Gebouw Kunsten en Wetenschappen in brand

In december 1964 werd Den Haag een historisch gebouw armer. Het culturele uitgaanscentrum, zoals het Gebouw van Kunsten en Wetenschappen ook wel werd genoemd, brandde in enkele uren geheel af. Vele tienduizenden Hagenaars keken machteloos toe en namen op deze wijze afscheid van het gebouw. Ongetwijfeld zijn er vele lezers, die zich deze alles verwoestende brand nog herinneren.

Op een koude winteravond rond ruim zeven uur kwam bij L. den Dulk van de Haagse brandweer de melding binnen: ‘K. en W. staat in lichterlaaie!’ Dat was fors schrikken. Enkele bluswagen gingen meteen naar de plek des onheils.

Spoedig stonden de alarmtelefoons bij politie en brandweer roodgloeiend. Door de hele stad waren weldra sirenes te horen. Politie, brandweer en ambulances reden zo snel ze konden naar de Zwarteweg, waar het zo trotse gebouw van Kunsten en Wetenschappen door de vlammen dreigde te worden verzwolgen.

Kwartiermakers
De eerste groep brandweerlieden die het gebouw binnenging, kwam al gauw tot de conclusie dat het een verloren zaak zou worden. De vlammen waren volop bezig hun terrein te vergroten gevoed door het vele brandbare materiaal. “De foyer was reeds een grote vlammenzee”, concludeerde onderbrandmeester J. Taal die tot de kwartiermakers hoorde. Weldra moesten ze het pand ontvluchten, omdat het brandende plafond dreigde in te storten. Brandweerlieden rolden slangen uit. Een grote waterpomp haalde water uit de nabij gelegen vaart.

De brand liet talrijke ruiten van omliggende panden springen. Brandweerlieden, ofschoon in groten getale aanwezig, konden alleen maar belendende panden nat houden en het gebouw op een controleerbare manier af laten branden.

Spektakel
Ondertussen had de politie zijn handen vol om het publiek op afstand te houden. Goed zicht was er aan de overzijde van het water, doch door de hitte en de vonkenregen werd het daar ook gevaarlijk.

De hevige brand met zijn hoog oplaaiende vlammen was tot vele kilometers in de omtrek te zien. De vele toeschouwers keken beteuterd naar de laatste tragedie die werd opgevoerd met dit maal het roemruchte gebouw zelve in de hoofdrol. Onder de toeschouwers bevonden zich ook premier Marijnen en burgemeester Kofschoten.

Reinder Zwolsman
Ook aanwezig was zakenman Reinder Zwolsman (1912-1988), de eigenaar van het gebouw. Het Kunsten en Wetenschappengebouw was de laatste jaren sterk in verval geraakt en bouwlieden hadden de laatste handen gelegd aan de spoedige oplevering van het monumentale pand. Rond de Kerst moest het gebouw gereed zijn voor de feestelijke première van de Snip en Snaprevue. “De requisieten en overige theaterbenodigdheden waren al in het gebouw”, liet Willy Walden die bewuste avond met een snikkende stem weten. De toekomst was onzeker.

Schade
Nog dezelfde avond begon het onderzoek naar de brand. Volgens de verklaring van conciërge Valentijn had hij om kwart over zes zijn laatste ronde gelopen en niets gezien of geroken. Het was hem bekend dat electriciens op de vliering bezig waren geweest met de electrische leiding, doch bij zijn laatste ronde was hij niet meer op de vliering geweest. Het gebouw was voor zes miljoen gulden verzekerd en ofschoon dat aanvankelijk te laag leek, bleek uiteindelijk dat de sluwe Zwolsman er niet minder op was geworden.

Om half elf werd het signaal ‘brand meester’ gegeven. Het nablussen zou nog het hele weekeinde duren. Meer dan drie miljoen liter water was er op het brandende gebouw gespoten en 75 brandweerlieden waren betrokken bij de bluswerkzaamheden.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann