die Tymstra school was niet zomaar een school maar door de buitenwacht vaak genoemd een ‘school voor stoute jongens’.

Halverwege de jaren vijftig kwam ik op een nieuwe school, de Tymstra-HBS in de Sweelinckstraat. Op een of andere manier was ik daar terecht gekomen. Je kwam daar nooit zomaar omdat het zo’n leuke of goede school was. Maar vragen hoe je daar beland was, was zoiets als aan iemand in de bak vragen waarom hij daar zat. Laten we het in mijn geval er maar op houden dat er wegens gebrek aan succes geprolongeerd werd. Niet dat iedereen lui of lastig was. Er kon op die school ook de overstap van de MULO naar de HBS worden gemaakt, of de overstap van het Gymnasium naar de HBS. Dat kon verder vrijwel nergens. Ook kwamen er jongens uit Suriname die in Nederland makkelijker aansluiting hadden vanaf de school waarop zij daar zaten. Toch had de school de naam een school voor lastige en luie stoute jongens te zijn. Ook omdat er maar een handje vol meisjes op die school zat. Ik kan me niet herinneren dat ik met meer dan zes meisjes in een klas van een stuk of 25 leerlingen zat. Meestal minder dan zes, in de paralelklas zaten helemaal geen meisjes. In de vijfde klas, de examenklas HBS-B, zat ik zelfs als enige meisje met 25 jongens. Omdat er maar zo weinig meisjes op school zaten hadden we een speciale ‘meisjeskamer’ met een spiegel ter beschikking, we mochten daar ook ons brood opeten en onze jas ophangen. Daar vlakbij de enige meisjestoilet, voorzien van een matglazen deur en een Delftsblauwe pot met bloemmotief. Gymnastiek werd gegeven door het echtpaar Van Vreumingen, de meisjesles van mevrouw, de jongensles van mijnheer. Vervelend was wel dat wij als meisjes, omdat we met zo weinig waren, met veel klassen tegelijk gymnastiekles hadden, op onze vrije middag dus. De jongens hadden gewoon gym door het rooster, dan hadden wij dus op een ongelukkig tijdstip vrije uren. Bij de school was geen gymnastieklokaal, de meisjes moesten daarvoor naar de HBS in de Raamstraat en zomers naar een sportterrein aan de Hoekwaterstraat ergens tegen Rijswijk. Het kwam dus nogal eens voor dat we ‘verdwaalden’ en laat in de les kwamen, of helemaal niet. De straf was dan wel zwaar, namelijk terugkomen op een strafmiddag op de vrije middag, dus weer geen gym! Hoera! Ik haatte het vak. Als meisjes hadden we een streepje voor, we mochten in de meisjeskamer blijven als we pauze hadden. De heer Heijmans was directeur, kwamen wij meisjes hem voor de school tegen, dan nam hij zijn hoed voor ons af: “Dames!” Geweldig was dat.

Brandenburg
De school zat in twee naast elkaar gelegen herenhuizen, de klaslokalen waren erg grote kamers, met suitedeuren tussen twee lokalen, die suitedeuren konden niet open. De twee huizen waren niet met elkaar verbonden, zowel het tekenlokaal als het natuurkunde lokaal waren op zolder, er scheen een geheime doorgang te zijn maar daar mocht je niet door, je moest dus best veel lopen als je niet in je eigen lokaal les had. Trap af, trap op. De enige die we ervan verdachten wel eens van die geheime doorgang gebruik te maken was de heer Kervezee, de amanuensis, dat moest wel gezien de snelheid waarmee hij van het ene naar het andere lokaal boven ging. Natuurkunde, scheikunde, biologie en tekenen hadden we in vaklokalen, voor de rest zat je in je eigen lokaal. Tegenover de school, andere kant van de Sweelinckstraat was de Johanna Westermanschool, een MULO en ULO voor meisjes uit de betere kringen. De school werd kortweg ‘Brandenburg’ genoemd naar de directrice, ‘mejuffrouw Brandenburg’ zoals op het naambord stond. Om te zorgen dat wij niet bij Brandenburg naar binnen konden kijken en trouwens ook niet naar buiten, waren de ramen van onze school tot halverwege witgeverfd. Voor de ramen aan de lokaalzijde was nog grofmazig kippengaas gespannen, zodat wij niet door het raam konden vliegen. Bij Brandenburg naar binnen kijken kon trouwens sowieso niet, want daar hingen halve groen geblokte gordijntjes voor het raam. Omdat wij geen schoolplein hadden, mochten wij in de pauze alleen maar in een vast blokje lopen. Tussen de middag mocht wat meer, dan konden we naar slager Slootweg op de Laan van Meerdervoort die kroketten verkocht en ook friet met zelfgemaakte mayonaise – die we eigenlijk niet zo lekker vonden. Soms kwam er ook een man met een bestelwagen friet verkopen in de pauze. Er waren toen nog meer scholen daar in de buurt: het Christelijk Gymnasium op de hoek van de Sweelinckstraat en Gymnasium Haganum met een poort voorzien van een hek aan de Laan van Meerdervoort. We hadden geen contact met die andere scholen, je had er hooguit ooit op gezeten.

Tymstra was een heel strenge school, je mocht niks en onvoldoendes werden naar huis doorgegeven, middels een ‘strafbrief’ die getekend retour moest of erger. Als je pech had belde mevrouw Besemer, die er speciaal voor was aangesteld, naar je huis. Ze belde liefst op die éne vrije zaterdag die mijn vader eens in de zoveel weken had. Uiteraard hadden we toen, net als iedereen, zaterdags school en werkte mijn vader ook meestal op zaterdagmorgen. Na zo’n brief of telefoontje waren de rapen natuurlijk wel gaar.

De derde klas HBS met de heer Haak.
De derde klas HBS met de heer Haak.

Vermeld mag wel dat we uitstekende leraren hadden, juffrouw Rosman voor Duits, mantelpak van voor de oorlog, kort haar, kordaat, heel streng, elke les iedereen een beurt, als je haperde met je Deutscher Wortschatz bleef ze bij jou hangen en erover doorzagen, ellende. De heer Andringa die net als de directeur Frans gaf; de heer Wiesing, die nog niet zo oud was, voor Engels; de heer Haak, ‘kapitein Haak’, geschiedenis en aardrijkskunde. Ook nog twee echte professoren, die uit Indië gezet waren, professor Uri voor Nederlands en professor Van der Pijl voor biologie. Van der Pijl werd later weer hoogleraar in Nijmegen. De heer Huizing, niet ongevoelig voor vrouwelijk schoon, voor scheikunde. Mr. Sönghen voor staatsinrichting, hij kon goochelen, hij had dat goochelen geleerd als gijzelaar in Sint-Michielsgestel, de laatste les voor de vakantie gaf hij voorstelling. De heer Saays ook heel streng, economie en boekhouden. Broekhuizen natuurkunde. Hamerslag, ex-militair (en dat was te merken), voor wiskunde. Juffrouw Pinke voor aardrijkskunde en juffrouw Sepers voor Nederlands. Juffrouw Sepers was nog jong, ik denk dat sommige leerlingen ouder waren dan zij. In mijn klas zaten klasgenoten die al in militaire dienst waren geweest. Er waren er, werd gefluisterd, die al een kind hadden. Jongens droegen toen nog een colbertje en de dag na vaderdag kwam in de vijfde klas een aantal klasgenoten demonstratief een nieuwe stropdas aan op school! Met vaderdag gekregen! Andringa, die toen nog geen kinderen had, keek beteuterd.

Naamloos2

Ik deed HBS-B dus ik weet niet precies hoe het met die leraren van de A-afdeling, economie en handel zat. Pomdat het een kleine school was werkten sommige leraren parttime bij ons zoals de leraar Maat die lijntekenen en tekenen gaf. Ook al stelde wat je gemaakt had eigenlijk niets voor, hij zag er altijd wel wat in. Hij zag er doorgaans meer in dan jijzelf erin zag. Als conciërge de heer Schimmel met de absentielijsten tijdens zijn les langskwam was het altijd: “Schimmel, een sigaartje?” “Graag mijnheer!” Prachtig, ik weet niet eens of Schimmel rookte, maar hij nam het sigaartje altijd mee.

De ouderavonden waren in het Parkhotel, ik had pech, mijn vader was van de blauwe knoop, dus er werd een echt gesprek gevoerd. Dat was bij andere vaders wel eens anders! Die maakten er een gezellige avond van!

‘Getuigschrift’
Alles bij elkaar was het een wonder dat we in de examenklas belandden en examen deden en dat de meesten het ook nog haalden. HBS-B had toen heel veel vakken, combinatie algebra-goniometrie, combinatie analytische meetkunde/stereometrie, natuurkunde, mechanica, biologie, Nederlands, Engels, Frans en Duits. We hadden ook nog economie, aardrijkskunde, geschiedenis, kosmografie, tekenen en lijntekenen, maar daar hoefde je geen examen in te doen als je een voldoende cijfer had. In plaats van tekenen en lijntekenen mocht je ook boekhouden kiezen. Je moest toen nog in bijna alle vakken ook mondeling doen. Voor de exacte vakken als je minder dan een zeven scoorde voor het centraal examen, voor biologie alleen mondeling en voor alle talen schriftelijk en mondeling. Een ware ramp. Je had geen idee wat je voor cijfers had gehaald, behalve als je vrijstelling had voor de exacte vakken, maar voor de rest wist je niks. Zo bleef het tot het einde spannend. En zo stonden we beneden bij de dubbele trap op zaterdagmiddag. De heer Schimmel, de conciërge, kwam zorgelijk kijkend met lijsten de trap af en las tergend langzaam namen voor, mijn naam met een V, dus op het einde. Als je naam was opgelezen moest je mee naar boven, de linker trap op: gezakt! Mijn naam werd niet opgelezen, juichend gingen we rechtertrap op, ik kon mijn vreugde niet op: “Naar Leiden! Het huis uit! Op kamers!” Superblij en helemaal hoteldebotel van de zenuwen. De leraren zaten met de gecommitteerden aan de in een vierkant staande tafels in ons lokaal, de baas, Heijmans, in het midden. We kregen ter plekke ons diploma uitgereikt, niets geen feestelijkheden met ouders vrienden en bekenden zoals tegenwoordig, maar boter bij de vis. We moesten het diploma, waar gek genoeg ‘getuigschrift’ opstond, maar wat wel een diploma was, ter plekke tekenen. Ik kreeg met moeite mijn naam geschreven, zo trilde ik. Nog niet helemaal van de wereld pakte ik het fraai gekalligrafeerde papier en vouwde het een paar keer dubbel tot een klein pakketje, dat ik in mijn zweterige hand op de fiets naar huis meenam. Thuis vroegen mijn vader en moeder waar mijn diploma was, ik liet het zien, er werd gefeliciteerd en gelachen en mijn moeder pakte de strijkbout om het papier weer glad te strijken. Na al die jaren heeft het zweterige handje nog steeds de sporen achtergelaten, het papier werd eerst gelig en daarna verpuffelde het op de vouwen. Een blijvende herinnering aan mijn HBS tijd waarvan mijn vader, die nooit op een middelbare school had gezeten altijd beweerde dat het de mooiste tijd van je leven was. Ik dacht dan wel eens wat moet de rest dan wel worden maar de mooiste tijd moest gelukkig nog komen!

Joan Luijt-Verheij
vogelsang@zeelandnet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann