Siem Nieuwenhuijzen: ongekroonde clown van Nederland

Hij maakte zijn toneeldebuut als drie jarige. Weliswaar in de armen van zijn moeder, maar toch. Het was de start van een loopbaan die hem de eretitel ‘ambassadeur van de humor’ zou bezorgen. Een levend brok historie van de Nederlandse kleinkunst.

Simon (zeg maar Siem) Adriaan Nieuwenhuijzen – formeel zonder puntjes op de ij – werd op 15 maart 1883 in Rotterdam geboren. Vader David Daan en moeder Rensje Bousnach runden het café-chantant Amicitia aan de toenmalige Korte Torenstraat.

Later verhuisden ze naar het Spuiwater waar ze een eigen theater openden. Siem lag in de coulissen waar zijn moeder hem in de pauzes verzorgde. Al snel trad kleine Siem met vader en moeder op. Zijn officiële debuut maakte hij als achtjarige. Siem speelde een clown. Hij leerde goochelen, jongleren, acrobatiek en dans.

Contract
De revueachtige shows waren een groot succes. Het familiegezelschap werd opgemerkt door Henk ter Hall, eigenaar van De Kleine Revue. Hij bood vader en zoon een contract aan. We schrijven 1907. Hier trad Siem op met Louis Davids en vanaf 1915 ook met Johan Buziau. Met deze laatste zou Siem zeventien jaar lang een duo vormen.

In 1925 stopte Ter Hall er mee. Hij werd Kamerlid. Het gezelschap ging over naar Louis Bouwmeester, de Bouwmeester Revue. Het duo Buziau-Nieuwenhuijzen was onovertroffen. Met Siem in de rol van aangever. Volgens kenners offerde hij daar zijn eigen succes aan op. Zelf zei hij daar ooit over: “Ik was tevreden met de tweede viool.”

Siem was een autodidact. Een schoolopleiding had hij niet. Later kocht hij zelf leerboeken. Hij sprak uiteindelijk vijf talen. Op 15-jarige leeftijd kreeg hij het advies niet in de toneelwereld te stappen, maar te kiezen voor een opleiding tot kapper. Dat was tenminste een solide beroep.

Folder optreden.
Folder optreden.

Siem had er geen oren naar. Samen met Buziau verzorgde hij alleen al in het Haagse Scala Theater aan de Wagenstraat 3.700 voorstellingen. Siem zelf speelde bij Ter Hall en Bouwmeester honderden rollen tegenover honderdduizenden toeschouwers. Het gezegde ‘Vertelt Siem een mop, dan staan de zorgen stop’ deed de ronde. Kenmerkend voor Siem: zijn melancholieke clownskop met witte neus en rode haren.

Den Haag
Siem was ondertussen al lang inwoner van Den Haag. Samen met zijn eerste vrouw Lies Baarde betrok hij een woning in de Wilhelminastraat. Ze kregen twee zoons: Simon jr. en Marius. In 1938 leerde Siem Conny Polderman kennen. Siem was ondertussen – in 1937 – met zijn eigen gezelschap begonnen en zocht dansmeisjes. Hij plaatste een advertentie. Daar reageerde Conny op, ballerina bij ballet Riva. Na de scheiding van Lies ging Siem op kamers wonen in de Charlotte de Bourbonstraat 108b, twee hoog achter. Later trok daar Conny bij hem in.

Conny en Siem.

Met zijn eigen gezelschap had Siem groot succes dankzij een door hemzelf in één nacht, inclusief muziek geschreven klucht in drie bedrijven: Kuch, rats en boonen. Het verhaal ging over een luitenant en zijn oppasser. Siem, bijgestaan door onder andere Beppie de Vries, Alex Faassen, Anneke Elroo, Carry Buziau en Conny Stuart speelde het stuk duizenden keren. Later werd de titel gewijzigd in ‘Baron Kneut’. Het enthousiasme was zo groot dat Siem en zijn gezelschap wel tot tien keer naar dezelfde zalen terugkeerden om het op de planken te brengen.

Conny en Siem.
Conny en Siem.

Door de oorlog veranderde er veel. Het bombardement op het Bezuidenhout deed Siem verhuizen: naar Charlotte de Bourbonstraat 108a. Een benedenwoning. Dat ging nog. Maar na de oorlog bleek de tijd van de grote revues voorbij. Van de glorie van weleer bleef weinig over. Veel verder dan het spelen van revuesketches zo eens per week op feesten en partijen kwam Simon niet meer. Hij leefde met Conny en hun zoon Simon naar eigen zeggen van schnabbel naar schnabbel.

TV
Toch wilde Siem van geen ophouden weten. Op zijn zeventigste verjaardag liet hij trots weten ‘de planken nog niet te willen verlaten’. Hij was toen de oudste nog werkende revuekomiek van Nederland. “Ik heb bijna iedereen overleefd”, zo erkende hij zelf ook. Toch gaf hij aan tot zijn 85e te willen doorgaan.

Verandering bracht de komst van de tv. Voor de AVRO ging Siem ‘De Weekendshow’ doen. Zijn tv-debuut beleefde hij op 15 maart 1958. Hij kreeg 600 gulden gage, dat was inclusief onkostenvergoeding en het optreden van zijn vrouw.

Siem op tv.
Siem op tv.

Het succes van de tv-show was zo groot dat Siem en Conny gingen werken aan een tournee door Nederland ter gelegenheid van Siems 70-jarig toneeljubileum gekoppeld aan zijn 80e verjaardag. En toen sloeg het noodlot toe. Op de terugweg van een voorstelling in Tiel (of Gorkum, daarover is geen duidelijkheid) knalde de auto waarin Siem zat bij Rotterdam in de nacht van 3 op 4 november 1962 tegen een boom dan wel lantaarnpaal (de verhalen lopen uiteen) nadat de chauffeur – een goochelaar – in slaap was gevallen en de auto slipte.

Siem, die bij het ongeluk achterin de wagen had liggen slapen, werd bewusteloos afgevoerd naar het ziekenhuis. Daar werd onder andere een schedelbasisfractuur geconstateerd. Toen Siem weken later het hospitaal mocht verlaten was hij het grootste deel van zijn geheugen kwijt. Weg tournee, weg alles.

Siem met Conny en zoon Simon.

Thuis met Conny probeerde Siem er het beste van te maken. Hij gaf aan afscheid te willen nemen van zijn publiek. “Het is zo leeg om me heen. Zo leeg”, zei hij in een kranteninterview. In zijn overpeinzingen constateerde hij ook dat de oude saamhorigheid was verdwenen. Destijds kwamen artiesten een uur eerder om te zien hoe goed de zaal gevuld was en wat voor publiek er zat. “Nu heeft iedereen haast. En vangt men elkaar vliegen af”, zei Siem in 1963.

Gala
Zelf had hij niets meer. Zelfs geen pensioen. Ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag organiseerden bekenden een gala in het West End theater. Hoofdbestanddeel: een 2,5 uur lang optreden van Toon Hermans. De zaal was binnen drie uur uitverkocht. De recette was voor Siem. Toon wilde ook geen vergoeding. In zijn dankwoord noemde Siem Toon ‘de vervolmaking van onze humor’.

Siem zelf keerde niet meer terug voor het voetlicht. Medio 1964 werd hij opgenomen in ziekenhuis Antoniushove in Voorburg voor een blaasoperatie. Hij overleefde de ingreep niet. Op 11 juni overleed hij met Lies en Conny aan zijn zijde. Zijn eigen uitspraak ‘mij zullen ze dood van het toneel moeten dragen’ werd niet bewaarheid.

Het bericht van Siems overlijden sloeg in als een bom. ‘Er is een clown heengegaan’ kopte De Telegraaf boven een paginagroot stuk. Elders werd gesproken over ‘de laatste echte ouderwetse clown’, maar ook over ‘een rasartiest’. Begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag werd Siems laatste rustplaats. “Je moet alles uitspelen wat je in en aan je hebt”, zei Siem ooit. En dat had hij gedaan. Hij speelde met alle groten uit zijn tijd zoals Johan Buziau, Louis en Henriëtte Davids, Willy Walden, Piet Myselaar, Nap de la Mar, Johan Boskamp en Johan Heesters.

Conny verhuisde later naar de Francois Valentijnstraat 12 waar ze op 1 oktober 1996 overleed. Ze wilde zonder haar Siem niet meer verder leven.

Carel Goseling
carelgoseling@hotmail.com

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann