Terug naar de Schaarsbergenstraat

Ik ben in 1941 geboren in deze straat, als zoon van een beddenmaker en een heel hard meewerkende moeder. Hele fijne jeugd gehad met twee zussen en een broer. De saamhorigheid onder elkaar en de daaraan gekoppelde vriendschappen kom je anno nu bijna niet meer tegen. Het was de tijd van touwtje in of uit de brievenbus, sleutel onder de deurmat of boven op de raamrichel en in extreme gevallen: de melkboer.

Ik was erg verrast door het artikel van Anje Hoekema (De Oud-Hagenaar van 26 januari), want deze straat stond uiteraard ook op mijn bucketlist, als bewijs voor mijn nageslacht onder de noemer: cogito ergo sum. Nostalgie vierde de boventoon in mijn doen en denken.

Hemsterhuisstraat
Er was een toevallige bijkomstigheid, de hoofdredacteur van De Oud-Hagenaar had mij heel vriendelijk verzocht of ik mogelijk nog een artikel wilde schrijven. Pas de problème. Achteraf gezien was de vraag logisch, mijn artikel over de Hemsterhuisstraat sloeg in als een bom. Heel veel leuke, positieve reacties en zelfs bellers. Frappante van deze situatie is, nu ik verbaal vele malen benaderd word, ik het zelfs prettig ga vinden.

Ik ben wat research gaan plegen in mijn oude buurtje en heb daar een tijdje vertoefd en ben zo verschrikkelijk geschrokken. Wat een herrie in de straat, leek wel een racebaan. Men scheurt in die straat met veel te hoge snelheid, het is te gek voor woorden. Als de verkeersbrigadiertjes nog hadden bestaan en nu hun nobele werk op dat kruispunt hadden moeten verrichten, dan had men elke dag vier verse kinderen nodig gehad. Wat een chaos. Nee, dit is mijn straatje niet meer.

Peter Janssen
Peter Janssen – zuivel en zelfbediening. De deur van de winkel stond open en bij het naar binnen gaan miste ik het geluid van de winkelbel, die in 1960 wel ging, toen ik hier voor het laatst was. In de winkel was een klant, een keurig verzorgde vrouw, die kennelijk net naar de coiffeur geweest was, en zag er perfect uit. Haar gezicht kwam mij vaag bekend voor en ik vermoedde dat het andersom ook zo was. Ik hoorde haar nadenken. Ik maakte een rondje winkel en halverwege werd ik begroet met: “Kan ik u helpen?” “Ja, natuurlijk, maar er is wel een klant vóór mij. Ik kom hier voor wat info betreffende de oude klantenkring en wat namen uit de straat. Je winkel werd genoemd in een artikel in De Oud-Hagenaar en ik ben in deze straat geboren.”

Familie Kortekaas
Peter Jansen bleek 52 jaar, dus geen generatiegenoot van mij. Hij had de zaak overgenomen van zijn vader. Hij noemde wat namen uit de Wapenveldestraat; de familie Kortekaas, Rang en Paultje Hoebink. Ik knikte instemmend, de namen waren mij bekend en bij het benoemen, ook de gezichten. Terwijl de vakman gewoon handmatig met een snijmachine een Yorkham aan het verkleinen was, door er plakjes van te maken, keuvelde hij rustig door over de goede ouwe tijd, maar gaf tussendoor toch de klant alle aandacht die zij verdiende. Daar ben je (g)een nummer… Ja, nummer één.

Familie Starringa
De dame mengde zich in het gesprek met de vraag: “Dan moet u mij toch ook kennen? Wij hadden een drogisterij op de hoek van de straat, de familie Starringa en ik ben de dochter.” “Nee, jammer voor u, maar ik heb Steensma op mijn lijstje staan.” Zegt ze: “Joh, dat was heel lang daarvoor.” “Dat klopt”, zeg ik, “daarom komen zij wel in het volgende artikel van De Oud-Hagenaar en u niet.”

Frans Krassenburg
Peter vervolgde: “Aan de overkant woonde Frans Krassenburg, van de Golden Earrings, die wereldberoemd zijn geworden door er een ‘s’ af te halen. Twee portieken verderop woonde de familie Hahlen, met de oudste zoon als grootste belhamel. Ik geloof dat hij Ruud heette. Ik zeg: “Nee, joh… Je vergist je, hij heet Ger en daar sta je nu gezellig mee te praten.” De winkel bleek hierna te klein, gelachen, weer eens hardop ouderwets gelachen.

Harderwijkstraat tot aan Soestdijkseplein: in dit gedeelte hebben ik gewoond, geleefd en gefeest. Het gros van de mensen heb je daarna nooit meer gezien of van gehoord. Ik hoop dat met het volgende huisnummerlijstje er herkenning ontstaat en lezers mogelijk willen reageren.

71. Popering: twee kolenbroers.

83. Rietje Thoen, vader werkte bij Dierenpark Wassenaar en dat kon zelfs een blinde zien Reed in een opvallend gekleurde reclame Jeep. Rietje verkeerde met de latere Europees en Wereldkampioen voetballen: Guus Haak.

93. John Hijkoop, zijn vader werkte op het slachthuis. De zwezerik en kogelbiefstuk was alleen in de avonduren te verkrijgen of op de biljartavond.

97. Thijs van Rijsewijk, vader was opperstalmeester van de beroemde ZHB-dikbilknollen, die de bierwagens trokken en bij stilstand soms de behoefte hadden om een enorme pyramide van vijgenhopen achter te laten waar de damp van afsloeg. Des winters voetbalden we er mee.

103. Jantje Dijksman, vader hoofdagent van politie. Volgens Jan deed hij heel geheim werk.

105. Jan van Wijk, de verstandigste van ons allen, kwam nooit met plannen maar deed altijd mee.

113. Wil Dubbeling, vader was een hoge ambtenaar, was in het bezit van een hele dure aktentas, die werd met nodig ceremonieel aan de fietsstang bevestigd, terwijl de fiets met pedaal op de trottoirband stond geparkeerd.

124. Harry en Wim Suiker, hadden een geweldige perenboom in de tuin, vrije oogst bij de familie en allemaal de boom in.

138. Ina en Kitty Hahlen, eeneiige tweeling die optrad als Ronde Miss bij wielerronden, georganiseerd door Het Haags Dagblad. Gastvrouwen van Louis van den Burg in zijn tv-shows. Stonden mijn studie behoorlijk in de weg, we hadden dag en nacht hijgers bij ons thuis.

154. Frans Krassenburg, vader was stopperspil van VCS. Frans zong wat in een bandje. De gouden oorringen werden later wereldberoemd en dit al vijftig jaar lang. Chapeau.

158. Kolenboer Wubben, verkoop aan huis.

160. Van Uffelen, fotograaf.

Al deze bovengenoemde namen en verwanten zijn groot en wijs geworden door het onderstaande lijstje, van wat toen heette: kleine middenstanders.

Boekwinkel/bibliotheek: Van Oudwijk. Mijn eerste Bob Evers, Arendsoog/Witte Veder. Te koop de kleine boekjes van Dik Bos en de eerste softige porno (lag verscholen en op aanvraag).

Bakkerij: Ten Hoopen. Voor illegaal warm brood ’s morgens vroeg (wel drie keer bonken op de deur).

Kapper: Eldick. Benedenhuis naast wijnhandel Alsem.

Groentehal: Jan van Reedijk. Altijd in voor een gijntje, hele bijzondere en vriendelijke man.

Drogisterij: Steensma, twee te vlotte vrijgezellen, de buurt vermoedde anders, maar dat sprak je niet hardop uit.

Zuivel-/melkhandel: Van de Kroft. Hier stond de wieg van Leo en die lag al heel vroeg met een fluit te spelen, oud-internationaal voetbalscheidsrechter, zijn roots lagen bij ADO.

Zuivelhandel: Peter Janssen. Aardje naar zijn vaartje. Vrijdagmiddag 13 februari 2016: ik waande mij weer terug in de jaren vijftig en zestig. Ouderwetse bediening, ons kent ons, gezellig praatje met de klanten, vers van het mes. Tja, het duurt wat langer.

Kerstbomenjacht
De straat genoot aanzien bij andere buurten en bendes, vanwege de goed georganiseerde aanpak van de kerstbomenjachten en de geheime opslagplaatsen van de veroverde bomen.

Wapenveldestraat
‘Het grote vuur’ was altijd op het plein van de Wapenveldestraat en de Ermelostraat en de eersten die aanwezig waren. Leo van de Kroft en zijn vader stonden klaar met emmers water, om de ramen van de winkel nat te houden. Tientallen buurtbewoners, vrienden en kennissen kwamen na middernacht naar het vuur en niet met lege handen. Buiten het vuur om, voelde je hier warme vriendschap en oprechtheid. Het grootste en mooiste vuur was in 1964, toen ging ons bankstel in vuur op.

Ger Hahlen
g.hahlen@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann