Virtueel rondje door de Van Zeggelenlaan

Den Haag, het is en blijft mijn stad. En hoewel ik er al lange tijd weg ben en inmiddels dorpsbewoner in Noord-Holland, is mijn geboortestad nooit ver uit mijn gedachten. Zelfs in mijn dromen komt de stad regelmatig voor, zoals kortgeleden bijvoorbeeld, toen ik mijzelf terugzag al wandelend in de omgeving waar ik opgroeide, de Van Zeggelenlaan. Dat bracht mij op het idee om dit gebeuren in een verhaal onder te brengen, een virtuele wandeling langs vele in die tijd bestaande winkels die nu vrijwel allemaal verdwenen zijn of onherkenbaar verbouwd tot woning of iets dergelijks.

Mijn tocht begint op nummer 330, waar ik woon, in het laatste deel van de laan en grenzend aan Rijswijk. Ik loop de portiektrap af, ga rechtsaf en passeer als eerste bakkerij O.B.I.E. (Ons Brood Is Enig), maar daar schreef ik al eerder over en ga nu rechtsaf de Dautzenbergstraat in. Ik zie schoenmaker Neuféglise in zijn werkkamer aan huis vlijtig schoenen repareren, steek een hand op ter begroeting en loop naar de hoek van de Ernest Staasstraat, waar melkman Eikelenboom zijn bakfiets laadt met kratten zuivel in flessen. Melk, pap, chocolademelk en ‘Sterovita-7 keer’. Hij heeft altijd een loper bij zich, zodat hij alle huizen van zijn klanten in kan als die niet thuis zijn en weet wat zij zoal afnemen. Behalve zuivel in flessen is dat ook losse melk, de zogenaamde taptemelk, dat in een grote melkbus met kraan voorop zijn bakfiets staat. Willen de klanten dat, dan staat er een melkpan klaar.

Er tegenover zit een klein sigarenboertje, nou ja, de winkel is klein, niet de eigenaar. Ik kom hier regelmatig voor een pakje Old Mac, het vaste merk van mijn vader. Maar soms krijg ik hem na lang zeuren zover dat hij tijdelijk overgaat op Full Speed of Captain Grant, bij de een zitten autoplaatjes, bij de ander schepen, zodoende. Dat duurt dan zo lang tot de roep van Old Mac hem teveel wordt en mijn collectie plaatjes helaas tijdelijk stilstaat.

Ik loop terug naar de Van Zeggelenlaan en kom langs de zaak van van Wissen, ook melk- maar tevens levensmiddelenhandel. Het staat er zoals gewoonlijk weer vol met vrouwen uit de buurt, die urenlang staan te klessebessen. De hele buurt passeert de revue, ik ken het maar al te goed. Het is een hele klus om daartussen te komen en je onsje kaas voor je moeder te bestellen. En o ja, ik ben bevriend met hun zoon en samen hebben we eens stiekem in hun voorraadruimte een hele pot Bebogeen leeggegeten. Dat begon heel smakelijk, maar daarna heb ik drie dagen buikloop gehad. Het kwaad straft kennelijk zichzelf…

Ik loop maar snel verder. Wat zijn hier eigenlijk veel winkels: op elke straathoek zit er wel een en soms ook daartussenin, zoals hier bijvoorbeeld. Kort na elkaar zitten hier het wolwinkeltje van Wismeijer (ooit nog eens een doos pastels gewonnen met een kleurplaat) en een paar meter verder de bloemenzaak Van Hoogstad. Bij die laatste kwam ik zelden, maar één keer moest ik in alle vroegte ’s morgens een rode tulp halen, waarmee je verwacht werd op een verzamelplaats, alles ter ere van de verjaardag van Baden Powell, de hoogste baas van de padvinders. Ik was namelijk een tijdlang padvinder bij de groep ‘WZB, Wij Zijn Bereid’ en met zo’n naam moet je wel, nietwaar?

De laatste winkel aan deze straatzijde, officieel het Ledeganckplein, is die van de firma Kok, die filialen door heel Den Haag heeft. Ze handelen in koffie en thee en ook in peulvruchten en rijst en dergelijke en blinken uit door hun ‘gedurfde’ etalages, die eens in de zoveel weken verfrist worden. De achterwand wordt steevast met golfkarton bekleed, de ene keer lichtgroen, de andere keer naturel van kleur, met een niettacker vastgezet. En de open zak met spliterwten die eerst links staat komt nu rechts te staan, de zak witte bonen eerst wat naar achteren en nu meer vooraan. Heel creatief allemaal.

Ik steek over naar de linkerkant van het Ledeganckplein en wordt verrast door een wagen met twee forse paarden ervoor, ze denderen over de keienbestrating. Van Gend en Loos natuurlijk. Met een soepele sprong breng ik mezelf in veiligheid, ik vergat even de drukte van paard en wagens, bakfietsen en af en toe een auto of fiets. Aan de overzijde sla ik de eerste zijstraat links in, de Hugo Verrieststraat en sta vrijwel meteen voor de deur van Lou de waterbaas, waterstóker officieel. Nu is het er rustig, maar op zaterdag is het hier een komen en gaan van huisvaders en hun grotere zonen om water te halen. Voor drie cent tapt Louw uit een grote ketel met forse kraan je emmer vol met bloedheet water. De meeste mannen hebben twee emmers bij zich en dat is niet alleen nodig om met het hele gezin te kunnen baden, maar ook om met de zware vracht lopend naar huis in evenwicht te kunnen blijven. Thuis volgt dan voor velen nog een klim een of twee hoog naar de badruimte, meestal de keuken en dan maar oppassen dat vader of broer niet struikelt of misstapt. De ellende zou dan niet te overzien zijn en de barre tocht moet weer opnieuw gemaakt worden. Warm water is nog nergens in de woningen te vinden, dus moet het op deze manier. Of je moet naar een badhuis, wat ook velen doen. Ach, je hoort niemand klagen, het hoort gewoon bij de zaterdagse dingen en het is maar wat je gewend bent.

In de volgende zijstraat, de Guido Gezellestraat, helemaal achterin rechts, is de ijszaak van het echtpaar Voogt. Ze maken zelf hun ijs en dat is geweldig lekker, vooral met een dot slagroom er op. Helaas zijn ze vandaag gesloten, ze verkopen hun lekkernijen alleen in de weekenden. Terug dus naar het begin van de straat waar links slagerij Kieftenburg zit. Ik héb daar wat plakjes worst gekregen… Bij elkaar geschoven minstens ter lengte van enkele hele rookworsten. Maar er gebeurde hier voor de deur ook iets heel triests. Toen het op een dag flink gevroren had en alle stoepen en rijwegen glad waren door een bevroren laag sneeuw, kwam een paard hierdoor ongelukkig ten val. Het had een gebroken been en nog meer kwetsuren en wel zo ernstig dat de in de haast opgetrommelde veearts niets anders kon doen dan het arme dier te laten inslapen. Het voorval maakte op mij als dierenvriend diepe indruk en ik heb er nog lang last van gehad.

Ik sla linksaf, de Hasebroekstraat in en sta meteen voor de deur van de kruidenierszaak Van Chauffele. De vrouw van het echtpaar is altijd even vriendelijk, maar haar man beduidend minder, vind ik. Ik ben zelfs een beetje bang voor hem als hij daar met een streng gezicht voor je staat, in een lange stofjas met op zijn borst een groot bakelieten apparaat. Het dient als gehoorapparaat weet ik en vanuit een dikke knop in zijn ene oor loopt er een gestoffeerd snoer naar toe en heeft hij zodoende versterkt contact met de omgeving. Door de vele verhaaltjes die ik zoal lees komt het wel eens in mij op dat het misschien afluisterapparatuur zou kunnen zijn, maar dat is waarschijnlijk vanwege mijn te rijke fantasie.

Ik steek de straat over en sta naast de Jeroenkerk. Op een muurtje van zo’n meter hoog en over de hele breedte van de kerk staat een ijzeren spijlenhek, waar een schoen net tussenpast. Dus wordt het veel gebruikt om het hek dagelijks voet voor voet te nemen op weg naar school. Ik kan het niet laten om dat kunstje ook nu even te doen en het gaat nog steeds prima. Als ik aan het einde van de muur ben en op de stoep spring, ben ik ook meteen bij het ‘Postkantoortje’ ofwel de winkel van de gezusters Marks op de hoek van de Hasebroekstraat en de Schaepmanstraat. De zusters, altijd geheel in het zwart gekleedt, zijn daar de baas van een winkel in snuisterijen en speelgoed annex postagentschap en dat beheren ze met verve. Toen ik eens een leuke Dinkytoy oppakte om deze wat nader te bekijken, was een van hen er als de kippen bij en kreeg ik te horen: “Alleen met de ogen kijken jongeman…” Zo laat je dat voortaan wel uit je hoofd. Achterin de winkel is het postloket en meestal staat er een lange rij wachtenden; dus als je twee postzegels van vijf cent nodig hebt, kun je wel een pakje brood meenemen, zo lang moet je wachten.

Via de kerkzijde loop ik nu terug, steek naar links het Ledeganckplein over, passeer bakkerij Paul C. Kaiser en kom zo weer bij de Van Zeggelenlaan. Hier zijn twee hoekwinkels die belangrijk voor ons zijn: groenteboer Knijnenburg en bibliotheek- annex kantoorboekhandel Luctor et Emergo. Ik zie de groenteman al druk aardappels en groenten afwegen. ’t Is iemand met veel droge humor. Als hij bijvoorbeeld met zijn weegschaalblik vol aardappels boven je meegebrachte tas reikt, is zijn gezegde strijk en zet: “Ópen die tas…” Maar als zijn vrouw even naar achteren is, heeft hij vergezeld van een ondeugend lachje een andere variatie voorhanden: “Ópen die directoire…” Nee, hier verveel je je niet.

luctor007

‘Luctor’, zoals de bieb hier in de volksmond heet, is voor mij een interessante zaak. Want elke keer als er van een tijdschrift of stripboekje een nieuw deel uit is, hangt dat achter de winkeldeur, met knijpers aan een touwtje. Steeds is het weer spannend of er op zekere dag een nieuwe Eric de Noorman, Kapitein Rob of Dick Bos komt te hangen en dan weet ik niet hoe snel ik naar binnen moet komen om een exemplaar te bemachtigen. Als mijn zakgeld het toelaat tenminste. Daarnaast is het bibliotheekgedeelte niet minder belangrijk. In het achterdeel van de winkel staan lange rekken met boeken in allerlei genres, die je voor (meen ik) een kwartje per stuk kunt lenen. De boekruggen zijn zwart met daarop in witte codes aangegeven voor wie bedoeld, zoals ‘AJ’ staat voor Oudere Jongens, ‘M’ voor Meisjes, enzovoorts. Maar er zijn ook helemaal in de laatste kasten boeken met een geheimzinnige aanduiding : ‘X’ of ‘XX’. Ik ben er achter gekomen dat het hier om zogenaamde ‘realisten’ gaat, boeken strikt voor volwassenen, want soms hoor ik wel eens iemand een beetje schugter mompelend vragen ‘of Hasselman (de baas hier) misschien nog wat realis(t)jes of félle realis(t)jes heeft?’ Waarna deze soms een duik achter de toonbank doet, want daar blijken zich buiten de collectie in de kasten nog meer boeken van een bepaald kaliber te bevinden. Alleen voor ingewijden.

krantartikel006

Mijn wandeling loopt ten einde. Maar eerst wil ik mezelf nog op een patatje van de kraam op het plein tracteren. Vóór deze de lucht invliegt. Hoezo? Nou, dat ligt in de nabije toekomst, zie het krantenartikel hierbij, ik heb een vooruitziende geest blijkbaar.

En om in de geest van een bekend tv-programma te eindigen: dit waren andere tijden – terug naar de ónze.

Wim Hoogerdijk
whopictures@hotmail.com

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann