Den Haag herontdekt zijn joods verleden

Voor de Tweede Wereldoorlog woonden er 17.000 joden in Den Haag. Slechts 2.000 van hen overleefden de Shoah. Den Haag is zich veel minder bewust van zijn joodse verleden dan bijvoorbeeld Amsterdam. Dat stelt Wim Willems, auteur van het boek , dat hij samen met Hanneke Verbeek schreef. Het boek is nu verkrijgbaar in de boekhandel. Willems, hoogleraar in de Haagse sociale geschiedenis, schreef in de Haagsche Courant onder andere over de joodse begraafplaats in de Archipelbuurt, het Joods Kindermonument op het Rabbijn Maarsenplein en de synagoge, nu een moskee, in de Wagenstraat. Ook kent hij de literatuur over de joodse binnenstad. “Maar verder is er maar weinig bekend over de joodse gemeenschap in Den Haag. Daarnaast is er niets bekend over het moment dat zij de binnenstad verlieten.”

Maar dat bracht hem nog niet op het idee om het boek te schrijven. Dat kwam pas later, toen hij zo’n twee jaar geleden bezig was met de geschiedenis van Polen in Nederland. Willems: “Een aantal verhalen ging ook over Den Haag. Zo wilde ik meer weten over joden die uit Polen kwamen, uit het voormalige Galicië. Een deel daarvan kwam namelijk in Scheveningen terecht.” Toen kwam hij op het spoor van in een kelder gevonden papieren van drie joodse families die woonden op de Scheveningse Harstenhoekweg 111, 113 en 115. Van deze drie families hebben slechts twee kinderen de oorlog overleefd: zij vluchtten via Zwitserland naar Israël. Alle anderen zijn vermoord.

Willems besloot om de sporen van de twee kinderen, een jongen en een meisje, te volgen. “Maar dat spoor liep dood in de jaren vijftig. Het verhaal bleef echter in m’n achterhoofd zitten.” In 2013 heeft hij in een pand op de Harstenhoekweg een verhaal verteld over de drie joodse families van wie papieren waren gevonden. In die ene straat bleken trouwens in 1942 meer dan vijftig joodse gezinnen te hebben gewoond. De dochter en kleindochter van het in de oorlog gevluchte meisje waren erbij.

“De dochter las een zelfgeschreven gedicht voor dat ze op basis van haar eigen zoektocht naar haar familie had gemaakt. Later liet ze me een foto zien van haar en haar zusje – allebei verkleed als Scheveningse vissers.” Het meisje dat vluchtte, is in 1999 overleden. “Maar dat fotootje belichaamde voor haar in Israël opgegroeide dochter haar Nederlandse identiteit.”

Na het zien van de foto deden Willems en Verbeek in Israël een tweede vondst. Ze ontdekten memoires van een kleinzoon van de diamantairsfamilie Lipschütz. De schrijver bleek te zijn geboren in Scheveningen. In 1914 vluchtten zijn grootvader en andere familieleden uit Antwerpen. De familie kwam oorspronkelijk uit het Poolse Krakau. Maar omdat België in oorlog was met Oostenrijk-Hongarije, moesten ze dat land ontvluchten. De kleinzoon vocht ook in de Prinses Irene Brigade, het joodse legeronderdeel dat voortkwam uit Nederlandse troepen die in mei 1940 naar Engeland konden ontkomen.

Na het zien van de foto én het horen van dit verhaal, vroeg Willems zich af: misschien waren er niet alleen begin jaren veertig veel joden in Scheveningen. Hij kwam er toen al snel achter dat het Harstenhoekkwartier vóór de oorlog een joodse buurt was.

Waarom vertrokken rond de Eerste Wereldoorlog zoveel joden naar Scheveningen? “Amsterdam vond men een vervuilde stad. Scheveningen daarentegen was een kuuroord: schone lucht en veel etages te huur. Dat had te maken met het feit dat ze buiten het seizoen arriveerden. Mede daardoor kon Scheveningen als badplaats in bedrijf blijven. In die tijd was ook net het Harstenhoekkwartier gebouwd. In de straten van die wijk vestigden zich veel Oost-Europese joodse families. Daar is een blauwdruk gelegd voor het joodse leven aan de Noordzee.”

Het hoofdstuk over Lipschütz in het boek is gebaseerd op drie memoires uit één familie. “Dat is volstrekt uniek”, weet Willems. Ook hebben hij en Verbeek de plekken bezocht waar de familie vandaan kwam. Daarnaast hebben de schrijvers veel gegevens op een rij gezet van op de Harstenhoekweg wonende families. Er bleken tussen de wereldoorlogen niet minder dan 450 joodse families in die ene straat te hebben gewoond, zo’n 1.400 personen.

Bedenk wel, soortgelijke aantallen vinden we ook in de omliggende straten, zoals de Gentsestraat en de Stevinstraat. Wat ziet men nu nog van die joodse gemeenschap op Scheveningen? Willems antwoordt: “Eigenlijk niets meer. Maar dat staat nu dus in dit boek. Door deze verhalen te vertellen, blijft de geschiedenis bewaard.”

Ivar Lingen

redactie@deoud-hagenaar.email

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann