In steen gebeiteld: M de J 26 – 10 – 44

Mijn naam is Chiel de Jong, geboren in 1929. Tot de evacuatie in 1943 woonde ik aan de Houtrustweg, een wijk die tijdens de bezetting tussen de Atlantikwall in de Westduinen en de tankgracht langs de Sportlaan kwam te liggen.

Twee gigantische projecten van bouw en sloop, die enkele jaren in beslag namen, heb ik in mijn jongensjaren van nabij zien uitvoeren. Tot we eind 1943, als laatste groep bewoners, werden geëvacueerd. Duindorp werd Sperrgebiet en verboden terrein en wij moesten verhuizen naar een etagewoning in de Goudenregenstraat op nummer 96. Aldaar hebben we, tot de bevrijding, de Duitse bezetting overleefd, met als dieptepunt de Hongerwinter. Door omstandigheden als gebrek aan materiaal, grondstoffen, levensmiddelen en gebrekkig vervoer, ontstond in de randstad een ernstig tekort aan alles wat nodig is voor het levensonderhoud. Zo ook brandstof. Kolen waren niet meer leverbaar. Gas en licht waren afgesloten, met als gevolg dat op grote schaal werd overgeschakeld op hout om daarmee de woonruimte te verwarmen. Al gauw vergreep men zich aan de leegstaande huizen langs de tankgracht. Die woningen werden gekraakt en ontdaan van alles wat brandbaar was. Een gevaarlijk karwei om er binnen te komen, omdat er huizen waren die omgeven werden door zogenaamde drakentanden, betonnen versperringen omwoeld met prikkeldraad en daartussen verborgen landmijnen. Ongelukken bleven dan ook niet uit. Opmerkelijk waren de vele vrouwen die daar stonden te tobben met een broodzaag als gereedschap en een kinderwagen voor transport. De mannen hielden zich binnen, beducht om opgepakt te worden en als dwangarbeider te gaan werken in de Duitse oorlogsindustrie.

Evacuatie bewoners uit het Sperrgebiet

Toen de huizen gestript waren werd het straatmeubilair aangepakt, zo ook de bomen. Als het donker was werden ze afgezaagd, meestal op heuphoogte. Dan zag je ’s morgens opeens in plaats van een boom een flinke stronk staan. Die heb ik dikwijls – op mijn knieën – verwijderd: brandhout voor de kachel. Een hels karwei dat zagen van levend hout dat nat is, en dat met een botte zaag. Geen doorkomen aan. En dan nog dat gesjouw om zo,n stomp naar huis te krijgen. Daar moest de stam op een handzaam formaat gebracht worden: zagen, kloven en hakken tot blokjes die door de kacheldeur konden. Dat werk gebeurde, omdat we een bovenhuis bewoonde, op de stoeprand onderaan het portiek. Dat viel niet mee.

Eens had ik m’n dag niet en de omstandigheden werkten ook niet stimulerend. Een grauwe, kille herfstdag. Verzwakt door ondervoeding voelde ik me wat depressief. Toen – op een gegeven moment – schampte m’n bijl de boomstronk en veroorzaakte een snijwond aan mijn vinger. Verslagen slofte ik naar het portiek, zakte neer op een traptree en wikkelde mijn zakdoek om de kwetsuur. Verweesd staarde ik naar de winkels aan de overkant: een sigarenzaak, groenteboer, kruidenier, kapper, zuivelwinkel… De meeste waren wegens gebrek aan koopwaar gesloten, de luiken voor de etalages geschoven. De fietsenmaker had z’n winkel beschikbaar gesteld aan klanten die via advertenties en ruilhandel hun wensen kenbaar konden maken. Een paar klompen voor een zakje kolen. Een fietsband voor aardappelen. Een pakje shag voor suiker. Maar ook een dringende vraag van een verontruste moeder: “Wie kan mij helpen aan een kopje rijst voor m’n baby die erge diarree heeft?” Zo, mijmerend, viel mijn oog op hetgeen in de etalage van de zuivelwinkel stond: een stapel glanzende kazen. Geen echte, maar neppers. Maar toch liep het water me in de mond. Als het nou vrede wordt, dacht ik, de oorlog voorbij en alles zonder bon te koop, dan ga ik daarheen voor een homp kaas van een pond en dan eet ik dat ter plekke achter elkaar twee op! Wanneer zou dat zijn? Hoe lang nog? Balorig pakte ik de kloofbeitel, keek om me heen en met de punt van het gereedschap beitelde ik in de muur van het portiek mijn naam en de datum.

Chiel doet het op 17 juni 2016 'nog eens dunnetjes over'

Kortgeleden reed ik door dezelfde straat. Als door een onzichtbare hand werd ik tegengehouden. ‘k Ben afgestapt, heb m’n fiets tegen de gevel gezet en plaatsgenomen op de portiektrap. Ik keek voor me uit, herinneringen kwamen boven, zag de winkels aan de overkant. De meeste zijn verdwenen, omgebouwd tot woonhuis. De sigarenzaak op de hoek met de Laan van Meerdervoort is een tattoo-studio. Daarnaast, waar de kruidenier zat, een yogacentrum en waar eens de kapper zijn klanten schoor, praktiseren nu verloskundigen.

’t Is alles zo anders dan toen! Ik keek iets naar rechts, de zijmuur van het portiek, daar was niets veranderd. ’t Stond er nog, net als toen, nu meer dan zeventig jaar geleden, m’n naam en de datum: M de J 26 – 10 – 44.

Reacties naar:
Frans Holtkamp
fcmh@xs4all.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann