Mijn eerste werkgever: aannemersbedrijf N. Pabbruwee

Als kind zijnde wilde ik altijd al huizenbouwer worden. Misschien zat dit wel in de familie, mijn opa was metselaar en mijn ome Jan was timmerman en mijn ome Gerrit was ook metselaar. Na het verlaten van de Lagere Techniche School (LTS) te Loosduinen als timmerman, ben ik door mijn ome Gerrit terechtgekomen bij de firma N. Pabbruwee.

Mijn oom had daar ook als metselaar gewerkt. Mijn eerste werkdag was op 8 augustus 1966. Het is gek, maar ik denk er altijd op deze dag aan terug, de achtste van de achtste.

De firma N. Pabbruwee bestond uit een aantal timmerlui en een en soms twee metselaars. De werkplaats was in de Zorgvlietstraat het waren twee oude woningen en daar achter een grote werkplaats aan gebouwd, ook was erachter in de tuin een werkplaats voor de loodgieters, de Firma Willem Pabruwee een broer van Nico Pabbruwee. Volgens mij waren het twee afzonderlijke bedrijven, ondanks dat wij heel veel met elkaar samenwerkten. De twee broers werden door het personeel Ed en Willem Bever genoemd, naar de populaire tv-serie de Fabeltjeskrant.

Op mijn eerste werkdag ging ik met Piet Brusselaars mee in een VW-bus naar de Laan van Meerdervoort. Piet was de timmerman van de firma. Er was een woning verbouwd en er was een grote haardhouten binnentrap geplaatst en die moest geschuurd worden met de hand, want de firma had geen elektrische gereedschap. Alles werd met de hand gemaakt. Overigens: je moest wel voor je eigen gereedschap zorgen.

Ik wist niet dat Piet een beetje doof was, als ik iets vroeg of als ik iets wilde weten, gaf Piet geen antwoord en ik begreep er niks van. Na twee dagen kwam ik erachter, toen iemand aan mij vroeg hoe het ging en ik het probleem vertelde.

Van der Hem
Ik was leergierig en ik leerde heel veel van Piet. Op een latere klus ging ik met Piet mee naar Wassenaar naar de villa van de directeur van Van der Hem. Wij gingen daar een garderobekast maken. De familie had twee hondjes: twee teckels. Toen het schafttijd was, wilde ik mijn brood pakken. Ik had mijn zakje brood op het tafeltje gelegd, maar toen ik het wilde pakken was het weg. De twee honden hadden zich heerlijk te goed gedaan aan mijn twaalf uurtje en lagen heerlijk voldaan in hun mandje. Piet was daar kind aan huis en hij vertelde dit aan de huishoudster. Ik mocht aan de keukentafel plaatsnemen en kreeg een overheerlijke lunch aangeboden.

Op een dag moest ik met Rinus mee, een van de loodgieters. Rinus was een loodgieter die nergens vies van was. Het was altijd lachen met hem. Hij had altijd van die mooie uitdrukkingen of gezegden die ik voor mij hou. Jammer, hè.

Scheveningen
Wij gingen naar de Maaswijkstraat in Scheveningen. Een verstopping. In de Maaswijkstraat was Hotel Charles en achter het hotel was een klein hofje met een paar woninkjes. In een van die woninkjes woonde een dame van lichte zeden, die thuis goed bijverdiende, waardoor de verzamelput in de poort regelmatig verstopt zat met heel veel condooms.

Dat was al de zoveelste keer dat Rinus die put leeg moest halen en dat heeft hij haar dan op zijn manier en met zijn taalgebruik even duidelijk gemaakt dat dit voor de laatste keer is dat hij deze put leeg komt maken. Maar het mooiste van dit verhaal is dat wij ongeveer een half jaar daarvoor in de Maaswijkstraat zijn komen wonen en dat ik vanuit mijn slaapkamer zo op haar woning keek. ’s Avonds bij het eten had ik een primeur te vertellen. Nou, dat was lachen natuurlijk en ik moest na het eten het huis aanwijzen.

Kranenburgweg
Op een dag moest ik alleen naar de Kranenburgweg. Henk, een van metselaars was daar op het dak bezig met het maken van een paar nieuwe schoorstenen. Ik kreeg de opdracht om een bekisting te maken om één van de nieuwe schoorstenen en er dan een betonnenplaat op te storten.

In de tuin stond nog een oude bakfiets en die kon ik dan gebruiken, want een rijbewijs had ik nog niet. Ik kreeg wat hout mee, wat spijkers en mijn eigen gereedschap – wat ik al zorgvuldig had aangeschaft. Ik, zo trots als een pauw, op die bakfiets alleen naar mijn eerste klus. Bij aankomst alles naar boven gehesen (met de hand natuurlijk) en toen aan het werk, maar hoe?! Ik wist het echt niet en Henk liet mij maar aanmodderen. Hoe maak je nou een bekisting om een schoorsteen zonder dat het op het dak valt? Ik heb een halve dag om de schoorsteen gelopen en ik wist het echt niet. Gelukkig was het mooi weer.

Henk kwam mij te hulp, omdat wij naar huis moesten. Nog geen half uur werk was het.

Je maakt een lijst (een schilderijlijst zal ik maar zeggen) dat om de schoorsteen past met een opstaande rand en aan de binnenkant van de lijst sla je een paar grote spijkers, zodat de lijst op het metselwerk blijft liggen. Klaar is Kees met dubbel oo. Simpel, hè?

Alles naar beneden laten zakken en terug op de bakfiets naar de werkplaats.

Henk is overigens niet lang gebleven aan de zaak, hij is verhuisd naar Amsterdam naar zijn zwangere vriendin. Henk weg en Jan kwam, een wat oudere man. Een vakman in mijn ogen.

De nieuwe garage in Wassenaar.
De nieuwe garage in Wassenaar.

De bakfiets heb ik daarna nog eenmaal gebruikt. Bij een klus op de Wassenaarseweg waren wij aan het werk met wat reparatie aan de kozijnen, raamkoorden vervangen van de schuiframen. Ik had een stuk kozijnhout te kort afgezaagd en ik moest een nieuw stuk ophalen in de werkplaats.

Prinsjesdag
Het was de derde dinsdag van september, Prinsjesdag, en dat werd toen nog uitbundig gevierd met een rijtoer door de stad en ook over de Mauritskade. De kortste weg van de Wassenaarseweg naar de Zorgvlietstraat was over de Mauritskade en dat lukte nog net. Met veel applaus heb ik deze Mauritskade in een snel tempo afgelegd. Terug naar de Wassenaarseweg heb ik een andere weg moeten nemen. Al doende leert men.

De nieuwe garage in Wassenaar.
De nieuwe garage in Wassenaar.

Op de Stadhouderslaan kregen wij de opdracht om een aantal raamkoorden te vervangen, deze touwen zitten vast aan een gewicht van gietijzer in het kozijn en aan de andere kant zitten ze in de zijkant van het raam vast. Aan de voorzijde van de woning zaten mooie glas in lood voorzet ramen deze moesten even verwijderd worden. Ik begon enthousiast met de bovenste lat, toen de zijlatten en toen… kreeg ik de hele ruit als een tulp over mij heen. Helemaal aan stukken. Even Apeldoorn bellen was er nog niet, dus maar even aan de baas vertellen.

Een van de grootste klant was wel de Billiton Maatschappij aan het Louis Couperusplein. Daar was altijd wel wat te doen. Ik heb samen met Piet een L-vormige bar gemaakt op een al eerder door Pabbruwee gemaakte bar voor de directiekantine. Toen deze af was, ging hij op een grote vrachtwagen richting Louis Couperusplein. Daar aangekomen kon hij niet naar de bovenste etage (ik meen de zesde etage), dus een hijskraan ingehuurd en via het balkon de kantine in, aan elkaar gekoppeld en weg wezen. Een paar dagen later kregen wij de opdracht om de bar naar de kelder te brengen het feest was voorbij en de bar stond in de weg.

En dan moet je je eigen werk slopen, we hebben de bar daarna nooit meer gezien.

Leerlingenstelsel
Ik zat ook in het zo geheten leerlingenstelsel (een dag en een avond naar school). Buiten dat je een iets hoger salaris had daardoor, heb ik nooit begrepen waar dit goed voor was. Jouw vak leer je in de praktijk. En om de paar maanden kwam er en consulent kijken en dan moest je een werkstuk overhandigen. Daar was niet altijd tijd voor, dus werd er wel wat verzonnen op het werk ter plekke. Zo ook een keer bij de Billiton, wij waren er een nieuwe keuken aan het maken, toen er een consulent langs kwam voor mij, Piet zei: “Zeg maar dat jij die bovendeurtjes hebt gemaakt en gemonteerd.” Dat had hij beter niet kunnen zeggen, want Piet zijn werk werd helemaal afgekraakt. Ik kreeg er een zesje voor. Piet zei: “Die vent komt hier nooit meer op het werk.”

Later hebben wij in de Witte de Withstraat een winkel verbouwd met een daar bovenliggende woning. Toen deze verbouwing klaar was, mochten wij een overhemd en een bijpassende stropdas uitzoeken. Ik had zo wat uitgezocht, maar mijn collega niet. Die twijfelde, maar toen vroeg hij aan de eigenaar of hij hem wilde helpen. Het probleem was namelijk dat hij kleurenblind was. Daar schrok ik wel even van. Ik had dat nooit aan hem gemerkt.

Met al dat werk verdienden wij ook een salaris en dat werd iedere vrijdagmiddag in de bruine loonzakjes uitbetaald. Dan stonden wij als het mooi weer was buiten tegen de gevel te wachten, totdat de baas in zijn grote Ford Zephyr de straat in kwam rijden. Die auto was voor hem veel te groot. Hij keek door het stuur heen. Ik vond het een hele mooie wagen.

Hup, met z’n allen naar binnen en in het kantoortje om de beurt naar binnen om je zakje te halen. Er was altijd wel wat te vragen of te vertellen of je kreeg op je donder, zal ik maar zeggen.

Piet had een nieuwe auto gekocht: een Fiat 850 in het rood. Vrijdag vrij genomen en hij kwam hem laten zien bij de wekelijkse uitbetaling. “Mooie wagen, Piet, veel geluk ermee”, maar toen Piet weg wilde rijden, startte hij niet. Dan baal je wel even als al je collega’s eromheen staan. Ik heb het later zelf ook een keer meegemaakt met onze nieuwe auto.

Leger des Heils
Ook werkten wij veel voor het Leger des Heils en zo kregen wij een grote klus aan de Rotterdamseweg 1, vlak bij de Hoornbrug. Het gebouw staat er nog, net als de boerderij ernaast. Verder staan er nu kantoorpanden omheen, maar dat was toen wel anders. Het was een flinke verbouwing in een heel oud pand. Het was een verpleeghuis voor zwaar zieke mensen. Voor die mensen was het het eindstation en daar moest je wel even aan wennen. Wij hadden het er overigens heel goed: koffie met ontbijtkoek en soep tussen de middag en ’s middags thee. Wij mochten niet al te veel herrie en stof maken, omdat erg ook heel er zieke mensen permanent in bed lagen en als er iemand was overleden lag het werk gewoon even stil.

Wij hebben er een heel trappenhuis en toiletgroepen bij gemaakt, kamers opgeknapt en noem maar op. We waren met veel werklui, timmerlieden, metselaars, stukadoors en schilders. In die tijd, in 1968, hadden wij nog winters en dat hield dan in dat wij tussen de middag gingen schaatsen. Ondanks alle ellende om ons heen werd er toch veel gelachen. Zo leerde de stukadoors de papagaai vloeken en heb ik een keer de benen moeten nemen toen een van de stukadoors mij achterna kwam.

Dat kwam zo: een van de stukadoors moest naar het toilet, maar daar zat een dame op die de deur niet op slot had gedraaid (dat mochten ze niet), maar de kruk gewoon stevig vast hield. Ik zei: “De deur klemt.” En hij trok zo hard aan de deur dat de vrouw gelijk in de gang stond en hij met een rode kop tegen over haar stond. Je begrijpt wel dat ik de benen moest nemen.

Majoor
Op een keer moest de schilder bij de majoor iets schilderen en dat ging niet goed. De majoor woonde in een apart bijgebouw. Zij had een eigen auto met chauffeur en dat kon niet. Dat heeft de schilder haar goed duidelijk gemaakt, dat er heilsoldaten in weer en wind in de vrieskou op bijna iedere hoek van de straat staan bij de kerstpot om zo geld op te halen en zij een auto met chauffeur. Dat ging er bij hem niet in. Een flinke woordenwisseling en de schilder kon vertrekken. Ik ben er toen ook anders over gaan denken, omdat ik ook inzag hoe hard de verpleegsters moesten werken en in hun vrije tijd nog heel veel andere taken hadden.

Ik weet niet meer wanneer het precies was, maar op een gegeven moment mochten de auto’s niet meer mee naar huis genomen worden. Het plan was dat een van de woningen aan de Zorgvlietstraat werd doorgebroken en dat dan de auto’s achter in de tuin konden staan. Waarom, weet ik niet. Boven deze woning woonde een vrouw. Alleen was ze niet helemaal bij haar pimpelpas, zal ik maar zeggen. Toen wij gingen slopen, kwam zij in paniek uit het raam hangen en vroeg wat er ging gebeuren. “De woningen worden gesloopt”, zeiden wij. “Je moet eruit.” En zij in paniek. Alles wat zij had ingepakt, de volgende dag hebben we haar moeten vertellen hoe het in elkaar zat.

De doorgang en de tuin leeghalen was geen klus van een dag, dus de auto’s bleven voor het eerst in de Zorgvlietstraat ’s avonds achter en dat was geen goed plan. De volgende dag bijna alle banden lek. De buurt was het er, denk ik, niet mee eens. Gelukkig was er naast de werkplaats ook een garage in de straat en die had die ochtend weer werk om de banden te plakken.

Er was ook weleens een probleem: als de chauffeur van de auto die er het laatst in was gereden, zich had verslapen en de sleutels nog in zijn zak had, dan konden de anderen de volgende dag ook niet weg. Maar dat werd gauw opgelost: de sleutels werden in het kantoortje achtergelaten.

Personeelsdag
De vrijdag na hemelvaart dag kregen wij vrij. We gingen dan met z’n allen uit eten. Een soort van personeelsdag, de baas regelde dat. In mijn ogen was hij geen slechte baas.

Een uitspraak is mij altijd bij gebleven: “Het maakt niet uit hoe lang je erover doet, als je het maar goed doet.” Dat wil zeggen: als het goed is, dan blijf je dat altijd zien, maar hoe lang je erover hebt gedaan dat vergeet men. Ik heb deze stelling altijd gebruikt.

De firma Pabbruwee was mijn eerste baas. Ik heb er bijna vier jaar gewerkt. Ik heb er daarna nog heel veel gehad (acht stuks), maar de collegaliteit die daar was, heb ik nergens meer gevonden.

Pensioen
In 1972 is de firma Pabbruwee opgeheven. Nico Pabbruwee werd 65 jaar en ging met pensioen. Hij wilde de zaak aan het personeel verkopen, maar dat ging niet.

Gerrit Vermeer en Henk de Vet in de tuin achter bij de werkplaats.
Gerrit Vermeer en Henk de Vet in de tuin achter bij de werkplaats.

Met dank aan mijn ex-collega Gerrit Vermeer die tot 1972 bij de firma Pabbruwee heeft gewerkt en de foto’s heeft geleverd.

Koos van Eck
jmvaneck@ziggo.nl15

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann