Het (hulp-)vliegveld Ockenburg

In De Oud-Hagenaar van 31 mei 2016 kwam terloops het vliegveld Ockenburg ter sprake. Net als het eerder door mij beschreven Maaldrift zou ook Ockenburg het als vliegveld niet redden.

In 1919 verenigde, op initiatief van F. Guilliams, een aantal gefortuneerde burgers zich in een consortium om te komen tot de oprichting van de Eerste Nederlandse Vlieghaven Ockenburgh. De bedoeling was dit vliegveld te vestigen op het landgoed Ockenburg, langs de weg van Loosduinen naar Kijkduin. Het consortium wilde daar een terrein van zestig hectare in exploitatie nemen dat, indien nodig, zou kunnen worden uitgebreid tot ongeveer honderd hectare. Toch stelde het consortium zich niet alleen ten doel om een luchthaven in te richten. Geïllustreerde weekbladen als Panorama en Katholieke Illustratie besteedden in dat jaar aandacht aan de grootse plannen rond het landgoed. Behalve de vliegerij betrof het: ‘tevens het exploiteren van de daarbij behoorende terreinen, door het doen bouwen van een aantal villa’s, cottages en weekends, waardoor een smaakvol villa-park ontstaat, en voorts van optrekjes en andere ontspanningsgelegenheden in de ruimsten zin van het woord. De uitbreiding van de residentie zal zich dan nog meer kunnen voortzetten in zuidelijke richting, naar de heerlijke duin- en boschstreken welke zich daar dicht bij zee bevinden en ongetwijfeld een van de mooiste streken van ons land kunnen worden genoemd. Wij zouden haast zeggen, mooier kan het niet. Den Haag verbonden door een directe weg met een vlakbij gelegen vliegkamp en villa-park, dit onderwerp moet ieder sympathiek zijn’.

De stand van het vliegveld Ockenburg op de in 1919 in Amsterdam gehouden ELTA.
De stand van het vliegveld Ockenburg op de in 1919 in Amsterdam gehouden ELTA.

In augustus en september 1919 vond in de hoofdstad de Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam (ELTA) plaats, op initiatief van de in Den Haag geboren en getogen luitenant-vliegers M.L.J. Hofstee en A. Plesman (de oprichter van de KLM). Op die ELTA konden de bezoekers een ontwerp voor het vliegveld Ockenburg van het Haagse architectenbureau Hoek en Wouters bezichtigen. Volgens de architecten, die belast waren met de uitwerking van de plannen, moest het vliegterrein zowel voor vliegtuigen als voor luchtschepen worden ingericht. Hun ontwerp omvatte een scala aan faciliteiten, waaronder een post- en telegraafkantoor, een badhuis, een autogarage, een recreatiegebouw, ondergrondse benzinetanks, een hotel, een restaurant met trapsgewijs aflopende terrassen, een tehuis voor vliegeniers en verschillende typen woningen.

De exploitatie omvatte een vlieghaven (een ‘opstijg- en landingsplaats bij dag en nacht’), een passagiersdienst en een particulier vliegterrein. Wat de passagiersdienst betreft werd er van uit gegaan dat een paar keer per dag drie vliegtuigen naar Amsterdam zouden vertrekken terwijl rekening werd gehouden met de mogelijkheid de vliegdienst uit te breiden met het traject Den Haag-Rotterdam. Op het particulier vliegterrein zouden ‘toekomstige bezitters van een eigen toestel worden onderricht, geadviseerd bij aankoop en hun machine kunnen bergen in privéhangars’. Er werd zelfs gedacht aan de bouw van een Luchtvaarthuis aan de Laan van Meerdervoort die moest gaan dienen als ‘verzamelplaats’ voor alles en iedereen die met de luchtvaart te maken had. Dat gebouw zou voorzien worden van een plat dak zodat kleine vliegtuigen hierop konden landen!

Van deze ambitieuze plannen kwam in de praktijk maar weinig terecht. Wel kwam het vliegterrein, gelegen aan het einde van de Laan van Meerdervoort ten westen van de Kijkduinsestraat, in 1919 gereed. Hangars en grondfaciliteiten waren echter nog niet beschikbaar. Toch opende Ockenburg op vrijdag 26 september 1919 officieel zijn poorten met een drie dagen durend vliegfeest dat van harte werd aanbevolen door de toen al bekende vlieger en vliegtuigbouwer Anthony Fokker. De vliegdemonstraties, uitgevoerd door (inter-)nationaal vermaarde vliegers zoals Fokker, en het parachutespringen trokken zoveel belangstellenden dat de toegangswegen in Loosduinen en wijde omgeving door filevorming volledig verstopt raakten. Daarvan werd zelfs melding gemaakt in het Algemeen Handelsblad van 27 september. Volgens de krant waren de autobussen die van het Valkenbosplein naar Ockenburg reden telkens vol en kon men een grote stroom van fietsers, wandelaars en auto’s aanschouwen. Vanwege de enorme publieke belangstelling verlengden de organisatoren het vliegfestijn, ten bate van het goede doel, met een dag. De entreegelden en alle andere opbrengsten van deze zogenaamde ‘weldadigheidsvliegdag’ op maandag 29 september kwamen ten goede aan het Sanatoriumfonds der Onderofficierenvereniging ‘Ons Belang’.

Niet iedereen was echter gecharmeerd van het vliegfeest. In de gemeenteraad van Loosduinen kreeg de toenmalige burgemeester mr. dr. H.W. Hovy het verwijt dat op de zondag veel gelovigen door de enorme drukte aan bezoekers van het vliegfeest hun kerk niet hadden kunnen bezoeken. Hovy had bovendien de euvele moed gehad om als passagier in een vliegtuig te stappen dat vervolgens boven Loosduinen had rond gecirkeld. Deze berisping maakte op Hovy weinig indruk. Hij vond ‘de vliegkunst een heerlijke uitvinding’ en noemde het ‘een schepping Gods, die wij niet mogen tegenwerken’.

Na dit veelbelovende begin verstomde de bedrijvigheid op het vliegveld Ockenburg al snel. Nadat de luchtvaartactiviteiten jarenlang op een zeer laag pitje hadden gestaan viel in 1934 het doek. Het vliegterrein werd opgeheven en het gebied kreeg een functie als Gemeentelijk Sportpark.

Vijf jaar later, tijdens de mobilisatie in 1939, kreeg het terrein toch weer kortstondig een luchtvaartfunctie. Op last van het ministerie van Defensie werden de verschillende sportvelden, door het weghalen van de afrasteringen, weer samengevoegd. Ockenburg kreeg vervolgens de status van hulpvliegveld waar het Luchtvaartbedrijf vliegtuigen assembleerde. Tevens werden op het terrein een aantal vliegtuigloodsen geplaatst voor de legering van het personeel en voor de opslag van munitie en materieel.

Op 10 mei 1940 viel het vliegveld Ockenburg, waar op dat moment enkele niet gevechtsklare vliegtuigen van het Luchtvaartbedrijf verspreid stonden opgesteld, in handen van Duitse valschermtroepen. Toch zagen Nederlandse troepen na hevige gevechten en ten koste van zware verliezen kans om Ockenburg nog diezelfde dag te heroveren. Dat was een streep door de rekening van de Duitse troepen die gehoopt hadden om snel over de Laan van Meerdervoort op te rukken om het Haagse centrum te bezetten. In feite was de rol van Ockenburg als vliegveld toen al uitgespeeld.

Na de capitulatie vestigde een klein Duits detachement zich op Ockenburg en heel sporadisch maakten Duitse vliegtuigen nog van het veld gebruik. In 1944 stationeerden de Duitsers op het landgoed ‘Ockenburg’ en het terrein van de psychiatrische inrichting ‘Bloemendaal’ mobiele lanceerinstallaties voor het afvuren van de beruchte V2-raketten. Op 1 januari 1945 liep een lancering uit op een ramp toen een V2 uit de koers raakte en ontplofte op de hoek van de Indigostraat en de Kamperfoeliestraat. Daarbij kwamen 24 Hagenaars om het leven.

Na de bevrijding werd het Gemeentelijk Sportpark hersteld en opnieuw ingericht. Tevens werden de uit de jaren dertig daterende portierswoning (in 2013 tot gemeentelijk monument verklaard) en de toegangsloketten van het terrein weer in hun authentieke staat teruggebracht.

Wim Lutgert
wlutgert@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann