Heimwee naar de Harteveltstraat

In de jaren vijftig groeide ik op in de Harteveltstraat in Scheveningen. Het was een hele rustige buurt, weinig auto’s op de weg en veel kinderen om mee te spelen. Wij (mijn ouders en broertje) woonden op de bovenetage van een eengezinswoning, beneden woonden de familie Meere met twee kinderen.

De zomers waren gevuld met bezoeken aan het strand, dat was heel dichtbij, uit het raam keken wij uit op de boulevard. Mijn moeder maakte boterhammen en limonade en we gingen ’s morgens vroeg al naar het strand en ’s middags rond 15.00 uur weer terug, omdat het dan te druk werd. We speelden in zee, gingen op ezeltjes rijden, maakten kuilen en verstopten ons in de rieten badstoelen. De kinderen van de buren, de familie Miedema (dat waren er veel, ik geloof, zes) gingen ook met ons mee, hun moeder had het te druk want zij moest voor dat grote gezin zorgen. Zij gaf ons dan snoep mee (een ons rang, het is feest jongens!).

Na het strand gingen mijn broertje en ik in de teil, ik eerst want ik was ouder. Daarna speelden we op straat met de andere kinderen, waarvan ik nog wel wat namen weet: Elma, mijn beste vriendinnetje, Loes (die doof was), Job van de buren boven, Annet en Bouke van de andere buren en de kinderen van het hoekhuis die vaak bij hun oma kwamen logeren, en Claire en haar zus van nummer 16. En de kinderen van de Indiase ambassadeur, Bally en Goedy (zo herinner ik me hun namen, weet niet of het juist gespeld is).

Het hotel op de hoek, Hotel Garni, werd beheerd door de familie de Vries. Zij hadden een dochter waar wij mee speelden, Sjaantje en twee broertjes, Theo en Harry. Toen Sjaantje jarig was, mochten wij op het verjaardagsfeest komen en kregen we limonade en een Mars. Dat was een hele traktatie, die kregen we nooit! En we mochten altijd op hun terras zitten als er vuurwerk was in Scheveningen.

Schaatsen op de Mets-banen
In de winter gingen we schaatsen op de Mets-banen, ze spoten dan de tennisbanen onder water en in mijn herinnering was het elke winter koud en was er ijs. We waren vooral blij als er ijs in de kerstvakantie was, want dan gingen we elke dag! Elma en ik gingen dan samen, ik in een rok en zij in een echte skibroek. Ik kon niet zo goed schaatsen, zat meer in de kantine aan de chocolademelk, maar het was allemaal toch leuk en we hadden veel lol.

Bij Elma thuis mocht ik wel eens logeren, ik kan me nog herinneren dat ik die nacht aan het slaapwandelen ben gegaan en een vreselijke nachtmerrie had. Daarna wilde ik er niet meer slapen. Elma had een broer, Winnie, die plaagde ons altijd, hij was een paar jaar ouder en vond die meiden maar niks!

We mochten op woensdagmiddag altijd tv kijken bij tante Jiffy Keyl, die had als enige een tv in die tijd. We moesten dan in de rij staan en er mochten tien kinderen naar binnen, schoenen uit natuurlijk. Naast tante Jiffy woonde een mevrouw met een kleindochter Evelien, die kwam vaak logeren bij haar oma en daar speelden we ook mee. En verderop in de Pellenaerstraat woonden twee zusjes Dingjan, de ene heette Vera, de andere naam weet ik niet meer.

En natuurlijk ging ik in die tijd, zoals bijna alle meisjes, naar ballet. Dat was bij Jenny Simonis, in een hofje bij de Keizerstraat. Ze was streng, ik moest echt mijn best doen om alle passen goed uit te voeren, en uiteindelijk mocht ik meedoen met een uitvoering in het Kurhaus. Dat was een hele gebeurtenis, ik weet het nog als de dag van gisteren. Ik was Neveltje, de sterren stonden achter ons en er ging iemand dood op het toneel. Na afloop kregen we bloemen net als echte balletdanseressen. Ik kreeg daar een vriendinnetje, Conchita, mooie naam en een mooi donkerharig meisje. We liepen altijd samen naar huis, zij woonde op de Gevers Deynootweg. Later heb ik haar nog wel eens op de Kaag ontmoet.

Wat was ik verdrietig toen mijn beste vriendinnetje Elma ging verhuizen naar het oosten van het land. Ontroostbaar waren we allebei. We spraken af elkaar altijd te blijven schrijven en elkaar ook op te zoeken. Helaas… Zoals dat altijd gaat was het na een paar jaar afgelopen met de brieven en we hebben elkaar nooit meer gezien.

Ook wij gingen verhuizen, naar de Stevinstraat. Wat een heimwee heb ik gehad naar de Harteveltstraat! Als je nu kijkt is het een afstand van niets, maar toen was het alsof ik naar het buitenland ging verhuizen. Het was een mooie, onbezorgde tijd en ondanks dat ik niet alle namen meer weet, de vrienden uit het verleden ben ik nooit vergeten!

Lonneke Passchier
lonpasschier@hotmail.com

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann