Zomaar een zaterdag in de vijftiger jaren

Hoewel er al officieel over de vrije zaterdag werd nagedacht, zou het toch nog enkele jaren duren voor ook dit ideaal voor iedereen gerealiseerd zou zijn. Zaterdagochtend moest er in die tijd nog gewerkt worden, zodat het vrije weekend, voor praktisch iedereen die werkte, pas omstreeks één uur ’s middags begon.

Met als gevolg dat er elke zaterdag op dat tijdstip als het ware een spitsuur losbarstte. Iedereen wilde, veelal per fiets, zo vlug mogelijk thuis zijn om zo veel mogelijk van de vrijheid te gaan genieten. De meesten van mijn leeftijdgenoten gingen – net als ik – voordat ze zaterdags van het werk naar huis gingen, eerst even langs het badhuis om alvast een nummertje te halen. Daarna naar huis wat eten en dan terug naar het badhuis.

‘Denk aan je tijd!’
Wanneer je daar dan eindelijk aan de beurt was om te baden, werd een badruimte voor je droog gezwabberd, de klok op deur ingesteld en kon je gaan douchen onder het irriterend genot van de vaste kreten van de badmeester: “Niet fluiten! Niet zingen! Denk aan je tijd!” Voordat je goed en wel onder de douche stond werd er alweer op je deur geklopt: “De tijd is om, aankleden, voortmaken!”

Een aanmaning die na steeds kortere tussenpozen, met heviger gerammel aan de deur, werd herhaald en waarvan de toon ook steeds wat onvriendelijker werd. Met als gevolg dat je eenmaal buiten de badruimte, de schoenveters nog moest vastmaken en/of je haar nog moest kammen.

Was dit wekelijks terugkomend ritueel echter achter de rug, dan stond er niets meer in de weg om het weekend te gaan vieren. Mogelijkheden genoeg. Gezellig thuis naar de radio luisteren: Paul Vlaanderen, De Familie Doorsnee, Negen Heit De Klok. Altijd was er wel een programma dat je met vrienden of familie wilde horen.

25 bioscopen in Den Haag
Of naar een goede film. Bioscopen in overvloed. De buurtbioscopen: Capitool (Loosduinsekade) en West-End (Fahrenheitstraat), Olympia (Prins Hendrikplein), Rembrandt, Metropole om er zo maar een paar te noemen. Of naar de stad. Direct in de Boekhorststraat al drie bioscopen: Hollywood, Roxy en Thalia. En iets meer in het centrum Apollo, Passage, Asta, Flora, City, enzovoorts. Alles bij elkaar telde Den Haag toen zo’n 25 bioscopen. In het weekend waren deze theaters voor de avondvoorstellingen altijd tot de laatste plaats uitverkocht. Wilde je zeker zijn van plaatsen voor een bepaalde tijd en film, dan moest je daarom vooraf kaartjes kopen en plaats bespreken. Een in florissant uniform gestoken portier (uitsmijter) stond je voor de kassa meestal bij, om je bestelling met een forse duidelijke stem aan de kassière te herhalen. “Drie stalles voor vanavond negen uur.” De kaartjes werden soms door hem aan de bespreekbewijsjes geniet, ervan uitgaande dat je dan wat wisselgeld voor de geboden service voor hem zou achterlaten. Ook de ouvreuse die je ’s avonds de gereserveerde plaatsen aanwees, verwachtte hiervoor eveneens een tip te incasseren.

Rookpauze
Na wat reclame, het polygoon-journaal en een voorproefje van de film die verwacht werd, begon de hoofdfilm die halfweg plotseling, op een spannend moment, werd onderbroken voor de pauze. Allemaal naar de foyer om een sigaretje op te steken. Omdat haast iedereen in die tijd nog rookte, stond die ruimte praktisch gelijk blauw van de rook. Nog een pilsje of een en glaasje fris drinken en weer terug naar de zaal waar de ouvreuses vaak met de collectebussen voor het BIO-vakantieoord klaar stonden om een bijdrage voor het misdeelde kind te vragen. De film werd daarna verder afgedraaid en zo’n drie kwartier later stonden we weer op straat. Nog even gezellig ergens wat gebruiken en weer naar huis.

Joop Arts
jwarts@casema.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann