Oer-volleybal

Toen ik in De Oud-Hagenaar de foto van het KLM-gebouw zag, moest ik eraan denken dat ik al in 1956-1957 in dat gebouw geweest ben. Een tijd waarin weinig mensen per vliegtuig reisden, en dus weinig Hagenaars een reden hadden om het gebouw van binnen te zien. Ook in mijn geval had het niet met een vliegreis te maken, maar met een volleybalwedstrijd.

Eerder schreef ik al over de Hubertus de Wildeschool en gymleraar Zuyderveld. De man had een bekende naam in de turnsport, maar als leraar jarenlang ervaren dat een turntalent ontdekken nog wel mogelijk was op de lagere school, maar absoluut niet bij het voortgezet onderwijs. Hij liet ons daarom kennis maken met het speelse in het bewegen door het ‘aanbieden’ van softbal in de veldlessen en volleybal in de zaal. Dat volleybal had niet veel om het lijf; we moesten in maximaal driemaal spelen de bal over het net, en op de grond bij de tegenpartij zien te krijgen. Op zich overigens leuk genoeg…

Na mijn examen bracht ik een zomer lang op het strand door met mijn eerste vriendinnetje en werd toen door m’n ouders naar het bureau voor beroepskeuze gestuurd. Waar de heer Petiet adviseerde, dat iemand die in drie jaar een MULO-diploma kan halen, en toch nog niet weet of hij piloot of putjesschepper wil worden, nog maar beter door kan leren op de HBS. Die was intussen al een week aan de gang, en de directeur vertelde dat er in de derde klas nog maar één meisjesplaats vrij was. Maar het was in 1953 op een christelijke school, natuurlijk onbestaanbaar dat ik op die ene plaats bijvoorbeeld naast Cisca van Amerom zou komen te zitten. Dus werd het een nieuwe start in de tweede klas, en had ik het ‘gewonnen’ MULO-jaar weer dubbel verspeeld. Maar ja, intussen is al lang gebleken dat de wereld, ook toen, niet speciaal op mij zat te wachten…

De HBS Populierstraat had in het verleden een sportnaam opgebouwd met veldhandbal; Bas Irke heeft daar nog een jongensboek over geschreven. Maar sinds enige jaren had volleybal z’n intrede gedaan op de Haagse scholen; en zo werd in de Kerstvakantie in de gymzaal een volleybal-toernooi voor Haagse scholen georganiseerd. Pas daar zag ik hoe volleybal echt gespeeld kon worden, en ik was meteen verkocht. Ook al zat de Nevobo competitie er voor meer dan de helft op, ik wilde meteen competitie spelen en meldde me aan bij Excelsior in Loosduinen.

In die tijd was volleybal echt ‘booming’; alleen al in een dorp als Loosduinen bestonden vijf clubs. De omvang van de meeste clubs was overigens zeer beperkt; gemiddeld twee heren- en twee damesteams. Een andere merkwaardigheid van dat oer-volleybal was dat veel clubs een ‘spruit’ van een andere vereniging waren. Excelsior en Odilo in Loosduinen stamden bijvoorbeeld van gymnastiekverenigingen af. Een tweede categorie clubs werd geleverd door bedrijven; in Loosduinen Vredestein en de Milva’s, in Den Haag onder andere KLM, Ministerie van Oorlog, Ministerie van Marine, enzovoorts. Een derde categorie bestond uit clubs die uit een school ‘geboren’ waren, Hofwijck, PVC, Zandvliet, HML, CLV. En dan waren er tenslotte ook nog clubs waarvan de naam duidelijk maakte dat ze als volleybalclub opgericht waren: Rijswijkse VC, Blokkeer, Set Up.

De wedstrijden in die tijd werden meestal gespeeld in vooroorlogse gymzaaltjes; en wie zich afvraagt waarom een volleybalveld 9×18 m. is vindt hier dus gelijk het antwoord. Een ander fenomeen, aan die vooroorlogse zaaltjes verbon-den, was de kleedaccomodatie. Meestal was er maar één kleedruimte en werden de mannen naar de toestelberging verbannen om zich om te kleden tussen de bruggen en de bokken (de bokken bij de bokken dus). Dat het zwakke geslacht aldus bevoorrecht werd was trouwens niet overal zo; want die zaal van Excelsior kon bv. alleen betreden worden via de dames-kleedkamer. Zodat er vaak ‘ogen dicht’ van ons mannen geëist werd.

In die oertijd heb ik de gekste toestanden qua accomodatie beleefd. De aan sporthallen gewende spelers van tegen-woordig moeten zich eens een gymzaaltje voorstellen waar een kachel in staat. Of een zaal met hanenbalken waar de bal soms zonder ze te raken weer te voorschijn kwam,en dus doorgespeeld moest worden. Of een zaal van vier en een halve m. hoog en zo weinig ruimte naast het veld, dat er op een time out gewacht moest worden voordat je naar de kleedkamer aan de andere kant van de zaal .kon lopen. In een nu afgebroken zaal in Monster moesten de banken naar de toestelruimte gedragen worden omdat ze anders gedeeltelijk in het speelveld stonden.

Omdat Excelsior in de derde klas speelde en ik in een ambitieuze leeftijd verkeerde, en inzag dat promoveren er in een mensenleven niet van zou komen heb ik via een oude vriend voor Die Haghe in de eerste klas gekozen. Koos Wessels was daar zogezegd de ‘dobber’ waar de club op dreef (heel veel clubs hadden trouwens in die tijd zo’n ‘dobber’). Bij gebrek aan lengte was hij ‘veroordeeld’ om set up te zijn, zoals dat toen heette. En omdat er toen nog geen ‘penetrant-spelverdelers’ waren uitgevonden kreeg ik de kans om me als tweede set up te ontwikkelen. Ik herinner me nog de eerste uitwedstrijd in Voorburg. Vanuit Loosduinen fietste ik naar de Veenendaalkade, waar Koos als jonggehuwde nog inwoonde; want de oorlog was dan wel al tien jaar voorbij maar de woningnood nog lang niet. De “echte” bewoners kunnen Koos overigens niet vaak gezien hebben, want hij ging niet alleen ’s avonds de deur uit om te volleyballen of Die Haghe te trainen. Hij was ook nog trainer, en in het weekend speler, van een korfbalclub.

Samen fietsten we in het herfstduister naar Voorburg, speelden onze wedstrijd, en fietsten ongewassen weer terug naar huis; want wij oer-volleyballers waren het ontbreken van wasgelegenheid gewend. Dat was het net wat mij in gedachten schoot toen ik de foto van het KLM gebouw zag. Die KLM jongens waren super bevoorrecht. Meneer Plesman was zijn tijd ver vooruit geweest en had in zijn gebouw geen gymzaaltje maar een sport-walhalla laten opnemen. Hier was zeldzaam veel ruimte buiten de lijnen; en na afloop van je wedstrijd kon er heerlijk warm gedoucht worden. Maar ja, zo beleefde je het volleybal helaas maar 1x per jaar. En ik zelfs nog minder… Want na die kompetitie was ik ook weer geslaagd voor de HBS en moest in militaire dienst. Waar ik op vrijdagavond, de speelavond van Die Haghe, op het perron van Meppel moest staan kijken naar de burgertrein naar Den Haag. Als ik daar in had mogen zitten zou ik op tijd in Den Haag geweest zijn om een balletje mee te slaan… Maar neen, wij soldaten moesten wachten op de militaire trein die op z’n dooie akkertje naar Den Haag tufte en om een uur of 11 arriveerde. Toen ik daar eindelijk van verlost was, en weer eens heerlijk van die KLM-accommodatie kon genieten, bestond er geen KLM-volleybal meer. Sommige mensen zit het ook altijd tegen…

Jan van der Heijden
heijden5@caiway.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann