Ontwikkelen in de gangkast

Nu hebben jongeren geen flauw idee. Maar ooit ging bijna alles anders. Vaak moeilijker. En onbegrijplijker. Neem bijvoorbeeld foto’s maken.

Vroeger maakte je met je fototoestel eerst een transparant negatief. Dat moest ontwikkeld worden. En als je dan licht door dat negatief via een lens op daarvoor gevoelig papier projecteerde en het daarna in een badje deed zag je, o wonder, heel langzaam de foto opkomen.

Toen ik zestien werd (1959), kreeg ik van mijn oom een oude camera met een dubbel-uittrekbare balg. U weet het vast nog wel. Zo een die je moest openklappen. En dan trok je de lens naar voren. Die zat aan een soort zig-zag opgevouwen, zwarte, kartonnen huls. Zo kon je de afstand tussen de lens en het negatief in de camera instellen. Dat was nodig om de zaak scherp te krijgen.

Dat negatief zat op een rolletje. Bij iedere nieuwe foto moest je eerst met een hendeltje een nieuw stukje negatief voor de lens zien te krijgen. Ik schrijf het maar even op voordat we het vergeten zijn.

Mijn oom had die camera gebruikt als vergrotingskoker. Het klepje aan de achterkant van de camera had hij vervangen door een doos met een lamp erin. Zo had hij zelf zijn foto’s ontwikkeld. Maar nu had hij genoeg geld voor een echte vergrotingskoker. Zo’n groene. Met een schuine, zilverkleurige stang waarmee je de koker op en neer kon schuiven. Zodat je je negatief scherp op het onderliggende fotopapier kon projecteren.

Of ík soms interesse had in die oude, zelfversleutelde camera.

Donkere kamer
Dat had ik wel. Maar hoe moest ik verder? Om foto’s te ontwikkelen had je toen een donkere kamer nodig. En die was bij ons thuis natuurlijk niet voorhanden. Wel hadden we een diepe gangkast die mijn ouders een paar jaar daarvoor hadden laten ombouwen tot badkamer waarin een douche en een wastafel. Alles bij elkaar op een vloeroppervlak van ongeveer drie vierkante meter.

Een van de resultaten uit de donkere kamer van Pasgeld (1965).
Een van de resultaten uit de donkere kamer van Pasgeld (1965).

Na veel vijven en zessen slaagde ik erin die badkamer te transformeren tot een tijdelijke donkere kamer. Het lampje boven de wastafelspiegel verving ik door een rode lamp. Fotopapier wordt namelijk onmiddellijk zwart als het wordt blootgesteld aan wit licht, maar is ongevoelig voor rood licht. En helemaal bovenin hing ik aan de douchekop de camera. Het snoer van de lamp in die vergrotingscamera sloot ik aan op de stroombron van het spiegellampje boven de wastafel. Onverantwoord natuurlijk. Al dat geknoei met elektriciteit in een natte ruimte.

Nauwelijks ademend
Om de gang van zaken tijdens het belichten van het fotopapier goed te beschrijven ontkom ik thans niet aan een wat meer gedetailleerde uiteenzetting.

1. Het neerzetten van een vergrotingsbord op de bodem van de douche.
2. Het bevestigen van de vergrotingscamera (met de lens naar beneden gericht) aan de douchekop.
3. Het plaatsen van een foto-negatief vlak achter de lens van de camera in een, daartoe speciaal door mijn oom vervaardigde sleuf tussen twee glaasjes.
4. Het scherpstellen van de projectie van het negatief op het witte vergrotingsbord op de grond. Dit kon eenvoudig door aan de scherpstelknop van de vergrotingscamera te draaien.

De fases 2, 3 en 4 dienden staande op een wankele keukentrap te geschieden. Anders kon ik er niet goed bij.

1. Trap af.
2. Witte licht boven de wastafelspiegel uit. Rode licht aan.
3. Voorzichtig een vel foto-ontwikkelpapier (Agfa, meestal 18 x 24 cm) uit een lichtrode, kartonnen enveloppe halen en op het vergrotingsbord leggen.
4. Op het krukje naast de wasbak gaan zitten.
5. Met een schakelaartje de lamp in de vergrotingskoker aandoen
6. Al naar gelang ervaring, staat van het negatief en het soort ontwikkelpapier (mat of glanzend) 1 à 7 minuten dood- maar dan ook doodstil en nauwelijks ademend blijven zitten omdat er anders misschien dingen zouden gaan bewegen.
7. De lamp in de vergrotingskoker weer uit doen.

Een wonder
Zo. En dat was alleen nog maar het belichten. Een andere keer zal ik misschien eens wat uitvoeriger stilstaan bij het feit, dat mijn vader, mijn moeder of mijn zusje zich wensten te douchen op momenten dat ik middenin een belichtingstijd zat. En dat zij helemaal waren vergeten, dat ik daar zat.

Een andere keer dus.

Thans zullen we het hebben over het volgende stadium in het altijd weer boeiende proces van het tot standkomen van de foto van weleer. En dat is het stadium van het ontwikkelen, stoppen, fixeren en spoelen.

Drie platte, rechthoekige, plastic bakken met brede ribbels op de bodem had ik daartoe op een plank op de wastafel gezet. In de linkerbak zat ontwikkelaar. Een oplossing van een of ander chemisch concentraat met water. Daar moest het fotopapier in nadat het ‘belicht’ was. Nog steeds met het rode licht aan dus.

En dat was eigenlijk het mooiste moment in de toch al zo bonte traditie van de fotografie. Want langzaam maar zeker zag je je foto in dat bad opkomen. Prachtig! Hoe slecht de foto ook was, híervoor deed je het allemaal. Het was een wonder! Maar pas op! Het moest natuurlijk niet te wit blijven. Maar ook niet te zwart worden. Dus op zeker moment… Stop! Stop! Snel haalde je op een zeker moment, ingegeven door kunstzinnig instinct, met een groot, gekleurd plastic pincet de foto uit de ontwikkelaar en deed hem in de middelste bak: het stopbad. Ook weer een oplossing van een of ander chemisch goedje. Na één of twee minuten in het stopbad moest de zaak gefixeerd worden. Dat gebeurde in de derde bak. Na dit badje mocht het gewone licht weer aan en deed je de foto in een emmer water om schoon te spoelen.

Daarna kon je hem naar wens alleen maar drogen met grote wasknijpers aan de de stang van het douchegordijn of glimmend maken in een glaspers.

Stopbad
Ik zal het nooit vergeten. Maar de vraag is natuurlijk wel of ik het allemaal goed onthouden heb. Uit ervaring weet ik dat het geheugen na zoveel jaar onnodig veel schade kan aanrichten aan de feiten van weleer. Was het nou twee minuten in het stopbad of was het langer? Of korter? En hoe wist je eigenlijk van te voren hoe lang je het papier moest belichten? Wie het allemaal nog wel weet moet dat dan vooral mailen naar
julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann