De stugge vering van de Ford Anglia

Ford is zo langzamerhand een beetje suf merk geworden. In de jaren 60 was dit wel anders.

Toen had je nog Duitse, Engelse en Amerikaanse Fords met een heel eigen karakter. Neem nu die Ford Anglia 105E. Ja die, met die achterruit die schuin naar binnen stond, net als de Citroën Ami, dat als voordeel had dat hij niet nat regende en niet vies werd. Het gaf een vlot effect, alleen had je daardoor geen hoedenplank. Het ontwerp was wat Amerikaans geïnspireerd, maar zag er zeer elegant uit. Veel chroomaccenten en two-tone-lak was in die tijd helemaal in, zowel in het interieur als voor wat betreft het exterieur. Mintgroen met een wit dak. Of een witte met rood accenten. Tja, hij staat mij nog goed bij, want onze buurvrouw Beijlsmit op de Carel Reinierszkade 101 kocht er zo een. Mijn Engelse nicht Gwenda uit Maidenhead had eind jaren zestig een gele met witaccenten. Vond het toen ook al een leuke auto en nog steeds. Deze Anglia was alleen leverbaar met twee portieren. Hoewel de kofferbak groot lijkt werd veel ruimte opgeslokt door de wielkasten en het reservewiel. Maar daar hadden die Engelsen wat op bedacht in de vorm van de Sportsman uitvoering, waarbij het reservewiel op de achterbumper van de auto werd gemonteerd.

Eenvoud
Het dashboard vind ik het toppunt van slimheid, iets wat je overigens wel bij meer Engelse merken zag in die tijd. De linker unit met de snelheidsmeter, het contactslot en knoppen is identiek vormgegeven als het dashboardkastje rechts, zodat ombouw van rechtsgestuurd naar linksgestuurd en fluitje van een cent was. Je kan het bijna niet geloven dat iedereen kon zitten op die buizenframe stoeltjes die je niet naar voren en naar achteren kon schuiven, maar wel omhoog kon klappen om achterin plaats te nemen. Geen verstelbare leuningen, geen lendensteunen en om maar helemaal niet te spreken over stoelverwarming. Prachtig toch die eenvoud? Wat natuurlijk ook helemaal niet meer kan is het feit dat in het contactslot een sleutelcode gegrafeerd was, in het geval van mijn nicht FT143, waarmee ik naar een lokale sleutelmaker in Engeland kon stappen die deze Union-sleutel gewoon op voorraad had hangen in de winkel. Blijkbaar waren er ook meerdere Fords met deze code. Een soepele en comfortabele auto was deze Anglia niet. Echt Brits, met een enorme trekkracht in de eerste en tweede versnelling vanwege het heuvelachtige landschap daar. Stugge vering en een topsnelheid van 118 kilometer. Lekker aanvoelend dun stuurtje en het schakelen vraagt wel enige gewenning wat de achteruit betreft. Je moet de pook eerst omhoog trekken en dan naar links omlaag duwen ter hoogte van zijn twee. De één was niet gesynchroniseerd, dus ook dat vereiste wat tactvol schakelen. Maar ja, in die tijd wist je niet beter. Prachtig vond ik die typisch Engelse geluiden die ook deze Anglia maakt. Het terugslaan van de startmotor, het janken van de versnellingsbak en die donkerbruine brom uit de uitlaat. De ventilatie was niet top, maar met de tochtraampjes in de portieren en de uitklapbare achterruitjes kwam je al een heel eind. Zo jammer dat die Britse autoindustrie naar de knoppen is gegaan en zo jammer dat Ford dit soort karakteristieke auto’s niet meer ontwikkelt.

John Vroom
johnvroom@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann