Jaren 60: van Provo’s tot een Austin A40

Terugkijkend op de jaren zestig is dat een tijd waarin heel veel nieuwe ontwikkelingen plaatsvonden. Nu vind je het heel gewoon dat je bij een aankoop een kassabon krijgt. Altijd makkelijk als je later iets wilt ruilen of teruggeven. Toen kreeg je alleen bij grote aankopen een handgeschreven bon, bijvoorbeeld bij de aankoop van een koelkast.

Papieren zakdoekjes, hoe vanzelfsprekend zijn die nu? Je moet er toch niet aan denken dat je bij een flinke verkoudheid – waar ongetwijfeld ook heel veel lezers deze winter last van hebben – je zo’n katoenen zakdoek een paar keer moet gebruiken? Vervolgens met snot en al moet wassen en daarna – uiteraard – keurig strijken. Kleding met Schotse ruiten was het toen helemaal. Ik heb nog steeds een gilet-vestje met aan de voorkant een rood Schots ruitje en aan de achterkant zwarte voering in de kast hangen. Rokken, jasjes, broeken met ruiten, het was helemaal ‘hot’.

Zakjes California- soep zorgden voor een snelle tussendoorhap. De Ruyter kwam met gestampte muisjes en je kreeg steeds meer keuze in blikgroente, zoals van Jonker Fris. Met de komst van de diepvrieskist werd er ook steeds minder geweckt. Koffie, zoals de Supra van Van Nelle, werd voortaan gemalen verpakt in luchtdichte metaalfolie.

Roken

Er werd nog volop gerookt. Je vond het heel gewoon dat de kinderen achterin de auto ‘lekker’ meerookten. Zelf rookte ik overigens niet. Je had merken als Lexington en Roxy en een pakje sigaretten kostte toen 2,75 gulden. Een heel bedrag en ik weet nog dat op het moment dat de sigarettenprijs begin jaren zeventig weer flink omhoog ging, mijn man overging op ‘een sjekkie draaien’. Dat was geen succes.
In de krant zorgden berichten over het gevaar van roken ervoor dat ik steeds vaker halve sigarettenpeuken in de asbak vond en uiteindelijk is hij maar helemaal met roken gestopt.

Nieuw waren de 8 of 16 mm-filmcamera en dia’s. Als je wilde kijken, moest eerst een groot scherm op een standaard worden neergezet. Eigenlijk keek je alleen films en dia’s om ze aan je familie te laten zien. Verder deed je er niet zoveel mee. Dozen vol dia’s hebben jarenlang ergens op zolder achter het luik gestaan. Totdat nog niet zo lang geleden de mogelijkheid kwam dia’s te laten omzetten op cd’s en ze vervolgens via de computer te laten afdrukken. We hebben er mooie foto-albums van laten maken en zo hebben we er ook nu nog plezier van.

Veel aandacht was er voor het huwelijk van Beatrix en Claus op 10 maart 1966 met een actie door de Provo’s. Filmidolen in die tijd waren Brigit Bardot en Audrey Hepburn. De broodmagere Twiggy maakte overigens ook heel wat tongen los. Weet u het nog? The Dutch Swing College Band onder leiding van Peter Schilperoord en met zangeres Anneke Grönloh die ‘wereldberoemd’ werd dankzij Brandend zand?
Toen had je nog een platenspeler nodig. Het was mode na het douchen ‘rollers’ in je haar te doen. Eenmaal gedroogd werd het haar ‘tegen gekamd’ en flink bespoten met haarlak. Internationaal was er politieke onrust vanwege de Vietnam-oorlog en de Lego-blokjes beleefden een ware hype onder de jeugd. Dat is trouwens nog steeds zo!

Maanlanding

Toen we trouwplannen hadden, konden we kiezen uit teakhout, wengé of palissander voor het interieur van onze flat. Flats werden overal letterlijk uit de grond gestampt. Je kreeg gewoon een brief van de gemeente dat je een huis had. Het waren ruime flats met voor en achter een balkon. De inrichting betaalden we van de opbrengst van de oude Peugeot, waarmee we die zomer op vakantie waren geweest.

Doordat ik nog een poosje bleef werken, konden we wat extra centjes wel gebruiken en kochten we na een jaar een wasautomaat en een televisie. Dat was in 1969, het jaar van de landing op de maan. Toen het nog heel vanzelfsprekend was dat je thuis beviel en je tien dagen van acht tot vijf uur een kraamverpleegster over de vloer had. Die van ons was al aardig op leeftijd en deed ‘s middags ook een dutje. Dat ontdekte ik toen ik drie dagen na de bevalling eindelijk mijn bed weer uit mocht om zonder ‘sluitlaken’ zelf, in plaats van op zo’n platte bedpo, naar het toilet te gaan. Ze lag lekker op de bank te slapen!

Betaalbare auto

provo

Nog maar weinig mensen hadden in de jaren zestig een auto. DAF kwam met een betaalbare. U weet wel, met die pruttelmotor. Een DKW en Kever waren toen ook populair. Voor ruim vierduizend gulden had je een Fiat 600. Mijn schoonvader had een Austin A40. Brommers kostten toen zo’n zevenhonderd gulden. Hoezo een helm? Autorijscholen kregen het steeds drukker met die golf aan babyboomers die hun rijbewijs wilden halen. Een uur rijles kostte tien gulden.
Onze dochter was ruim een jaar toen we verhuisplannen hadden en ik toch ook wel graag mijn rijbewijs wilde halen. Via-via kwam ik bij een tomatenkweker aan de Hoofdweg terecht om wat extra geld te verdienen. Een paar dagen per week ‘s morgens om vijf uur mijn bed uit en twee uur tomaten plukken in bloedhete kassen. We hadden het zo geregeld dat als mijn man naar zijn werk ging, ik weer richting huis fietste. Tegenwoordig zou je dat zonder mobieltje echt niet meer doen!

Dat tomaten plukken heb ik één seizoen gedaan. Het leverde geld op, maar geen rijbewijs, want ik zakte! De reden? Ik was te onzeker, zo kreeg ik te horen. Terwijl ik het zelf als ‘rustig rijden’ beschouwde. Dat gehaast is anno 2015 overigens nog steeds niets voor mij.

Zelf naaien

Heel veel vrouwen naaiden hun kleding en dat van de kinderen zelf. Op de markt was altijd wel iets leuks aan stof te vinden. Van mijn schoonmoeder kreeg ik ooit voor mijn verjaardag een houten naaidoos met bovenop een handvat en uitklapbare bakjes. Die naaidoos gebruik ik nog steeds. Je had toen nog houten garenklosjes, met aan de zijkant zo’n gleufje waar je de draad doorheen trok. In de bakjes zaten allerlei naalden, zoals naai-, stopen haaknaalden. Breinaalden pasten er helaas niet in, maar wel alle mogelijke soorten garen, band en kant. Daar heb ik nog steeds voldoende voorraad van liggen, want ik had een moeder die ook veel handwerkte en naaide.

Je leerde vroeger ‘verplicht’ naaien van je moeder. Opgroeiend in een groot gezin was het heel vanzelfsprekend dat je meehielp in het huishouden. Aardappels schillen, boontjes afhalen, afwassen, strijken. Niet zeuren, maar doen. Na haar overlijden, drie jaar geleden, kwam alles aan handwerkspullen bij mij terecht. Natuurlijk naaide, haakte en breide ik de kleertjes voor onze kinderen toen ze nog klein waren met veel plezier.

Maar in de jaren tachtig was dat een beetje over. Je kocht kleding kant en klaar. Ik had trouwens ook niet meer zoveel tijd, want toen dochter en zoon eenmaal op de lagere school zaten ben ik weer gaan werken. En dat schrijven doe ik al ruim dertig jaar met veel plezier. Oh ja, breien trouwens ook, want dat is de laatste tijd weer helemaal ‘in’!

Bab Riem Vis
bab@riemvis.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann