Adrianus Johannes Ehnle: een vergeten Haagse schilder

Den Haag kent veel kunstenaars; bekende en minder bekende. Ik denk, nee, ik weet het zeker, dat de laatste categorie in de meerderheid is. Vaak ten onrechte want hoewel hun werk in de vergetelheid is geraakt blijkt hun leven interessant genoeg te zijn geweest en waren zij in hun tijd gevierde kunstenaars. Een van hen de negentiende eeuwse kunstschilder Adrianus Johannes Ehnle, wil ik aan de vergetelheid onttrekken. Vooral omdat een van zijn zonen plus een kleinzoon een belangrijke rol hebben gespeeld in het Haags maatschappelijk leven. Ik begin zijn levensverhaal in de koffiekamer van Tweede Kamer.

ehnle40jr

In de koffiekamer van de Tweede Kamer hangt een manshoog schilderij; geschilderd door de bekende kunstschilder Cornelis Kruseman (1797-1857). Afgebeeld is het vertrek van Philips de II uit de Nederlanden. Links op dit schilderij staat een page. Hiervoor heeft een leerling van Kruseman model gestaan; namelijk Adrianus Johannes Ehnle.

ehnledetail

Ehnle werd op 5 februari 1819 te Den Haag geboren. Hij stamde uit een familie van goudsmeden. Over zijn jeugd is weinig bekend. Maar als kind had hij al talent voor tekenen en schilderen, want op twaalf jarige leeftijd werd hij door de eerder genoemde Kruseman aangenomen als élève (leerling). Kruseman had destijds zijn atelier aan de Prinsengracht in het Korenhuis waar hij meerdere leerlingen onder zijn hoede had. Een van zijn eerste ‘opdrachten’ aan Ehnle was model te staan als page voor dit schilderij.

Zijn leerjaren bij Kruseman werden in 1839 afgerond door deel te nemen aan de prijsvraag van de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam (Prix de Rome). Ehnle eindigde op een gedeelde tweede plaats met een eervolle vermelding. De eerste prijs werd toegekend aan Johan Hendrik Koelman (1820-1887). De prijs bestond uit een kunstreis naar Rome plus een jaarlijkse toelage (gedurende vier jaar) van twaalfhonderd gulden (omgerekend circa 11.500 euro in 2016). Ook Koelman was leerling van Cornelis Kruseman en bovendien bevriend met Ehnle. Dat twee leerlingen van Kruseman hoog eindigden in deze prestigieuze wedstrijd zegt voldoende over de kwaliteit van zijn onderwijs.

Portretschilder
Ehnle was teleurgesteld. Maar omdat hij zijn zinnen op deze reis had gezet besloot hij met Koelman mee te gaan. In april 1840 vertrokken zij over Frankrijk naar Italië. Door familieomstandigheden moest Ehnle na twee jaar zijn reis afbreken en keerde hij over Duitsland terug naar Den Haag. Zijn vriend en reisgenoot Koelman zou zich definitief in Italië vestigen en trouwen met een Italiaanse vrouw. Een verslag van zijn reis in briefvorm bevindt zich in het Haags gemeentearchief.

Teruggekeerd in Den Haag schilderde Ehnle aanvankelijk voorstellingen uit de vaderlandse geschiedenis en genrestukjes. Later specialiseerde hij zich op het tekenen van portretten, die door tijdgenoten werden geroemd om de goede gelijkenis. Het waren portretten van bekende Nederlanders als de dichters Hendrik Tollens en ds. Nicolaas Beets of de schilder Andreas Schelfhout. Dat de tekeningen zo goed geleken zal ongetwijfeld te maken hebben met het feit dat Ehnle vaak een foto als uitgangspunt nam.

Het waren de beginjaren van de fotografie. Afbeeldingen werden destijds door middel van een camera obscura vastgelegd op een lichtgevoelige verzilverde koperplaat, de zogenaamde daguerreotype. Ieder opname was uniek en kon niet vermenigvuldigd worden. Door de foto na te tekenen was het mogelijk een goedgelijkend portret te verkrijgen, dat – bijvoorbeeld door lithografie – in meerdere exemplaren kon worden afgedrukt. Bijkomend voordeel was dat men niet lang hoefde te poseren.

Conservator
In 1847 trouwde hij in Alkmaar met Margaretha Cornelia Masdorp (1823-1906). Zij was een zuster van de schrijver Evert Masdorp (1818-1871) destijds bekend onder het pseudoniem M.P. Rosmade. In hetzelfde jaar verhuisde Ehnle van Den Haag naar Haarlem en vestigde zich daar aan het Donkere Spaarne. Of tussen huwelijk en verhuizing enig verband bestaat valt niet meer na te gaan. Het echtpaar zou twee zonen en een dochter krijgen. In Haarlem nam Ehnle actief deel aan het kunstenaarsleven. Zo werd hij werkend lid van het nu nog bestaande kunstenaarsgenootschap ‘Kunst Zij Ons Doel’.

Na ruim zeven jaar verhuisde Ehnle in 1854 terug naar Den Haag. Maar in 1856 werd hij benoemd tot kastelein (conservator) van het Teylers Museum te Haarlem en keerde hij met zijn gezin terug naar deze stad.

Als conservator hield hij zich onder meer bezig met het inventariseren en catalogiseren van het prentenbezit van het museum. Daarnaast restaureerde hij schilderijen van Frans Hals, die bestemd waren voor het Stedelijk Museum van Schilderijen en Oudheden te Haarlem (de voorganger van het huidige Frans Halsmuseum). Dit ‘restaureren’ bestond uit het nauwgezet overschilderen en opvullen – met een fijn penseeltje – van barstjes en scheurtjes! Op 4 april 1863 overleed Ehnle na een kort ziekbed; slechts 44 jaar oud. Zijn weduwe, met haar drie kinderen, vertrok weer naar Den Haag en ging aan de Zuid-Binnensingel wonen.

Zoon en kleinzoon
In Den Haag zou zijn jongste zoon, Eduard Frederik Ehnle (1861-1922), naam maken als architect. Hij ontwierp panden in neorenaissance stijl; die nu een monumenten status hebben. Zijn bekendste ontwerp (samen met Sam de Clerq) was het hoofdkantoor van de Nutsspaarbank aan de Riviervismarkt. Sinds 2007 is hier het Nutshuis gevestigd.

Diens zoon Adrianus Jan Ehnle (1896-1968), vernoemd naar zijn grootvader, was elektrotechnisch ingenieur. Hij zou bekend worden als directeur van de Haagse gemeentelijke telefoondienst. In de jaren twintig ontwikkelde hij met deze dienst de plaatselijke draadomroep. Ook was hij in 1932 betrokken bij de aanleg van een centraal antenne systeem voor een woningblok aan de Johannesburgstraat. Voor zover ik kan nagaan is dit het eerste centraal antennesysteem in Nederland. Adrianus sloot zijn ambtelijke loopbaan af als hoofddirecteur ‘Algemene zaken en radio’ bij de PTT.

Ten slotte
Ehnle liet veel portretten na van bekende tijdgenoten; of zoals we nu zeggen BN’ers. Zijn werk is verspreid over diverse musea of bevindt zich in particuliere collecties. Toch zullen velen wel eens een door hem getekend portret hebben gezien. Want de meeste van de door hem afgebeelde personen hebben een belangrijke rol gespeeld in de kunst- en literatuurgeschiedenis of waren politiek actief. Daarom worden zijn portretten nog regelmatig gebruikt voor de illustratie van (studie)boeken en websites.

Kees de Raadt
raadtvanleeuwen@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann